Veerkrachtig schoonheidsideaal

Linkerpagina: een olieflesje in de vorm van een egel, 6e eeuw v.Chr. Links op de pagina: een Egyptisch kohlbuisje en zalfflesje, ca. 1500-1300 v.Chr. (Trouw) Beeld
Linkerpagina: een olieflesje in de vorm van een egel, 6e eeuw v.Chr. Links op de pagina: een Egyptisch kohlbuisje en zalfflesje, ca. 1500-1300 v.Chr. (Trouw)

De Romeinen zagen de hang naar schoonheid als een symptoom van decadentie. Maar de ontwikkeling van schoonheidsproducten was niet meer te stoppen.

’Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar', zo staat geschreven in Johannes 12. Judas Iskariot vond het maar verkwisting: de olie was driehonderd denariën waard. Het had verkocht kunnen worden, het geld had voor de armen kunnen zijn. Judas dacht economisch, Maria dacht aan Jezus' naderende dood. Toch was Judas’ insteek gebruikelijk in die tijd. Schoonheid werd gezien als ondergeschikt aan een reine geest.

Heel anders dan de christenen keken de oude Grieken aan tegen schoonheid, vertelt Ruurd Halbertsma. Hij is conservator van de expositie ‘Aphrodites Beauty Case’, sinds vorige week te zien in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. De expositie behandelt het onderwerp in de Oudheid – de periode tot de Middeleeuwen die rond 500 na Christus begint – en toont elementen uit de Egyptische, Griekse en Romeinse beschavingen.

De Grieken hechtten aan een gezonde geest in een gezond lichaam. En vooral parfum was daartoe een beproefd middel. In die tijd werd het gemaakt op basis van sesam-, noten-, of olijfolie, verhit met geurstoffen van bijvoorbeeld rozen, mirre, krokus of kaneel uit India. Of van het kostbare nardus, dat uit de Himalaya moest komen.

Parfum had voor hen bovenal een religieuze functie, het werd gebruikt ter verering van goden, of bij de balseming van een overledene. Maar ook had het geneeskundige krachten. Mirre bijvoorbeeld, was slijmoplossend. Ook kon met parfum de lichaamsgeur worden verdoezeld. En het evolutionaire doel, lekker ruiken om te verleiden, is van alle tijden.

Ten tijde van de Grieken was er niet alleen aandacht voor geur: schoonheid werd in haar geheel verheerlijkt en niets was te gek. Antiphanes beschreef hoe een Griekse dame haar voeten en benen met rijke Egyptische zalf behandelde, haar wangen en borst met dikke palmolie en haar armen met een extract van mint. Wenkbrauwen en haar werden met majoraan verzorgd, knieholten en nek met tijm.

Vanuit Griekenland schoof de schoonheidscultus langzaam op naar het westen. Maar in Rome werd de cultuur gemengd ontvangen. De Romeinen – stoere strijders – vonden de hang naar schoonheid aanvankelijk een symptoom van oosterse decadentie. Zonde, schreef Plinius de Oudere over parfum: de geur vervluchtigt en het is bovendien duur. In 189 voor Christus werd zelfs een senaatsverbod op schoonheidsproducten en sieraden uitgevaardigd, maar dat haalde weinig uit. Het Romeinse volk had geproefd aan de schoonheidscultuur en het hek was van de dam. Voor de senatoren een verloren strijd.

Vooral Romeinse vrouwen besteedden veel aandacht aan hun uiterlijk. Een blanke huid was het schoonheidsideaal: vrouwen met een blanke huid waren immers binnen aan het werk en niet buiten op de velden. De zalf voor een wit gezicht was gemaakt op basis van loodwit. Mascara was van roet. En voor rode lippen bestond een zalf met moerbei, rode alg en menie.

Wat de Romeinse senaat niet lukte, lukte de christelijke kerk wel. Met het christendom als staatsgodsdienst kwam er een abrupt einde aan de schoonheidscultus. Het vereren van de geest werd belangrijker dan het lichaam. Parfum en make-up leidden daarvan slechts af. Immers, in de woorden van kerkvader Hiëronymus, ’wie in Christus' bloed gewassen is, hoeft niet opnieuw gewassen.’ Pas toen de christelijke invloed rond de Renaissance afnam, was er weer ruimte voor uiterlijke schoonheid.

In de expositie in het Rijksmuseum voor Oudheden worden de verschillende beschavingen aangestipt. De expositie is elegant en heeft plaats in een eigen, verfrissend ingerichte ruimte. Daarnaast is er door het gehele museum een wandeling uitgezet, die leidt langs elementen die eveneens in het thema passen. Opvallend is de gelijkenis tussen producten die toen gebruikt werden om het lijf te reinigen en te versieren en de producten van nu.

Halbertsma benadrukt de cyclische bewegingen voor het schoonheidsideaal door de jaren heen. Steeds was er meer en minder aandacht voor schoonheid.

Ook nu is het thema actueel en dat is niet altijd het geval bij thema’s uit de Oudheid. Voor een expositie over de Oudheid zijn we al gauw aangewezen op geschreven bronnen, weet Halbertsma. Veel voorwerpen verdienen uitleg. Maar dit thema staat bij uitstek dichtbij ons en is van alle tijden.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden