Review

Veel geklak van dameshakken op parketvloeren

Films van Jean-Luc Godard verschijnen nog maar sporadisch in Rotterdam, maar dit jaar is hij er wel als acteur te zien. Godard heeft een hoofdrol in 'Après la réconciliation', de nieuwste film van zijn levensgezel Anne-Marie Miéville, de Zwitserse filmmaakster die dit jaar filmmaker-in-focus is op het festival. Godards rol in haar film is er een die zijn mythische status bevestigt, en hij kan rekenen op een gepaste ontvangst.

Het mogen drogredeneringen, platitudes of flauwe grappen zijn die uit zijn mond rollen, het is de meester zelf die het zegt en dus reageert het festivalpubliek met instemming. En zo werd er nog aardig wat gelachen om de knorrige oude man, kalend en met grijs haar dat boven de oren omhoog wipt, en een spottend-melancholieke blik achter dikke brillenglazen. Het was ook een opgelucht lachen wel. Want hoewel Godard de reputatie heeft alleen nog in orakel-spreuken te spreken, is hij in 'Après la réconciliation' een wonder van helderheid vergeleken met de anderen.

In dit filosofische Kammerspiel ontmoeten twee mannen en twee vrouwen elkaar en zij praten. Zij praten over het praten, over het bestaan van het bestaan, of over een deur die geen deur is. Ondertussen zuchten ze over onvervuld verlangen en klakken de hoge hakken van de dames hard op de krakende parketvloer. Het lijkt erop dat Miéville, die in 1988 met 'Mon chèr sujet' (ook op het festival te zien) nog een aantrekkelijk poëtisch-realistisch drama afleverde, dezelfde weg heeft afgelegd als haar beroemdere metgezel: van muzikaliteit en poëzie naar zo'n Franse, voortrazende woordenvloed, die bij vlagen geestig is maar merendeels ontoegankelijk.

Godard en Miéville zijn niet de enige helden van weleer die een nieuwe film presenteren op het festival. Een andere regisseur uit de tijd dat de Franse cinema de Europese markt nog domineerde, is Chantal Akerman. Na een commercieel uitstapje met de romantische komedie 'A couch in New York', en na zich vervolgens meer toegelegd te hebben op de beeldende kunst, keert ze met de Proust-verfilming 'La Captive' terug naar haar experimentele films. ,,Ik weet niet of jullie mijn films kennen'', zo waarschuwde ze het (jonge) Rotterdam-publiek van tevoren, ,,maar deze is niet zo snel en heeft geen grapjes''.

Traag is 'La Captive', over de obsessie van een jonge man Simon voor de jonge vrouw Ariane, die zich bereidwillig door hem laat stalken. Ook in Akermans film geklak van dameshakken op parketvloeren en zuchten over onvervuld verlangen. Maar dankzij de actrice Sylvie Testud, die mooi en lelijk tegelijk is, word je toch geraakt door dit slome, lome vertoog over obsessie, schoonheid, liefde en pijn.

Voor het bewijs dat de Franse cinema de crisis van de jaren tachtig en begin jaren negentig heeft overwonnen (al wordt dat door de Nederlandse filmdistributeurs nog niet altijd voldoende opgemerkt), kun je echter beter terecht bij de recentere Franse filmmakers. Zo is in het 'Critics Choice'-programma de laatste film van Claire Denis te zien: 'Beau Travail', een film die vorig jaar al in Berlijn heeft gedraaid maar toen niet is aangekocht. Ook 'Beau Travail' gaat over obsessie en schoonheid en heeft een hoofdrolspeler die mooi en lelijk tegelijk is. De elegante, pokdalige underground-ster Denis Lavant rivaliseert met een soldaat om de sympathie van de commandant in het huurlingenlegioen. 'Beau Travail' is een prachtige, mysterieus-melancholieke woestijnvertelling, losjes geïnspireerd op Melville's 'Billy Bud', en kent een (bijna) even intens slotakkoord als 'Mauvais Sang', de film waarin Denis Lavant ooit voor het eerst zijn acrobatische danskunst vertoonde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden