Veelzijdige duizendpoot

Zodra de oefenwedstrijd is afgelopen, stromen jeugdige aanhangers het veld op om handtekeningen te scoren. De meesten verzamelen zich rond Fatima Moreira de Melo. Als haar teamgenoten allang onder de douche staan, is de Rotterdamse hockeydiva nog druk doende haar krabbel op shirts, armen, papiertjes en ballen te plaatsen.

’Faat’ is ontegenzeggelijk de populairste hockeyster van Nederland.

Fatima Moreira de Melo. Als je zo heet, val je op, maar ook zonder exotische naam had De Melo de publiciteit wel weten te vinden. Haar status van hockey-international gaf al een mooie uitgangspositie om te pogen als zangeres en als tv-presentatrice aan de bak te komen, en daarbij bleef het niet voor deze duizendpoot die in extravagantieën lijkt te grossieren. Ze rijdt rond in een auto met luipaardprint en liet zich voor een mannenblad fotograferen met een slang om haar nek. Het reptiel was trouwens niet het enige ’gewaagde’ aan die pose.

Naast al die opvallende activiteiten heeft De Melo de afgelopen jaren ook nog tijd gevonden om rechten te studeren. „Eigenlijk vond ik er geen bal aan’’, vertrouwde ze Hockeymagazine toe. „Maar ik wilde in ieder geval met mijn afstudeerscriptie iets nuttigs doen.’’ Daarom deed ze onderzoek naar sport in penitentiaire jeugdinrichtingen. „Het jeugdrecht interesseert mij. Voor de heropvoeding en reïntegratie van jeugdige delinquenten is het belangrijk dat het leven buiten de gevangenis zo goed mogelijk wordt nagebootst. Sport speelt daarin een cruciale rol, is mijn overtuiging. Het is de taak van de overheid om die jongeren te stimuleren aan sport te doen, omdat het goed is voor hun persoonlijke ontwikkeling en motivatie.’’Moreira de Melo bezocht vijf van de veertien inrichtingen voor 12- tot 18-jarigen en enquêteerde de overige schriftelijk. Haar belangrijkste conclusie: hoewel artikel 53, lid 2 van de ’Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen’ voorschrijft dat gevangenen recht hebben op tweemaal drie kwartier sport in de week, komt daar niet veel van terecht. „Er wordt heel wisselend mee omgegaan’’, zegt ze. „Het bleek dat groepsleiders niet allemaal bekend waren met dit artikel en de jongeren zelf kenden het al helemaal niet.’’ Een directeur van een van de inrichtingen kende het artikel evenmin. Hij beloofde haar het nog eens te lezen. „Misschien moet ik zelf wat initiatief nemen, zei hij.”Moreira de Melo stelde in haar scriptie ’Het recht op sport in jeugddetentie. Een gemiste kans?’ vast dat veel van de motivatie van de groepsleiders afhing. „Het is niet niks om in een inrichting met probleemjongeren te werken. Er is een personeelstekort. De sportfaciliteiten zijn wisselend. Bij de Doggershoek in Den Helder ziet het er piekfijn uit, maar ik ben ook in een inrichting geweest die niet eens een buitensportaccommodatie heeft. Een ander heeft één zaaltje voor 120 gedetineerden.” Ze concludeert: „Uiteindelijk komt natuurlijk alles neer op geldtekort.’’Groepsleiders zijn veel bezig met de dagelijkse gang van zaken. „Een potje zaalvoetbal wil daarnaast meestal nog wel lukken. Dat gebeurt dan spontaan, maar je kunt het geen invulling van het wettelijk voorgeschreven recht op sport noemen. Kwalijk is ook dat het sportaanbod voor meiden achterblijft. Je zou toch wat mogelijkheden verwachten voor bijvoorbeeld fitness of breakdance, maar die zijn er vrijwel niet.’’De aankomend juriste weet dat het ministerie van justitie haar scriptie heeft opgevraagd, maar verder contact is er niet geweest. „Ik heb het nu natuurlijk ook veel te druk met het WK hockey van volgende week.’’Fred TroostHockeymagazine toe. „Maar ik wilde in ieder geval met mijn afstudeerscriptie iets nuttigs doen.’’ Daarom deed ze onderzoek naar sport in penitentiaire jeugdinrichtingen. „Het jeugdrecht interesseert mij. Voor de heropvoeding en reïntegratie van jeugdige delinquenten is het belangrijk dat het leven buiten de gevangenis zo goed mogelijk wordt nagebootst. Sport speelt daarin een cruciale rol, is mijn overtuiging. Het is de taak van de overheid om die jongeren te stimuleren aan sport te doen, omdat het goed is voor hun persoonlijke ontwikkeling en motivatie.’’

Moreira de Melo bezocht vijf van de veertien inrichtingen voor 12- tot 18-jarigen en enquêteerde de overige schriftelijk. Haar belangrijkste conclusie: hoewel artikel 53, lid 2 van de ’Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen’ voorschrijft dat gevangenen recht hebben op tweemaal drie kwartier sport in de week, komt daar niet veel van terecht.

„Er wordt heel wisselend mee omgegaan’’, zegt ze. „Het bleek dat groepsleiders niet allemaal bekend waren met dit artikel en de jongeren zelf kenden het al helemaal niet.’’ Een directeur van een van de inrichtingen kende het artikel evenmin. Hij beloofde haar het nog eens te lezen. „Misschien moet ik zelf wat initiatief nemen, zei hij.”

Moreira de Melo stelde in haar scriptie ’Het recht op sport in jeugddetentie. Een gemiste kans?’ vast dat veel van de motivatie van de groepsleiders afhing. „Het is niet niks om in een inrichting met probleemjongeren te werken. Er is een personeelstekort. De sportfaciliteiten zijn wisselend. Bij de Doggershoek in Den Helder ziet het er piekfijn uit, maar ik ben ook in een inrichting geweest die niet eens een buitensportaccommodatie heeft. Een ander heeft één zaaltje voor 120 gedetineerden.” Ze concludeert: „Uiteindelijk komt natuurlijk alles neer op geldtekort.’’

Groepsleiders zijn veel bezig met de dagelijkse gang van zaken. „Een potje zaalvoetbal wil daarnaast meestal nog wel lukken. Dat gebeurt dan spontaan, maar je kunt het geen invulling van het wettelijk voorgeschreven recht op sport noemen. Kwalijk is ook dat het sportaanbod voor meiden achterblijft. Je zou toch wat mogelijkheden verwachten voor bijvoorbeeld fitness of breakdance, maar die zijn er vrijwel niet.’’

De aankomend juriste weet dat het ministerie van justitie haar scriptie heeft opgevraagd, maar verder contact is er niet geweest. „Ik heb het nu natuurlijk ook veel te druk met het WK hockey van volgende week.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden