Veel sfeer, weinig comfort in huis voor oude dames/Wie het betalen kan mag in Veenwijk wonen

OUDESCHOOT - “Het is een heel speciaal huis, heel apart. Het heeft iets dat mij aanspreekt. Rust, sfeer. Niet dat vliegen en rennen wat je in andere inrichtingen ziet. Maar je moet ervan houden.”

Mevrouw J. Peters van Neyenhof, bijna tachtig, is een van de elf bewoonsters van Huize Veenwijk in het Friese Oudeschoot. Een statig gebouw, vol deftige meubeltjes, kroonluchters en oude schilderijen, midden in een fraaie tuin met vruchtbomen en rozen. Er wonen alleen dames. Dames die het kunnen betalen.

Het tehuis is bezit van de Julia Jan Wouters Stichting, die ruim honderd jaar geleden werd opgericht om het testament van notarisdochter Julia Wouters uit te voeren. Het was haar wens dat het familiekapitaal zou worden gebruikt om 'ongehuwde behoeftige dames uit den fatsoenlijken en beschaafden stand' gratis onderdak te bieden. Vrouwen die net als zij een groot deel van hun leven voor ziekelijke ouders hadden gezorgd. Voor dat doel werd in 1901 een nieuw gebouw neergezet op de fundamenten van het vroegere woonhuis van de familie Wouters.

“Er was enorm veel belangstelling, vanuit het hele land. Waar kon je nou voor niets wonen en kreeg je nog zakgeld ook?” zegt B. van der Woude, al tien jaar lid van het stichtingsbestuur dat over een chique eigen vertrek in het huis beschikt. Inmiddels is er veel veranderd. Toen nog moesten de bewoonsters 'de ouderdom van 45 jaar' hebben bereikt, nu is het echt een bejaardenoord. En gratis is het al lang niet meer.

Op de begane grond zijn drie kamers, de bestuurskamer, de eetzaal, waar iedere dag om half een de warme maaltijd wordt geserveerd, de keuken en een conversatieruimte met veranda. De andere woonvertrekken en de gemeenschappelijke badkamer zijn boven. De huiskamer van mevrouw Peters van Neyenhof is stijlvol ingericht maar niet erg groot. Nog geen drie bij vier meter. Ze draagt een olijfgroen pakje. In haar oren heeft ze mooie zilveren knoppen, om haar vingers vier grote ringen.

Mevrouw Peters heeft altijd in de verpleging gewerkt, op het laatst als directrice van een bejaardenoord in Heerenveen. Ze is nooit getrouwd geweest en heeft geen kinderen, alleen een achternicht in Den Helder. In haar vorige huis ging het drieëneenhalf jaar geleden niet meer. “Ik durfde de trap niet meer op, er was geen sterveling die me zou vinden als ik zou komen te vallen. En ik heb een hartinfarct gehad. Dat maakte ook dat ik beschutter wilde leven.”

Ze voelt zich prettig in Veenwijk. Op nadrukkelijke toon: “Ik ben heel introvert. Ik zit hier heel gezellig op mezelf. Ik vermaak me iedere minuut, tot 's avonds laat aan toe. Met puzzelen, handwerken, lezen, klassieke muziek en de tv. Het gaat me er niet om dat ik iets moet zien bewegen. Ik kies programa's heel bewust uit. Het liefst kijk ik naar dierenprogramma's, die vind ik zo verkwikkend! Naar de commissie-Van Traa heb ik ook vaak gekeken en verder volg ik graag het buitenlandse nieuws.”

Vriendinnen heeft mevrouw Peters niet in Huize Veenwijk. “De meesten zijn zeer bejaard, sommigen hebben Alzheimer. Er zijn maar enkelen met wie ik me kan verstaan. Maar dat voel ik niet als een gemis. Ik drink wel koffie met ze, dat is goed voor de sociale verstandhouding. Maar ik houd er niet van om de hele dag bij elkaar in en uit te lopen. Dat leidt maar tot geroddel, daar krijg je heel grote narigheid van. Ik heb meegemaakt dat hele huizen daardoor werden verziekt.”

Of er in dit huis veel geroddeld wordt? Ze denkt even na. “Ik heb er geen concrete aanwijzingen voor. Ik merk alleen op dat ik met sommige dames niet in zee moet gaan. Er is een mevrouw, die is wat ruziezoekend, daar kijk ik voor uit.” Ook over de bovenbuurvrouw is ze niet zo te spreken. “Die houdt met niets en niemand rekening. Het is hier bijzonder gehorig, vaak heeft ze knoerthard de radio aan. Maar ik kan het wel accepteren hoor. En die gehorigheid heeft ook voordelen. Als de buurvrouw komt te vallen in de nacht hoor je dat. Dan ga ik zelf kijken en help ik haar overeind.”

“Er woont hier wel een bepaald soort vrouwen”, zegt J. Zeevenhoven, gepensioneerd huisarts en ook lid van het stichtingsbestuur. “Het zijn types die sociaal niet erg sterk zijn. Geen mensen die dan weer hier logeren en dan weer daar heen gaan. Je hoeft ook niet van alles voor ze te organiseren. Ze zijn niet geneigd aan allerlei dingen deel te nemen. Met de kerstdagen krijg je ze vaak de deur niet uit. Ze leven hier eigenlijk in een soort gezinsverband.”

Wie het betalen kan, mag in Huize Veenwijk komen wonen. Er wordt niet met wachtlijsten gewerkt want het verloop is gering. Kortgeleden zijn er twee dames overleden, de ene woonde er al 25 jaar. Het liefst moeten de vrouwen nog redelijk gezond zijn als ze komen. Maar als ze er eenmaal hun intrek hebben genomen, wordt er alles aan gedaan ze daar tot hun dood te verzorgen. Het is nog maar een keer voorgekomen dat een bewoonster, die haar heup had gebroken, naar een verpleeghuis moest.

Op het moment is het merendeel van de dames ver in de tachtig. Ze zijn allemaal nog redelijk ter been, een aantal is geestelijk verward. Zeevenhoven: “Een beetje dement is niet erg. Ze scharrelen hier lekker rond, vinden de weg wel. En er is voldoende hulp om hen schoon te houden en in hun eigen hokje te laten functioneren.”

In totaal staan er tien mensen op de loonlijst, waaronder een paar parttimers. De meesten hebben bewust gekozen voor een klein tehuis als Veenwijk. “Je hebt hier niet die sfeer van hurry, hurry, hurry”, zegt Van der Woude. Er werken geen mannen, behalve de tuinman. “Je moet het personeel zorgvuldig kiezen. Als je een knul in zo'n club meisjes zet, loop je het risico dat de boel uit balans raakt”, aldus Zeevenhoven.

Sjoukje Hielkema (33) is al acht jaar bejaardenverzorgster in Veenwijk. Eerder werkte ze in een grote instelling. “Het is hier veel huiselijker, veel gezelliger.” Moeilijker vindt ze het dat ze veel diensten alleen doorbrengt, zeker nu in de zomer. Ook de kok van het huis, Jannie Nutters (27), mist het contact met collega's, vertelt ze. In de grote keuken treft ze de voorbereidingen voor de middagmaaltijd: bietjes, witlof, gekookte aardappels en varkenslapjes. “Ik heb nog geen toetje maar ik denk dat het havermout wordt.”

Eten, drinken, wassen en verplegen: voor 2 200 gulden per maand worden de bewoonsters compleet verzorgd. Daarnaast moeten ze gemiddeld vierhonderd gulden per maand neertellen voor de huur van een woon-en slaapkamer. “Met alleen aow is dat niet te doen”, zegt Van der Woude. Voor subsidie komen de dames niet in aanmerking. De kamers hebben geen eigen toilet, badkamer en keukentje, zoals de wet vereist.

Zevenhooven heeft er soms een hard hoofd in of er voldoende vraag naar de kamers zal blijven. Het grootste probleem is volgens hem niet eens dat het tehuis onbetaalbaar wordt, al verkeren drie van de huidige bewoonsters nu reeds in financiële moeilijkheden. “Ik vraag me vooral af of men nog genoegen wil nemen met het comfort dat ze voor die prijs krijgen. Ik heb de indruk dat ouderen tegenwoordig eerder denken: geef mij maar een serviceflat, dan heb ik meer privacy en nog meer ruimte ook.

“ Een tijd geleden stond hier een prachtige kamer leeg”, vervolgt de oud-arts. De moeder van een vriend van me was niet zo goed meer, dus ik zei: 'is dat niet wat voor haar'. Hij is komen kijken en zijn reactie was: 'Nee, dat kunnen we moeder niet aandoen.' Van der Woude is optimistischer. “Ik geloof dat er hier en daar nog wel dames in Nederland te vinden zijn die zo willen wonen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden