Veel leraren zijn nog wat digibang

Het digitale schoolbord is dé hype op de Nationale Onderwijs Tentoonstelling 2007. Maar: „Ik wou dat wij het konden betalen.”

Het schoolkrijtje is passé, zou je denken tijdens een wandeling over de Nationale Onderwijs Tentoonstelling in de Utrechtse Jaarbeurs. In veel stands hangen glimmende schermen, waarop leerkrachten met een speciale pen kunnen schrijven. Maar dit toverbord kan ook filmpjes vertonen en liedjes afspelen. Zo wordt een geschiedenisles over de Berlijnse muur een heus multimediaspektakel, met beelden uit een oud NOS-Journaal en het lied ’Over de muur’ van het Klein Orkest.

„Ik zou niet meer zonder kunnen”, zegt Susan Middeldorp, leerkracht aan groep 5 van basisschool De Krullevaar in Den Haag. Zij werkt al een tijdje met het digitale bord en merkt dat vooral haar allochtone leerlingen vooruit zijn gegaan: „Ik kan de lesstof wel vertellen, maar dat zegt ze niets. Zij zijn visueel ingesteld, ze begrijpen iets eerder als ik het ook laat zien.”

Maar voor de meeste docenten zijn deze ’smartboards’, zoals ze ook wel heten, nog verre toekomstmuziek. Wie er één klaslokaal mee wil inrichten, moet rekenen op zo’n 3500 euro. „En dat kunnen wij helaas niet betalen”, verzucht Marit Bennis, ICT-coördinator van openbare basisschool De Baanbreker in Gorinchem.

Samen met je leerlingen computergames maken, of meewerken aan een digitale encyclopedie (WikiKids) – mogelijkheden genoeg om de computer een rol te geven in het lesprogramma, blijkt uit het ICT-aanbod van de onderwijsbeurs. En toch gebeurt dat maar mondjesmaat volgens Frans Schouwenburg van Kennisnet: „Ik grap wel eens: een achttiende-eeuwer zou zich prima thuis voelen in een klaslokaal van nu, want daarin is niet veel veranderd.”

Geld is voor veel scholen een probleem – smartboards, computers en software zijn duur. Maar het echte knelpunt is de kennis van de docent, aldus Schouwenburg: „Die voelt zich technologisch gezien nog steeds de mindere van zijn leerlingen.” De leraar is nog een beetje digibang en heeft het bovendien vaak te druk om zich in innovatieve leermiddelen te verdiepen.

Het ouderwetse schoolboek lijkt dus nog niet verslagen door zijn digitale concurrent. Maar kleine stapjes zetten scholen, uitgevers en docenten wel. Zo verwijzen veel moderne schoolboeken naar een website, waarop extra oefeningen staan. En alle scholen hebben nu een ’elo’, een elektronische leeromgeving. Al is die, zegt Schouwenburg van Kennisnet, nog vaak ’een lege schil’.

Dat het maken van een website over de bloedsomloop – de moderne variant op het werkstuk – helemaal niet moeilijk is, demonstreert leerling Anne op de beurs. Al gaat het even mis, omdat ze verkeerd is ingelogd. Hè bah, zucht haar docent, „Zul je altijd zien: gaat het uitgerekend nú mis.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden