'Veel vraagtekens, weinig antwoorden'

verzet | Nergens is de weerstand tegen Papendal zo groot als in de judosport. Centraliseren zou de ondergang worden van het Nederlandse topjudo.

Rollen dankzij de centralisering op Papendal over acht tot twaalf jaar de olympische judomedailles in alle kleuren van de lopende band, zoals NOC-NSF beoogt? Of dondert de sport in elkaar, zoals de oude, succesvolle iconen Cor van der Geest en Chris de Korte bezweren? Nergens is de weerstand tegen Papendal zo groot als in het judo.

Als over een week de gong klinkt voor de eerste olympische partij, had het Nederlandse topjudo al 24 maanden moeten zijn gecentraliseerd. De geplande verhuizing zorgde meer dan vier jaar voor onrust en meningsverschillen. Met een bestuurscrisis sneuvelden reputaties en de bouw van een dojo op het nationale sportcentrum werd zelfs even afgeblazen.

Kim Polling en Henk Grol, de twee grootste troeven, hebben hun weerzin nooit onder stoelen of banken gestoken. Als zijn lijf hem de mogelijkheid gunt, wil Grol in 2020 nog wel een vierde keer een gooi doen naar olympisch goud. Als hij daarvoor eens per week voor de centrale training naar Papendal moet, legt hij zich daarbij neer. "Het wordt anders als ze me verplichten daar te gaan wonen, want dan stop ik."

Zo erg wordt het niet, judoka's met een grote reputatie wordt het mes niet op de keel gezet. "Ik zou sowieso niet naar Papendal zijn gegaan, ik ga niet wonen waar ik niet wil wonen", zegt Kim Polling, net als Grol drievoudig Europees kampioen. "Ik wil niet de hele dag met judo bezig zijn en altijd sporters om me heen hebben. Toen ik zeventien was draaide alles om judo, nu is er voor mij meer in het leven. Ik hoef ook niet naar Papendal, omdat ik Kim Polling ben. Dat is puur op basis van mijn prestaties."

Rommel en chaos

Als eind augustus 2013 de nationale judoploeg voor het WK naar Rio vliegt, zit Ben Sonnemans afgezonderd van de rest. Dat tekent de sfeer binnen de ploeg. Hij is als technisch directeur de opvolger van Cor van der Geest, die voor zijn afscheid de dringende aanbeveling had gedaan de vier nationale judosteunpunten te handhaven. Sonnemans predikt met zijn bestuur het tegendeel, zijn plannen blijven vaag en het wantrouwen tegen hem is groot.

"Het was een half jaar voor de Spelen al onrustig. We zijn een jaar verder en het is rommel en chaos", zegt enkele stoelrijen verderop Chris de Korte. Nederlands succesvolste judocoach is de wacht aangezegd. Na het WK mag hij zijn pupillen niet meer coachen, alle judoka's vallen onder één bondscoach. Het afschaffen van persoonlijke trainers is stap één, de volgende is: verplicht naar een centraal trainingscentrum. Waar, dat is niet duidelijk.

De Korte wijst naar de sterkste judolanden, Japan en Frankrijk. In Japan komen de judoka's van de universiteiten slechts voor toernooien bijeen. Zoals Nederland centrale trainingen in Nieuwegein heeft. "In Frankrijk heb ik gezien hoe het met alle topjudoka's op één plek niet goed ging. Ze gingen zich vervelen. Papendal is een mooi centrum, maar niet om permanent te zitten."

De Korte vreest mét Cor van der Geest dat centraliseren de ondergang wordt van het Nederlandse topjudo. Judo is gebaat bij rivaliteit tussen de clubs, de toppers bovenaan de piramide inspireren de basis. Maar ook zij kunnen er niet omheen dat financiering van verdeelde topsportprogramma's na de tegenvallende Spelen in London (twee bronzen medailles) een probleem is geworden.

Sonnemans verdedigde de centralisatie met verve. Het aantal landen dat topjudoka's aflevert, is de afgelopen decennia sterk gestegen; het olympische kwalificatietraject voert naar diverse werelddelen en is daarmee duurder geworden; de beschikbare middelen in Nederland lopen terug.

"Alles draait om efficiënter werken", was het motto van Sonnemans. "Mijn idee van het concentreren van faciliteiten en geld heeft alles te maken met de ontwikkeling in de internationale sport. Het kan veel efficiënter en dat kan ons een kwaliteitsimpuls geven."

De discussie in het vliegtuig was na 2013 nog lang niet afgelopen. Sonnemans communiceerde slecht en moest onder toenemend wantrouwen het veld ruimen. Zijn opvolger Henry Bonnes, een interim-manager, bracht de traditioneel explosieve en verdeelde sport met vele gesprekken min of meer op één lijn. Tot in maart het bestuur toch verdeeld bleek, Bonnes opstapte en de bouw op Papendal door een verbijsterd NOC-NSF werd afgeblazen. De storm luwde net zo snel als hij opstak: zoals het er nu voorstaat wordt in september op Papendal getraind.

Guusje Steenhuis, nummer twee van Europa in de klasse tot 78 kilo maar geen deelneemster in Rio, komt dat logistiek goed uit. Ze kan terug naar haar oude woonomgeving bij Nijmegen. "Wat judo betreft moet ik nog zien of het een verbetering is. In Rotterdam is alles goed geregeld met mijn trainer Mark van der Ham. Het is de vraag of hij meegaat naar Papendal. Over trainers is niets bekend, ook niet over de visie op topjudo."

Steenhuis vindt centraliseren geen goed idee. "Als Nederland zo groot was als Frankrijk, zou je daarover kunnen praten. Daar worden zelfs de trainingspartners betaald. In Nederland zijn maar acht of tien judoka's met een toelage van NOC-NSF. Voor de anderen wordt Papendal een kostbaar project, we moeten namelijk betalen om er te mogen trainen. Mijn grootste twijfel is of de sparringpartners dat kunnen en willen."

Buigt uiteindelijk de meerderheid voor Papendal, dan hebben thuisblijvers Grol en Polling een probleem: ze zijn in Haarlem hun sparringpartners en mogelijk trainer Maarten Arens kwijt. Polling: "Na de Spelen neem ik rust en kijk ik het eens aan. Er zijn veel vraagtekens en weinig antwoorden, dat is het hele ding."

undefined

Papendal spil van het netwerk

Het in Arnhem gelegen Papendal vormt de spil van een netwerk dat bestaat uit vier Centra voor topsport en onderwijs (cto's) en vier Nationale topsport centra (ntc's). De laatste vier zijn sportspecifiek: beachvolleybal in Den Haag, triatlon in Sittard, waterpolo in Utrecht en zeilen in Den Haag.

Op de cto's in Amsterdam, Eindhoven, Heerenveen en Arnhem worden fulltime trainingsprogramma's voor verschillende sporten aangeboden. Trainingsfaciliteiten, huisvesting, onderwijs, (para)medische en andere specialistische begeleiding liggen vlakbij elkaar.

Op de in 2014 vernieuwde Bosbaan faciliteren de roeibond en cto Amsterdam drie topsportprogramma's. Voor de deelnemers liggen de locaties voor sport, studie en wonen op fietsafstand.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden