Veel Haagse bluf in 'Troilus en Cressida' Criminelen met knippende stiletto's stelen de show theater

21/12 Maastricht, 22 Zoetermeer, 28 Venlo, 29-31 Den Haag. Daarna elders tot 14/2, met series in Utrecht (8 en 9/1), Den Haag (10-14/1 en 23-28), Rotterdam (18-20) en Amsterdam (6-10/2).

Eerst kwam Toneelgroep Amsterdam met de 'Ilias' (van Homerus zelf), toen Theater van het Oosten met de 'Troje Trilogie', waarvoor de schrijver, Koos Terpstra, put uit de latere Griekse tragedies. Nu speelt Het Nationale Toneel de 'Troilus en Cressida' van Shakespeare, die daarvoor teruggrijpt op een middeleeuwse hoofse legende. En met de jaarwisseling sluit de 100-jarige Stadsschouwburg in Amsterdam de hekken met de 'Gijsbrecht', Vondels klassicistische drama, waarin de val van Troje zoals die door Vergilius is beschreven, is herdicht en de stad met haar stoffige vlakte zijn getransponeerd naar de benauwde veste Amsterdam en de zich door het zompige moeras voortslingerende Haarlemmerdijk.

Troilus is de jongste broer van Hector, die aan Cressida wordt gekoppeld door haar oom. Na de eerste liefdesnacht moet hij haar weer afstaan: zij wordt door Priamus geruild tegen een door de Grieken gevangen genomen Trojaan. Ze zweren elkaar eeuwig trouw, maar direct na haar aankomst in het Griekse legerkamp schikt Cressida zich gewillig naar de lusten van Diomedes.

Doodzonden

Geilheid, pocherij en afgunst zijn de drie doodzonden van het stuk dat door Johan Doesburg, in navolging van velen voor hem, is geregisseerd als een moralistische satire over de twee grote hartstochten van de kroon der schepping: oorlog en ontucht. De Griekse en Trojaanse helden worden voortgedreven door een neurotische dwang om te doden, en de vrouwen Helena en Cressida zijn speeltjes voor de nacht aan wie elk eergevoel ontbreekt. De lompe soldaat Thersites is de clown die met zijn ongezouten kritiek iedereen voor schut en joker zet.

Historisch en literair is het waarschijnlijk verantwoorder als je deze vervelende on-tragedie interpreteert als een stuk dat de dichter niet schreef voor zijn Globe-spelers, maar voor advocaten in opleiding: een brallerig corpsstuk met alle vunzige kantjes die dat met zich meebrengt. Maar daar maak je natuurlijk geen interessante voorstelling mee, en dus word je wel gedwongen de satire op te zoeken.

Criminelen

Dat doen de acteurs heel beeldend met Han Kerckhoffs als klapper in de rol van Thersites. In zijn dubbelrol van de ziener Calchas praat hij aangeleerd plat Haags, wat heel leuk is, want in de 'Troilus' is Calchas een naar de Grieken overgelopen Trojaan. En de Grieken zijn hier een stelletje Haagse criminelen met knippende stiletto's, waarvoor je graag een straatje omloopt: Jack Wouterse (Ajax) als vleesberg zonder hersens, Jules Royaards (Agamemnon) als godfather, Menno van Beekum (Odysseus) als het brein van de bende, Ingejan Ligthart Schenk (Menelaos) en Erik de Vogel (Diomedes) als de snelle jongens in lawaaierige pakken, Cees Geel (Achilles) als de gluiperd die het doet met alles wat los en vast zit en Hylke van Sprundel als zijn bedmaatje Patroclus, een valse nicht en een nogal vergaande interpretatie van Shakespeare's tekst.

Dubbelrollen

De meesten van hen spelen ook een rol als Trojaan; waarom Royaards als Priamus dan met een kip tussen zijn benen de vergadering leidt, is een van de weinige raadsels die Doesburg ons opgeeft.

Hans Dagelet speelt de twee grote tegenstellingen in dat kamp in een dubbelrol: als de oom van Cressida, Pandarus, is hij gewoon een vieze man; als Hector haalt hij wel veel weg van de sympathie die Shakespeare hem gunt. Vooral voor zijn smadelijke dood aan het eind stelt Dagelet zijn personage naar mijn gevoel te veel verantwoordelijk door hem als een vermoeide slager te spelen die aan het eind van de dag vindt dat hij nu wel genoeg bloed aan zijn mes heeft zitten.

Stapelbedden

Het decor van André Joosten, acht stapelbedden en een blikkerende metalen achterwand, is duidelijk. De choreografieën met deze bedden op wieltjes als Trojaanse muur, als zaal en zo voort, geeft wel een dieptewerking aan de grote toneelruimte van de schouwburg, maar blijft een beetje in de esthetiek daarvan steken.

De meeste moeite had ik met Ariane Schluter als Cressida en Mirjam Sternheim als Helena. Ze zijn, binnen het satirische kader van deze voorstelling, niet stuitend genoeg, maar integendeel zeer kusbare meisjes temidden van al deze mannetjesputterij. Misschien had Doesburg er beter twee relnichten van kunnen maken - tenslotte werden hun rollen bij Shakespeare ook gespeeld door jongens. Maar ja, ook dat wekt misschien weer misverstanden. Ik blijf het een rotstuk vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden