Veel voorkomend, veel te weinig gemeld

Het onderwerp seksuele intimidatie in de sport is moeilijk bespreekbaar. Vijf jaar geleden werd door NOC-NSF de poule ter voorkoming en bestrijding ervan opgericht. Het gevecht om herkenning en erkenning is moeizaam, zo blijkt tijdens de jubileumbijeenkomst op Papendal.

PAPENDAL - ,,De relatie met mijn trainer was gebaseerd op vertrouwen, vriendschap en geborgenheid.'' Oud-atlete Nelli Cooman praat zo openhartig over de goede band met haar toenmalige coach Henk Kraaijenhof, dat mogelijke valkuilen terstond duidelijk worden.

Op haar zestiende had de latere wereldrecordhoudster op de 60 meter al de ambitie de beste sprintster te worden. Daarom reisde ze met haar trainer de wereld over. Inkomsten waren er niet, om kosten te besparen sliepen de twee op een kamer en nam Kraaijenhof de taak van masseur op zich.

,,Henk verzorgde mij als een vaderfiguur. Als ik niet kon slapen moest hij naast me op bed zitten tot ik sliep. Uren, nachten hebben we over van alles gepraat. Ook over seks, zonder het samen te hebben. Het ging zover, dat Henk wist wanneer ik moest menstrueren, zelf hield ik dat niet bij.''

De parallellen met de verhalen van Anita Staps, Irene de Kok en Monique van der Lee zijn evident. Ook deze drie judo-kampioenen hadden een nauwe band met hun toenmalige trainer Peter Ooms. En ook in hun geval werd op een kamer geslapen en was er, in judo onvermijdelijk, fysiek contact.

Maar hier was niet alles voor beide partijen wenselijk. Dat bleek toen de judoka's in '96 gezamenlijk een aanklacht tegen Ooms indienden wegens ongewenste intimiteiten.

Cooman: ,,Ik zie als sportconsulent hoe veel het op school voorkomt, het gevaar in sport is nog veel groter. Het gaat om afhankelijkheid, maar daar wordt door sporters nooit over gesproken. Het slachtoffer is vaak bang zelf fout te zijn geweest. Het gaat in een relatie om integriteit en grenzen, die voor iedereen verschillend kunnen zijn.''

Op het moment dat Staps, De Kok en Van der Lee naar buiten traden, was al duidelijk dat seksuele intimidatie een veel voorkomend verschijnsel is. Johan van der Haar, bij NOC-NSF de eerste vertrouwensman van sporters, drong twee decennia geleden bij de bonden aan om maatregelen te nemen. Ook een initiatief uit '94 om een meldpunt te starten, strandde.

Pas na de publiciteitsgolf die de affaire Ooms losmaakte, werd actie ondernomen. Die leidde in 1997 tot de poule ter voorkoming en bestrijding van seksuele intimidatie. Tweemaal was er een training voor vertrouwenspersonen die zorg dragen voor slachtoffers en ook (vermeende) daders begeleiden. Gisteren zei Petra Moget, projectleider van de campagne 'de weerbare sporter', tijdens de viering van het vijfjarige jubileum dat er ,,nog te weinig is veranderd''.

Moget had gehoopt dat nu het hele preventiebeleid op poten te hebben. Maar als ze hierover in 2002 tien telefoontjes van clubs heeft gekregen, is het veel. Er wordt pas contact opgenomen als er problemen zijn.

,,Vrijwilligers binnen verenigingen zijn zwaar belast, die zitten niet op nog meer taken te wachten. Het probleem heeft bovendien niet de hoogste prioriteit, dat heeft ook te maken met de beladenheid van het onderwerp.''

Na het openen van een meldpunt voor slachtoffers, kwamen in '98 114 meldingen binnen. Dat aantal liep terug tot 29 in 2001. Pas toen vorig jaar promotie werd gemaakt met de campagne 'de weerbare sporter', steeg dat weer tot 59.

De onbekendheid van de poule is zorgwekkend: zestien procent van de bestuurders, 11% van de trainers, 4% van de seniorensporters en 2% van de ouders van juniorensporters is ermee bekend. Daar wordt de komende vier jaar met een publiciteitsactie in bladen en op scholen aan gewerkt.

Voorts wordt het aantal regionale meldpunten (via website www.sport.nl of www.watisjouwgrens.nl) uitgebreid, worden kadertrainingen gestart, een handboek uitgegeven en komt er een weerbaarheidscursus voor sporter.

Van de slachtoffers die zich melden (Moget: ,,De meesten vinden dat doodeng, soms trekken ze zich na een gesprek al terug'') is 63 procent vrouw en is zestig procent jonger dan vijftien jaar. Het betreft klachten van niet-functionele aanrakingen tot aanranding en verkrachting.

Machtspositie is een groot probleem. En na klachten worden daders niet zelden in bescherming genomen vanwege hun staat van dienst. Clubs en bonden willen, ook onder invloed van sponsors, geen negatieve publiciteit. Ilja Keizer, topsportconsulent van NOC-NSF, noemde zelfs de trieste gevallen van verstoorde relaties tussen kind en ouders, die juist het onderwerpen aan een machtspositie stimuleren. De coach bepaald immers de selectie-plaatsen.

Kraaijenhof hief bij de paneldiscussie de waarschuwende vinger: trainers worden te makkelijk in een kwaad daglicht gesteld, er zijn ook andere begeleiders. Hij kwam met een schrikbarend cijfer uit de eigen praktijk.

,,Van de tien vrouwen die ik buiten Nelli heb begeleid, is in alle gevallen sprake geweest van seksueel misbruik. Sport kan voor slachtoffers een uitlaatklep zijn, waarbij de trainer een positieve rol kan spelen. Een groot deel van mijn vak bestaat uit psychotherapie. In 98 procent van de samenwerkingen gaat het goed, laten we ook daarvan leren. Niet alleen van de negatieve gevallen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden