Veel contracten in sport slecht of onvolledig

Op weg naar een beter sportklimaat is de topsporter vergeten. Meer dan de helft van de 4600 Nederlandse beroepssporters heeft geen contract.

Marcel Sturkenboom sprak van een deja vu. Alle adviezen voor verbetering van de arbeidsverhoudingen van beroepssporters had de directeur van de volleybalbond al in 1992 gehoord. En jawel, ook Heiko van Staveren, hoogleraar Sport en Recht, noemde destijds de danssector in zijn onderzoek als voorbeeld.

Van Staveren bracht begin jaren negentig in opdracht van WVC de knelpunten in de rechtspositie van de topsporter in kaart. Zijn bevindingen leidden in 1994 tot de oprichting van het Fonds van de Topsporter, waaruit de stipendia van A- en B-sporters worden betaald.

Gisteren werd in Nieuwspoort in Den Haag het in opdracht van VWS tot stand gekomen rapport ’Een wereld te winnen’ gepresenteerd. Het is een onderzoek naar de wijze waarop de arbeidsverhoudingen van beroepssporters is geregeld. Conclusie: in veel gevallen niet of heel slecht.

Sturkenboom, tot eind vorig jaar directeur Sport van NOC-NSF, kwam tot de conclusie dat de sport achter de feiten aan heeft gelopen. „Sinds 1992 hebben we tijd verspeeld, en daarbij kijk ik ook mezelf aan. Op een gegeven moment hadden we als NOC-NSF via Randstad topsporters in dienst. Dat was een sterk wapen, alle voorzieningen waren ermee afgedekt. Daarna kwam het stipendium, en dat is geen arbeidsverhouding. De afgelopen jaren lag de focus op coaches, we zijn de sporters vergeten.”

Volgens een onderzoek van Maarten van Bottenburg, bijzonder hoogleraar sportontwikkeling, herbergt Nederland 4600 beroepssporters. Dat zijn mensen die met sport meer verdienen dan een onkostenvergoeding. Slechts bij 2000 van hen, merendeels beroepsvoetballers, zijn afspraken in een contract vastgelegd.

Veel contracten zijn ook nog slecht of onvolledig. Vaak maken een arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioen of afspraken over wat te doen bij ziekte of een dopingschorsing er geen deel van uit. Dat komt meestal niet door onwil, maar door onwetendheid, onervarenheid of onkunde aan de kant van club of bond en desinteresse bij de sporter. „Die is al lang blij dat hij een contract kan tekenen en weer mag gaan sporten”, aldus oud-schaatser Jochem Uytdehaage.

Problemen bij het maken van een sport-cao zijn legio, toch moet die er komen. Eén modelovereenkomst wordt door projectleider Eric Lankers zelfs onmogelijk genoemd door de enorme versnippering van belangen, die ook in elke sportdiscipline weer een ander karakter hebben. Een beroepssporter is een spin in een groot web, waarin clubs, bonden, sponsors, de koepel NOC-NSF, individuele contracten en nevenactiviteiten hun invloed hebben.

Bart Zijlstra, directeur Sport van het ministerie van VWS, sprak zelfs van ’een heksenkring waarvan de ondergrondse draden duidelijker zichtbaar moeten worden’. „Topsporter is een a-typisch beroep dat van korte duur is en dat lang niet altijd voldoet aan de normen die de Arbo stelt.”

Zijlstra zegde toe het stipendium nog eens nader onder de loep te nemen. De roep wordt steeds luider om de hoogte van die bijdrage aan te passen aan leeftijd, ervaring en gezinssituatie. Ook wil VWS het initiatief nemen bij het rond de tafel brengen van belangengroepen die kunnen bijdragen aan of belang hebben bij een betere arbeidspositie van sporters. Bij de totstandkoming van ’Een wereld te winnen’ hebben Werkgevers in de Sport (WOS) en de belangenorganisatie voor sporters NL Sporter elkaar al gevonden.

Er zou, zo was de conclusie van een discussie, een expertise- en kenniscentrum moeten komen waar sporters met vragen en problemen terecht kunnen. Probleem is volgens Yves Kummer van NL Sporter dat er in de sport geen sociale partners zijn. „Je moet iemand vinden met wie je kunt praten, maar in de sport wil bijna niemand werkgever zijn.”

Relevante kennis over arbeidscontacten ontbreekt bij veel sportorganisaties en beroepssporters. Voorzieningen op maatschappelijk terrein ontbreken. Dit in tegenstelling tot de vergelijkbare beroepsgroep van dansers. Daar wordt wel aandacht besteed aan een maatschappelijke vervolgcarrière.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden