Veel meer dan alleen die brug

Avignon heeft de allure van een grote stad, maar is prettig overzichtelijk. Net als in de Middeleeuwen, toen de stad honderd jaar het centrum van de katholieke wereld was.

Le pont d’Avignon mag dan wereldberoemd zijn, het blijft gewoon een brug die nergens heen gaat. Toch komen er, vanwege dat bekende liedje, busladingen toeristen op af. De Zuid-Franse stad mag de 19de-eeuwse componist Adolphe Adam dankbaar zijn.

Na de oplevering, in de twaalfde eeuw, moet het een indrukwekkend gezicht geweest zijn: de Pont Saint-Bénezet overspande met 22 bogen – bijna een kilometer lang – de Rhône. In de volgende eeuwen werd de brug steeds gammeler en een zware overstroming in 1668 spoelde een groot deel weg. Er is alles aan gedaan om een bezoekje aan de vier resterende bogen de moeite waard te maken, met tentoonstellingen over de brug én het lied. Maar wie in Avignon hooguit één keer in de rij wil staan, kan toch beter kiezen voor die andere toeristenmagneet, het 14de-eeuwse pausenpaleis. Dit ’grootste gotische paleis ter wereld’ maakt zijn faam wél meer dan waar.

De imposante muren en torens, die hoog boven de stad uitsteken, bepalen de middeleeuwse sfeer van het oude centrum van Avignon, dat in 1995 tot Unesco-werelderfgoed werd uitgeroepen. In 1309 vestigde paus Clemens de Vijfde, een Fransman, zich in Avignon omdat het in Rome bijzonder onveilig geworden was. Zijn opvolgers besloten te blijven en bouwden het robuuste onderkomen – eerder een kasteel dan een paleis. Een kleine eeuw werd de katholieke kerk vanuit Zuid-Frankrijk bestuurd. In het kielzog van de kerkleiders volgden kunstenaars, edellieden, politici en allerhande gelukszoekers. Ook de Italiaanse dichter Petrarca woonde er, zeer tegen zijn zin. Hij omschreef Avignon als ’een riool waarin alle vuil van het universum is vergaard’. De slaperige provinciestad kreeg zogezegd wereldse allure.

Die heeft de stad vandaag de dag nog steeds, tegenwoordig op een heel beschaafde manier. Vooral in juli, als het jaarlijkse theaterfestival gehouden wordt, bruist het. Op de binnenplaats van het pausenpaleis staat het hoofdpodium, maar in ieder beschikbaar zaaltje en op elke straathoek vinden optredens plaats.

De drie weken durende culturele explosie galmt de rest van het jaar na. Avignon herbergt meer musea, galeries en theaters dan je in een stad met krap 90.000 inwoners zou verwachten. Meer winkels, cafés en restaurants ook, trouwens. Op het centrale plein, de Place d’Horloge, is het vanaf de vele terrassen fijn mensen kijken. In de Rue de Teinturiers zijn de oude watermolens omgebouwd tot eethuisjes en boetieks. De grote schoepraderen draaien langzaam op de stroming van een gekanaliseerd riviertje.

Avignon kan overvol zijn. Vooral de straatjes tussen de ’pont’ en het pausenpaleis raken in het hoogseizoen nog wel eens verstopt. Ontsnappen is echter niet moeilijk. Net als in veel historische steden blijven alle toeristen bij de hotspots hangen en wagen ze zich niet in een onoverzichtelijk netwerk van steegjes. Avignon is geen uitzondering: sla een hoek om en voor je het weet loop je over uitgestorven pleintjes en in stille straatjes. Verdwalen is onmogelijk, je komt altijd bij de stadsmuur uit, die het oude centrum nog volledig omsluit, met poorten en al. De muur is niet hoog en ziet er op sommige plekken uit of je er, na een flinke aanloop, zo overheen kunt springen. Vroeger was dat niet mogelijk, want er lag een diepe gracht voor. Die is allang gedempt en de vrijgekomen ruimte wordt helaas overal als parkeerplek gebruikt, waardoor de muur het best van de binnenkant bewonderd kan worden. Avignon heeft plannen om het autoverkeer aan te pakken. De drukte in de stad valt mee, maar direct buiten de muren raast het verkeer. Dat stoort nog het meest aan de Rhônekant, waar een vierbaansweg alle ruimte tussen de oude stad en de rivier opvult en zelfs onder een van de vier bogen van de beroemde brug doorloopt.

Aan de overkant van de Rhône ligt Villeneuve lez Avignon, een stadje dat zich qua sfeer en monumenten aardig kan meten met de grote buur, maar waar nauwelijks een toerist komt. Boven de wirwar van kronkelende straatjes torent het kolossale Fort St-André. Binnen de muren wacht een aangename verrassing: de tuinen van de hoogbejaarde mademoiselle Roselyne Bacou, de voormalige conservator van het prentenkabinet van het Louvre. De tuinen zijn aangelegd tussen de ruïnes van een abdij. De afbrokkelende muren zijn weelderig begroeid met bomen en planten. Mademoiselle Bacou woont er nog steeds, in het deel van de abdij dat nog overeind staat. Om het huis van binnen te bekijken moet je geluk hebben – in april, mei en juni stelt ze het eens per maand open voor bezoekers die zich vooraf hebben aangemeld bij het Office de Tourisme van Villeneuve.

www.tourisme-villeneuvelezavignon.fr

Volgens het bekende lied werd er sur le pont, op de brug van Avignon, gedanst. Maar dat schijnt een misvatting te zijn. Ooit speelde de vrolijkheid zich sous le pont, onder de brug, af. Vooral op het Ile de la Barthelasse, het eiland midden in de Rhône waar de brug overheen liep. Op het eiland stond in pauselijke tijden een herberg waar dieven en oplichters zich vrolijk maakten over de stroom van nieuwe, potentiële slachtoffers die dagelijks via de brug in de stad arriveerden.

Barthelasse is nu juist een oase van rust waar Avignonais – opvallend vaak vergezeld door een klein hondje – ontsnappen aan de drukte en warmte in de stad. Een gratis pontje vertrekt met grote regelmaat vlakbij de Pont St Benezet naar het eiland. Vanaf de oever heb je er een prachtig uitzicht op de stad en de brug. En toeristen die goedkope accommodatie zoeken, kunnen er terecht op twee campings.

Het eiland, met 700 hectare het grootste riviereiland van Europa, is eigenlijk te uitgestrekt voor een wandeling, al wordt hard gewerkt om het oude jaagpad daarvoor geschikt te maken. Op de punt van het eiland die dicht bij de stad ligt, kom je nog te vaak in doodlopende straten of drukke autoroutes terecht. Om echt te genieten van de bossen, weilanden en wijngaarden pak je de fiets. Sinds kort kan dat, net als in het grote Parijs, op ’witte’ fietsen die de stad overal heeft geplaatst. Met een kaart die te krijgen is bij het toerismebureau kan de fiets uit de stalling gehaald worden.

www.velopop.fr

Het was het lelijkste gebouw van de stad: de overdekte markthal annex parkeergarage waarvoor in de jaren zeventig de prachtige, 19de-eeuwse hallen gesloopt werden – ’vanwege de hygiëne’, meldt een informatiebord op Place Pie emotieloos. Gelukkig heeft plantenkunstenaar Patrick Blanc veel goed gemaakt door de voorgevel van de betonkolos te voorzien van een ’verticale tuin’. Een gevarieerd tapijt van planten groeit tegen de gevel op, wortelend in een laag kunstvilt, waardoor water en plantenvoeding sijpelt. Afhankelijk van het seizoen fleuren ook bloemen de gevel op.

Deze muurtuinen zijn een echte trend in Frankrijk. Blanc creëerde de eerste in 1988 bij het wetenschapsmuseum in Parijs. Sindsdien perfectioneerde hij de techniek, met als beroemdste voorbeeld het Musée du quai Branly, het prestigeproject van Chirac, in Parijs.

Binnen is het inderdaad gelukt om van Les Halles een hygiënische plek te maken. Het gebrek aan sfeer wordt gecompenseerd door een fantastisch aanbod aan regionale producten. Vis, zeevruchten, allerhande worsten en hammen, kazen, olijven, oliën en kruiden; de culinaire avonturier wordt voortdurend verrast. Er is zelfs een stand waar tientallen soorten aardappels te koop zijn. In het weekend geven koks uit de regio gratis kookcursussen.

www.avignon-leshalles.com

Avignon gaat tegenwoordig gelukkig heel respectvol om met historische gebouwen. Vele hebben onlangs een nieuw leven gekregen, zoals het armenhuis in de Rue des Lices, waarin appartementen zijn gebouwd. Een deel van het pausenpaleis is in gebruik als congrescentrum. Het stadsarchief is gevestigd in een gebouw waar vroeger de zijde werd gekeurd die in Zuid-Frankrijk op grote schaal geproduceerd werd. De kookpotten waar de cocons met zijderups en al in verdwenen, staan er nog steeds. Ze zijn versierd met voorstellingen van het oude China, uitgevoerd in fel gekleurd email (6, Rue Saluces). Een zeer geslaagd project is de universiteit van Avignon, dat in de 17de eeuw werd ontworpen als ziekenhuis en tot 1980 ook als zodanig in gebruik was. Je kunt je nu bijna niet voorstellen dat in dit paleisachtige complex patiënten huisden. Tien jaar geleden trokken de studenten er in.

Avignon heeft veel musea, allemaal gevestigd in prachtige oude stadspaleizen en alleen daarom al een bezoek waard. Het Petit Palai, met zijn middeleeuwse kunst, en het breed georiënteerde Musée Calvet trekken de meeste aandacht. Maar sla het Musée Angladon niet over. Al was het alleen maar omdat hier de enige Van Gogh hangt in de hele Provence – de streek waar de schilder zijn mooiste werken maakte. Het verhaal achter het museum spreekt ook tot de verbeelding. De collectie werd bijeengebracht door de Parijse modekoning Jacques Doucet (1853-1929). Aanvankelijk verzamelde hij 18de-eeuwse werken. Maar hij werd gegrepen door de moderne kunst, en in 1912 verkocht Doucet op een veiling zijn hele collectie om werken van kunstenaars als Matisse, Manet, Cézanne en Degas te gaan verzamelen. Hij liet zelfs zijn huis in Parijs inrichten door de grote meubelontwerpers van zijn tijd. Helaas is veel van zijn collectie door erfgenamen verkocht. Zo verdween Picasso’s ’Desmoisselles d’Avignon’ in 1937 naar New York. De restanten van Deucets verzameling kwamen in handen van Jean Angladon-Dubrujeaud en zijn vrouw Paulette. Zij voegden er nieuwe werken aan toe en besloten de hele collectie, inclusief hun statige stadswoning, na te laten aan de stad Avignon. Het museum, dat in 1996 openging, ademt nog steeds een huiselijke sfeer. Kostbare kunstwerken hangen in gezellig gemeubileerde woonvertrekken.

www.angladon.com

Het is niet moeilijk om je in Avignon in de Middeleeuwen te wanen, met alle kerken, kloosters en fortificaties. Wie echt wil doorpakken, moet zeker een bezoekje brengen aan Le Comptoir des Legendes, een winkeltje aan de beste winkelstraat van de stad, de Rue Joseph Vernet. Op nummer 74 kan men zich een middeleeuws uiterlijk aanmeten – zelfs een complete wapenrusting behoort tot de mogelijkheden. Een zwaard kost 200 euro, een lans 170 en een ridderhelm is er vanaf 140 euro.

www.lecomptoirdeslegendes.com

Een bioscoopje pakken is er voor veel Nederlanders niet bij in Frankrijk – je moet een stevige kennis van de taal hebben om een film te kunnen volgen. In Avignon is Cinema Utopia een uitkomst. Hier draaien veel films in de Version Originale – niet nagesynchroniseerde engelstalige films. Het filmhuis, in een stil straatje direct achter het pausenpaleis, heeft ook nog eens een prachtig terras en een uitstekende keuken.

4 Rue Escaliers Ste Anne

www.cinemas-utopia.org/avignon

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden