Veertien fracties: uniek noch ideaal

Louis Bontes werd vorig jaar uit de PVV gezet en is verder gegaan als eenmansfractie onder de naam Groep Bontes, toen de veertiende partij in de Tweede Kamer.Beeld ANP

Vijf ideeën om de versnippering van de Tweede Kamer tegen te gaan

'Wie is daar voor?' Als Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg die vraag stelt bij de stemmingen in de Tweede Kamer, moet ze sinds deze week de handen tellen van veertien fracties. Door de breuk binnen de tweekoppige fractie van 50Plus is er weer eentje bijgekomen. Dat is even wennen, bleek gisteren. Per ongeluk sprak Van Miltenburg van de fractie 50Plus-Bontes.

Veertien fracties, dat klinkt als een hoog aantal, maar uniek is het niet. Sinds de Tweede Wereldoorlog zaten er zelfs geregeld meer dan veertien in de Tweede Kamer. Ook nadat de ARP, CHU en KVP in 1975 besloten als één geheel te opereren: het huidige CDA. Ook nadat de CPN, PPR, PSP en EVP in 1989 de GroenLinks-fractie gingen vormen.

Vaak zorgen afgesplitste parlementariërs voor de grote getallen. Onder Balkenende II en het overgangskabinet dat erop volgde, stapten maar liefst zes Kamerleden uit hun fractie, onder wie Geert Wilders (VVD), Joost Eerdmans en Hilbrand Nawijn (LPF). Daardoor ontstonden vijftien Kamerfracties.

Dat is nog geen record. In de jaren zestig en zeventig is onder de kabinetten-De Jong en Den Uyl het aantal van zestien fracties bereikt. Reden: scheuringen.

Tijdelijke piek of niet, ideaal is een fractierijke Tweede Kamer in elk geval niet. Het is voor de kiezer lastiger om de verschillen tussen partijen te ontwaren, kleine fracties kunnen zich nooit goed op elk dossier inwerken en het is lastiger om meerderheden te organiseren. Vandaar vijf rigoureuze en minder rigoureuze ideeën om met de huidige versnippering om te gaan.

1. Voer een kiesdrempel in

De roep klonk na de chaos bij 50Plus vorige week: laat alleen partijen toe tot de Kamer die een bepaald percentage van de stemmen halen. In België en Duitsland is dat 5 procent, in Zweden 4. In Nederland is twee derde procent al genoeg, het percentage van de stemmen voor één zetel. Verhoog je die lat, dan is de kans op serieuze, goed georganiseerde partijen groter, is de gedachte. Tegelijk wordt het als een verworvenheid gezien dat ook kleine minderheden hun stem kunnen laten horen, zoals de staatkundig gereformeerden van de SGP. Moties om de kiesdrempel te verhogen, sneuvelden in het verleden.

2. Stel een minimale fractieomvang vast

In het Europees parlement moet een fractie minimaal 25 leden tellen. Zo'n zelfde regeling kan er ook in Den Haag komen. Omgerekend zou dat in de Tweede Kamer neerkomen op vijf zetels per fractie. Politieke partijen die tegen elkaar aanschuren, kunnen dan samen optrekken en meer voor elkaar boksen dan elk op eigen kracht. Denk aan ChristenUnie en SGP, of GroenLinks en de Partij voor de Dieren. Het scheelt hen voorbereidings- en vergadertijd en grotere fracties zijn aantrekkelijker bij coalitievorming. Nuanceverschillen tussen kleinere partijen zullen verstommen, maar bij heel principiële punten moet afwijkend gestemd kunnen worden. In Brussel geldt daarbij ook geen strikte fractiediscipline.

3. Laat Kamerlid zijn zetel opgeven

Vervang een gewezen fractiegenoot door iemand anders uit de partij, in plaats van hem of haar een eenmansfractie met een eigen koers te laten beginnen. Immers, de kiezer koos voor een partij. De fractie hoeft zo niet op de schop en de partij blijft even sterk vertegenwoordigd in het parlement. Voor het afgestoten Kamerlid is het onplezierig om plots zonder werk te zitten, zeker als hij of zij veel voorkeurstemmen heeft binnengehaald, of er zelfs door in het parlement is beland. Om zo'n gedwongen vertrek te voorkomen, zal een Kamerlid mogelijk eerder kiezen voor de lieve vrede dan escalatie van een ruzie. Al valt er weinig te redden als een partij er iemand uit wil werken.

4. Laat Kamerlid verplicht aansluiten bij andere fractie

Een Kamerlid dat zich afscheidt en als eenmansfractie doorgaat, kan maar weinig klaarspelen. De ondersteuning is beperkt en als vergaderingen tegelijkertijd zijn ingepland, moet hij kiezen. Verplicht je diegene om zich bij een andere fractie aan te sluiten, dan valt er meer te bereiken. Zo groot zijn de verschillen tussen partijen doorgaans nou ook weer niet. In het Europees parlement zitten ze soms zelfs in dezelfde fractie. Het tegenargument is uiteraard zetelroof, want overlopers kunnen partijen ineens veel groter of kleiner maken dan ze door de verkiezingen werden. Ook kunnen parlementariërs zich via een 'makkelijke' partij laten kiezen, maar in het achterhoofd al een overstap hebben uitgestippeld. De vraag is of een partij op zo'n overloper zit te wachten.

5. Doe vaker aan gezamenlijke woordvoering

Een iets minder vergaande optie. Afgescheiden eenmansfracties kunnen lang niet bij elke vergadering aanschuiven, maar ze hebben wel een mening. Sluit die mening aan bij die van een andere partij, dan kunnen ze besluiten om over dat onderwerp met één mond te spreken. Dat gebeurt nu soms, maar zou vaker en consequenter kunnen. Dus komt een minister in de problemen, dan voert nog steeds één Kamerlid het woord in het debat, ook al staan er nog zoveel camera's op de Tweede Kamer gericht.

Dat scheelt kostbare tijd en veel herhalingen van argumenten. Overigens kan gezamenlijke woordvoering nu niet worden verplicht: elke fractie - hoe klein ook - kan zich bij een debat inschrijven voor spreektijd.

OPINIE 23 Avonturiers als Jan Nagel doen je haast verlangen naar een kiesdrempel

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden