Veel bureaucratie rond aidsremmers

De grootste medicijnenproducent van Afrika, Aspen, biedt goedkope aidsremmers aan arme landen aan. Maar veel Afrikaanse landen kennen lange procedures voor ze de levensreddende medicijnen toelaten.

Zogeheten antiretrovirale middelen tegen het aidsvirus zijn een groeimarkt in Afrika. Na zware internationale druk gingen Westerse farmaceutische bedrijven in 2000 overstag en stonden zij fabrieken in de derde wereld toe goedkope versies te maken van hun dure pillen. In Zuid-Afrika produceert Aspen sinds 2003 merkloze aidsremmers voor 300.000 patiënten.

Op een bedrijventerrein in het noorden van Johannesburg staat een kantoor van twee verdiepingen. Directielid Stavros Nicolaou ontvangt op de tweede etage, tussen enkele besprekingen door. „In Afrika komen vooral infectieziektes voor, zoals diarree en tbc. Dus verkopen wij hier heel andere producten dan in de ontwikkelde wereld.” Het zijn vooral donorlanden en hulporganisaties die bij Aspen inkopen. Botswana, Zuid-Afrika, Algerije en Marokko kunnen zelf betalen, maar verder heeft Afrika volgens Nicolaou weinig budget.

„Veertig procent van de aidsremmers exporteren we”, zegt hij. „Ons grootste probleem is dat het enorm lang duurt eer een medicijn in een nieuw land wordt toegestaan. We hebben goedkeuring van de FDA, de Amerikaanse medicijnenwaakhond, de beste controleur ter wereld.” Maar sommige donoren, zoals het Wereld Aidsfonds, volgen de eisen van de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie. „Een aanvraag daar kost extra geld en kan wel achttien maanden duren.” Een voorbeeld is de aidsremmer nevirapine, die naar Nigeria gaat. „Alleen in Rwanda en Congo is toegang makkelijk, en in een paar weken geregeld. Maar verder moeten we voor alle ruim vijftig landen in Afrika apart een aanvraag doen.”

Nicolaou erkent dat elk land zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. „Maar harmoniseren van de regels zou erg nuttig zijn. Er sterven nog elke dag mensen aan aids. Nu duurt de acceptatie gemiddeld één jaar per land. Een paar weken moet genoeg zijn.”

De omzet van de multinational steeg vorig jaar met 23 procent, de winst zelfs met 34 procent. Toch is het niet zo dat Aspen rijk wordt van aids. „Momenteel vormen onze twintig soorten aidsremmers maar zeven procent van de omzet en nog minder van de winst. We verwachten wel een grote groei in de toekomst omdat nog geen vijfde van alle Afrikanen met aids medicijnen krijgt.”

De Zuid-Afrikaanse regering maakte zojuist haar plan bekend om over drie jaar 700.000 aidspatiënten van medicijnen te willen voorzien. „Als we dat doel halen, komen we direct in de top van ontwikkelingslanden die het goed doen”, becommentarieert Nicolaou droog. Niet ieder van de 5,5 à 6 miljoen besmette patiënten in Zuid-Afrika heeft medicijnen nodig. „Meestal is dat zo’n 15 procent, wat 900.000 betekent in ons geval.” Tot nu toe ontvangen slechts 230.000 Zuid-Afrikaanse patiënten aidscocktails. Dat komt vooral doordat de regering jarenlang zeer laks op de pandemie reageerde.

Bijkomend probleem is het ontbreken van een goede infrastructuur in Afrika. „Vaak zijn er geen artsen, apothekers of bereikbare klinieken. Terwijl je juist bij aids patiënten moet begeleiden, omdat behandeling anders zinloos is, en de resistentiekans toeneemt.”

Voor Aspen is gunstig dat de drie fabrieken aan de kust in Port Elizabeth en East London continu aidsremmers maken, 15 miljoen capsules per week. Indirect zit de winst voor het bedrijf er in dat aidspatiënten blijven leven, „en dan onze andere producten kunnen kopen”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden