Veel meer dan lesgeven alleen

De school louter als onderwijsinstelling: dat is niet meer van deze tijd, zeggen ze in Rotterdam. Daar doen scholen veel meer dan alleen les geven. „We zijn, samen met de ouders, verantwoordelijk voor het opvoeden van onze kinderen.”

Als hem achttien jaar geleden was verteld dat hij van onderwijzer langzaamaan zou veranderen in een opvoeder, zou hij minzaam gelachen hebben. Misschien vol ongeloof zijn hoofd hebben geschud, maar verder niets. „Onvoorstelbaar, wat er in bijna twee decennia kan veranderen”, zegt Piet Boekhoud, directeur van het regionaal opleidingencentrum (roc) Albeda in Rotterdam. „De tijden dat onderwijsinstellingen zich sec bezig hielden met onderwijzen liggen achter ons. De tijden veranderen en willen we de jeugd op het rechte pad houden, dan zullen we mee moeten veranderen.”

Hij refereert aan zijn ’school’, een liefkozend woord dat doet denken aan een ouderwetse, kleinschalige school waar de leerlingen op de gang bij wangedrag kunnen rekenen op een standje van de strenge directeur. In werkelijkheid is zijn schooltje een onderwijsinstelling met bijna dertigduizend leerlingen, 2400 medewerkers, 50 locaties en ruim 350 opleidingen. Een megaonderwijsinstelling die ontstond na verschillende fusies van middelbare scholen in de jaren negentig. In die tijd veranderde ook de bevolkingssamenstelling van de grote steden. In Rotterdam betekent die verandering anno 2008 dat de stad één van de weinige steden in Nederland is waar geen sprake is van vergrijzing, maar juist van verjonging. Bovendien is meer dan 57 procent van de jeugd van allochtone komaf.

„Die veranderde bevolkingssamenstelling zorgt ook voor andere maatschappelijke problemen die niet ophouden bij het hek van de onderwijsinstellingen”, zegt Boekhoud. „Docenten signaleren steeds vaker problemen bij leerlingen die niet school-gerelateerd zijn, maar die wel een enorme invloed hebben op de schoolprestaties: enorme schulden, problemen met justitie, huisvesting of gebrek aan sociale vaardigheden. Dan kun je als onderwijsinstelling menen dat het niet de taak is van een school om die problemen aan te pakken, maar zo zit ik niet in elkaar. Mijn medewerkers overigens ook niet.”

Het voorbeeld van een docent die uit wanhoop besloot een dakloze leerling in huis op te vangen, schetst volgens Boekhoud de betrokkenheid en de wil om iets te willen doen aan de problemen waar ’zijn’ jongeren mee kampen.

De school als opvoeder, maatschappelijk werker, inburgerhulp of veilige haven voor thuisloze jongeren – Boekhoud ziet het ondertussen als maatschappelijke plichten waar de school ook verantwoordelijkheid voor draagt. Sterker: „De verantwoordelijkheid van de scholen zal in de toekomst alleen nog maar toe moeten nemen als je een leefbare samenleving wilt”, zegt Boekhoud.

Maar welke eisen, behalve een gedegen opleiding, mag de samenleving stellen aan een onderwijsinstelling?

Daar vindt vaak een ongenuanceerde discussie over plaats, vindt onderwijsdeskundige Cees de Wit van adviesbureau KPC Groep. „De stelling dat ouders verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van het kind en de school voor de opleiding, past niet meer bij deze tijd. Opvoeding is tegenwoordig complex geworden. Kinderen krijgen niet genoeg bagage mee om volwaardige democratische burgers te worden, terwijl we dat wel verwachten. De anonimiteit en individualisering van de maatschappij is daar grotendeels schuldig aan. Dat geldt vooral in de grote steden, maar ook elders zien we de tendens van anonimiteit toenemen.”

In de grote steden, in het bijzonder in Rotterdam, wordt de discussie over de grenzen van de verantwoordelijkheid al langer gevoerd. Maar, zegt Boekhoud, „Zoals dat gaat in Rotterdam zijn we meer doeners dan praters. Onze instelling is simpel: passen en meten en dan maar kijken wat werkt.”

Wat werkt is bijvoorbeeld dat beide roc’s in Rotterdam, Albeda en Zadkine, meerderjarige dakloze leerlingen huisvesten in zogenoemde woonfoyers. „Ruim duizend leerlingen moesten stoppen met hun opleiding omdat ze, om welke reden dan ook, dakloos waren geraakt. Daar sta je dan als school, machteloos. Met alleen de wetenschap dat de leerling niet stopt vanwege een gebrek aan motivatie maar omdat hij andere dingen aan zijn hoofd heeft dan huiswerk maken en naar school gaan. Samen met woningbouwcorporaties hebben we gekeken naar mogelijkheden om deze leerlingen een dak boven het hoofd te geven. Het alternatief is niets doen en zien hoe deze jongeren zonder startkwalificatie van school gaan en op de arbeidsmarkt geen enkele kans meer maken. Aan het eind van de rit betaalt de samenleving vervolgens een hogere prijs. Zo heeft hoogleraar organisatiekunde Roel in ’t Veld berekend dat elke euro die je aan ’de voorkant’ investeert in jongeren, ruim tien euro oplevert. Investeringen die wij als onderwijsinstelling doen, betalen zich ruimschoots terug. We kijken naar de resultaten op de lange termijn.”

Maar als scholen de gaten op moeten vullen die wij in de samenleving laten vallen, dan doen we toch iets verkeerd? „We werken en leven niet meer sámen, zoals dat ooit bedoeld was. Jeugdzorg, maatschappelijk werk, scholen – al die instanties, we werken langs elkaar heen en met de verkeerde, achterhaalde aanpak. We hebben het niet door als er iets mis gaat. Sinds de ontzuiling en de roerige, bevrijdende decennia daarna, gingen wij uit van waarden en normen die door nieuwkomers niet werden gedeeld. Eigen verantwoordelijkheid, vrije opvoeding van onze kinderen – het zijn voorbeelden van verworvenheden die ouders van allochtonen kinderen veelal niet met ons delen of hebben gedeeld. Hun opvoeding verschilt met die van ons, en dat is ook niet vreemd. Ik heb niet gestudeerd maar door mijn ervaring in het onderwijs kan ik met zekerheid zeggen dat de kinderen van nu duidelijke grenzen nodig hebben. In ieder geval de kinderen in Rotterdam. Daarmee wil ik niet alle ouders diskwalificeren maar er bestaan grote verschillen in hoe mensen tegen opvoeding aankijken. Dat merk je al op de basisscholen.”

Die betreffende basisscholen in Rotterdam hebben meer taken op zich genomen dan je van een school mag verwachten.

De Mariaschool in Spangen was één van de eerste basisscholen in de gemeente die de lesweek met minimaal twee uur verlengde. Op de zwarte school in het westen van Rotterdam, krijgen de leerlingen in de extra uren les in drama, dans, muziek, sport en computerles. Het is een manier om de achterstanden die deze kinderen hebben gedeeltelijk weg te nemen. Verreweg de meeste ouders van deze leerlingen hebben het geld niet om hun kind iets extra’s mee te geven in het leven. Zij kunnen geen lidmaatschap van sport- of hobbyvereniging betalen. Naast de extra uren op school geeft de school ook les aan de analfabete moeders van hun leerlingen.

Het is een manier van inburgeren waar basisschool De Boog in Delfshaven, bijna als vanzelfsprekend, ook aan meedoet. De kleuters van De Boog kunnen vanachter hun tafeltje in de klas bij wijze van spreken zwaaien naar hun moeders in het klaslokaal aan de andere kant van de gang. Die moeders krijgen bijna dezelfde lessen, gegeven door docenten van de roc’s. ’s Avonds nemen moeders en kinderen samen huiswerk mee naar huis.

Een typisch voorbeeld van passen-en-meten-en-kijken-wat-werkt, zegt Boekhoud. „Deze moeders willen de Nederlandse taal wel leren, maar de drempel naar het inburgeringsloket is te hoog of ze mogen niet van hun man. Alles goed en wel, het maakt niet uit om welke reden ze thuis blijven. Waar het om gaat is dat de vrouwen tóch naar de basisschool gaan om hun kinderen weg te brengen. Wij brengen de lessen dan maar naar hen toe.”

De Wit vindt het een geniale oplossing. Ook al rijst de vraag dat je als ouder toch zelf verantwoordelijk bent voor het leren van de taal. „Ja, maar feit is dat deze allochtone moeders níet uit zichzelf inburgeren. Dan kunnen wij met zijn allen vinden wat we willen maar de realiteit verandert daar niet door. De Rotterdamse aanpak verdient lof. Net zo constructief is de huisvesting van dakloze leerlingen. Simpele oplossingen voor grote problemen, want de kinderen komen sowieso naar school en de moeders brengen dagelijks hun kinderen weg. Als de moeders de taal wél willen leren op de basisschool omdat dat laagdrempelig is, wat kun je daar tegen hebben?”

De Wit adviseert ouders en scholen over het zogenoemde Educatief Partnerschap tussen ouders en scholen. Een partnerschap dat stoelt op community sense of, in goed Nederlands, ’It takes a whole village to raise a child’. „Het is zaak die village, die gemeenschap, weer vorm te geven. Dan hoeft de school ook niet alles te doen. Ouders hebben altijd de eindverantwoordelijkheid voor hun kinderen maar het idee dat we samen een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor het opvoeden van onze kinderen, daar komen we niet meer onder uit. En naar mijn mening moeten we dat ook niet willen. De oude dogma’s over opvoeden en onderwijs, het onderwijssysteem van de jaren vijftig en de ouder als enige en absolute opvoeder, behoren tot het verleden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden