Veel zelfmoorden in Pakistan vanwege armoede

Najda treurt met haar familie om haar overleden man. ©SUZANNA KOSTER

REPORTAGE | Najma huilt onophoudelijk sinds de plotselinge dood van haar echtgenoot Raja Khan. Eind oktober stak Khan, een 23-jarige dagloner, zichzelf in brand voor het parlement in Islamabad, ruim 1000 kilometer van zijn woonplaats. Hij liet een briefje achter waarop stond dat hij niet meer tegen zijn armoede kon. Hij overleed in het ziekenhuis.

"Hij zei: 'ik neem benzine mee en ga mezelf verbranden'", vertelt Najma (20), zittend op de veranda van haar eenvoudige stenen huis in een stoffig dorpje. "Ik zei: 'Doe het alsjeblieft niet, voor je kinderen, voor God. Denk aan mij. Wie zal voor mij zorgen als jij er niet meer bent.' Maar hij luisterde niet", huilt Najma. Op de dag van haar mans begrafenis baarde zij hun derde zoon, Raja. Haar broers vegen haar tranen weg, en barsten dan zelf ook in snikken uit.

Strafbaar
Steeds meer Pakistanen plegen zelfmoord uit armoede, zegt I.A. Rehman van de Mensenrechtencommissie van Pakistan, hoewel exacte cijfers ontbreken. Zelfmoorden zijn strafbaar in Pakistan en een zonde volgens de islam. Ze worden vaak verborgen gehouden.

Toch kreeg Rehman tot 30 september dit jaar al 1580 rapporten binnen, ten opzichte van 1668 in heel 2009. "Er zijn meer zelfmoorden, omdat steeds meer mensen in armoede raken en de werkloosheid stijgt", zegt hij.

1,70 euro per dag
Khan was al jaren wanhopig op zoek naar een baan. Zijn werk als dagloner op de rijstvelden bracht hooguit 200 rupees (1,70 euro) per dag op, als er al werk was. Khan verliet de middelbare school op 15-jarige leeftijd. Hij werd verantwoordelijk voor het inkomen van zijn moeder, vader en twee broers. Later kwamen daar zijn vrouw en twee kinderen bij.

In 2008 kreeg hij nieuwe hoop. Bij verkiezingen kwam de Pakistaanse Volkspartij (PPP) aan de macht, een partij die zijn familie al decennia steunde. Hij klampte provinciale parlementariërs aan en bezocht PPP-leiders in Islamabad. Maar het leverde hem niets op.

Vorige maand ging hij weer naar Islamabad, waar hij de nationale parlementariërs wilde spreken. Voor vertrek vroeg hij advies aan Ali Jan, een 24-jarige neef. "Ik zei: 'Ga niet naar Islamabad, want dat heeft geen zin'", vertelt Jan. "Raja zei: 'Nee, ik ben arm, bezorgd en ik moet gaan.' Maar hij kwam niet verder dan de beveiligers bij het hek van het parlement."

Twaalf uur per dag elektriciteit
Khans familie valt in de Pakistaanse lagere middenklasse. Veel familieleden hebben in elk geval een paar jaar middelbare school gehad. Ze delen een kamer in een huis met een binnenplaats, waar buffels en geiten rondlopen die de familie huurt tegen de helft van hun melkopbrengst.

Waterpompen in de huizen zorgen voor schoon drinkwater, "de enige gift van God", volgens Khans familie. Er is een televisie, een wasmachine en er hangen ventilatoren aan het plafond. Maar er is maar twaalf uur per dag elektriciteit. In het dorp werken de meeste mensen op het land van de feodale landheer, zeggen dorpelingen.

Bewust van zijn armoede

In de lagere middenklasse komen meer zelfmoorden voor dan onder de armen, zegt Rehman. "Het maakt een groot verschil of iemand zich bewust is van zijn armoede of niet. Onderwijs en kennis van het leven in de stad stellen mensen in staat te vergelijken, en dat maakt hen bewust van armoede.

Raja Khan kende het parlement, maar een simpele dorpeling heeft dat bewustzijn vaak niet. Voor hem is de lokale politie de staat, en de feodale landheer de economische weldoener."

Najma, die ook een aantal jaren middelbare school achter de rug heeft, kan het niet verkroppen dat een simpele baan haar man had kunnen redden. "Als de overheid hem een baan had gegeven, al was het maar het laagste van het laagste, dan was ik geen weduwe geworden."

Meer armoede, minder werk
De werkeloosheid onder de beroepsbevolking (57,3 miljoen mensen) bedroeg in juli 6 procent tegenover 5,6 procent een jaar eerder, volgens cijfers van de Pakistaanse overheid. Maar de autoriteiten definiëren een baantje van minimaal een uur per week ook al als 'werken'. De echte werkloosheid zou wel eens tot vijf keer zo hoog kunnen zijn, zegt onderzoeker Zaffar Moeen Nasir van het Pakistaanse Instituut voor Ontwikkelingseconomie. Iets soortgelijks geldt ook voor de armoede. Een derde van de Pakistanen zou onder de armoedegrens leven, maar Nasir vermoedt dat dat percentage in werkelijkheid hoger is. Bovendien neemt de armoede toe. Pakistans economische groei ligt rond de 2 procent, terwijl dat minstens 7 procent zou moeten zijn om de bevolkingsgroei bij te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden