Veenstra, eeuwige tweede en de wanhoop nabij

VEENDAM - Is een Ronde van Nederland zonder proloogzege voor Jelle Nijdam zoiets als een wielerwedstrijd zonder finish, de proftour wordt het keurmerk ook onthouden als Wiebren Veenstra niet een massasprint naar zijn hand zet. Vorig jaar lukte hem dat een keer. In 1990 sprak hij met een dubbelslag nog meer tot de verbeelding.

Gisteren in Veendam waren de omstandigheden wederom ideaal voor de Harekiet, zoals een (oud-)inwoner van Harkema Opeinde wordt genoemd. Veenstra zat vlak voor de laatste finishpassage als een grootvorst in het wiel van Wilfried Nelissen. Beter kan een rassprinter het niet treffen. De Belg bleef evenwel tot eigen verbazing voorop en registreerde zodoende zijn negende seizoenzege. De neo-prof uit (Belgisch) Limburg won eerder dit jaar al de Grote Scheldeprijs, twee etappes in zowel de Dauphine als de Ronde van Zwitserland, een ritje in de Ruta del Sol en nog een paar kermiskoersen.

Veenstra, die vorig jaar tien overwinningen boekte en daarmee in de internationale zegestand op de veertiende plaats belandde, is daarentegen de wanhoop nabij. De Fries teert dit seizoen op een onbeduidende zege: een koers in het Belgische Wanzele. Hij bleef daar Jerry Cooman in de sprint voor, terwijl hij er na het redelijk geslaagde seizoen 1991 van droomde eindelijk eens in een grote wedstrijd toe te kunnen slaan. Een paar keer was hij er dicht bij, zoals in de E 3-prijs (tweede achter Museeuw) en etappes in ParijsNice en de Ronde van de Middellandse Zee. Hij grossiert zogezegd in tweede plaatsen. Op de streep verliezen is uitgegroeid tot een obsessie. "Een sprinter die niet kan winnen, dat is het ergste wat er is," vindt hij.

Verklaring

Veenstra zoekt vergeefs naar een verklaring voor het plotselinge falen, al kan voor een sprinter het tij snel keren. Wat dat betreft kan de haan vanochtend na het miniritje Hardenberg-Haaksbergen alweer koning kraaien. Jean-Paul van Poppel merkte het in de Tour de France. In de eerste week was hij blij dat hij het tempo van de laatste in het peloton kon volgen, de week er op won hij in Straatsburg ten koste van Abdoesjaparow een fantastische massasprint. Het scheelde niet veel of Van Poppel had ook het afsluitende 'criterium' op de Champs-Elysees gewonnen. Cipollini staat sinds de Giro droog en Abdoesjaparow voelde zich, na vele decepties, de vorige week in de Ronde van Groot-Brittannie weer tot zo'n machtige jump in staat.

Bij Veenstra laat de vorm al meer dan een half seizoen te wensen over. Ook hij realiseert zich dat de uitgangspositie in Veendam niet fraaier kon. "Een jaar geleden had ik probleemloos gewonnen," weet hij. Aan het lichaam ligt het niet - behoudens een lichte verkoudheid is hij nooit ziek geweest - aan de geest volgens hem ook niet. Blijft over het geringe aantal serieuze wedstrijden dat Veenstra tot nu toe heeft gereden. Een sprinter die niet wint, verdient nu eenmaal ook geen plaats in grote koersen. "Mijn laatste echte wedstrijd was het Nederlands kampioenschap," herinnert hij zich. "Dat is alweer acht weken geleden."

Maar ook minder verheven evenementen als criteriums gingen aan zijn neus voorbij. In de Tourperiode reed hij een enkele kermiskoers in Belgie, terwijl hij na de Ronde van Frankrijk maar in vier Nederlandse criteriums terecht kon. Een veeg teken. "Normaal reed ik alles, maar nu was er weinig vraag naar mij. Het heeft niets met een strafmaatregel van Raas te maken. Als ik vrij was, mocht ik van hem rijden waar ik wilde. Je wordt er evenwel niet vrolijk van als je in juli, terwijl je collega's in de Tour zitten, naar Belgie gaat om kermiskoersen te rijden. Al met al heb ik te weinig competitie gehad om in vorm te raken. Op die manier blijf ik ook snelheid te kort komen."

Veenstra zegt niet wakker te liggen van de dreigende werkloosheid. Hij koestert zich met de 392 FICP-punten die hij momenteel achter zijn naam heeft staan. Een verbazingwekkend aantal voor iemand die het afgelopen seizoen afsloot met 350 eenheden. In het puntenklassement blijken veel tweede plaatsen lucratiever te zijn dan een enkele uitschieter. Het is in ieder geval een score die in tijden van welvaart talrijke telefoontjes van ploegleiders garandeert. "Ik heb nog een paar maanden. Echt, ik heb er nog geen moment over ingezeten dat het niet goed komt. Ik weet trouwens ook niet wat ik moet doen als ik geen beroepsrenner meer ben. Ik weet alleen dat ik niet voor een appel en een ei ga rondrijden. Ik heb een bepaalde minimumprijs, en daar ga ik niet onder zitten."

Wilfried Nelissen zal zeker aan de bak komen, ook al heeft de Belg evenmin zekerheid over zijn toekomstige status. Die had hij wel gehad, als hij begin dit jaar zijn nog een jaar doorlopende contract met Walter Godefroot niet had afgekocht. Godefroot wilde het raspaardje meenemen naar zijn nieuwe sponsor. Toen Nelissen dat om allerlei redenen - zoals de Duitse mentaliteit - niet wilde, verlangde de ploegleider al het geld terug dat hij tijdens zijn eerste profjaar in hem had geinvesteerd. Het 22-jarige sprint- of klimtalent (daar zijn de geleerden het nog niet over eens) wenste zich hoe dan ook verder te ontwikkelen onder de vleugels van Post. De Amstelvener wilde echter geen partij zijn in het conflict met Godefroot. Op zijn beurt had Nelissen geen trek in een tijdrovende rechtszaak, waarna hij tot een schikking besloot en zich in de schulden stak om zijn toekomst zeker te stellen.

Voetballertje

Het talent kwam Nelissen, twee jaar geleden Belgisch amateurkampioen, in zijn juniorentijd al aanwaaien. Aanvankelijk als voetballertje - hij scoorde in iedere wedstrijd wel een paar keer - later als coureurtje. Terwijl zijn leeftijdgenootjes zich op de training afbeulden alsof ze professional waren, volstond hij met de dagelijkse fietstochtjes naar zijn vriendin, tien kilometer van het ouderlijk huis. En als hij een friture op zijn weg vond, was hij niet te beroerd om even af te stappen. Het vervelendste dat hem overkwam, was dat hij met zijn tegenstander een finish moest overrijden. Tijdens de nationale titelstrijd voor nieuwelingen in 1986 overschreed hij exact gelijk met Serge Baguet, nu prof bij Vandenbroucke, de eindstreep. Zelfs op de finishfoto viel geen haartje verschil te ontdekken. De juryleden konden niets beters bedenken dan de beide heren verzoeken de laatste kilometer over te rijden. In de voor de wielersport unieke herkansing klopte Nelissen Baguet met twintig meter verschil.

Door zijn gemakzucht, het lot van menig natuurtalent, valt de overgang naar de profs Nelissen af en toe wat zwaar. Zo moet zijn huidige ploegleider Theo de Rooy hem herhaaldelijk duidelijk maken niet alles te willen. "Ze moeten me wat achter de vodden zitten. En Theo heeft gelijk dat ik niet alles tegelijk moet willen. Sprinten en klimmen, dat gaat niet samen. Als ik voorlopig voor het een kies, loop ik ook niet de kans dat ik uitgeteld ben als het er echt om gaat. Daar ben ik inmiddels wel achter gekomen." Het sprinten heeft vooralsnog zijn voorkeur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden