Veel baksteen en een groot nijlpaard

(Trouw) Beeld
(Trouw)

In de wijk IJburg ontbreekt het klamme Vinex-gevoel,

Als het er niet is, dan maken we het wel, is al eeuwenlang onze instelling, en zo veranderde een stuk van het IJmeer in IJburg. Niet weer een woonwijk vastgeplakt aan de rand van Amsterdam, maar ’buiten wonen in de stad’. Dat klinkt heel anders dan de inmiddels antieke ideeën over het scheiden van wonen en werken, zoals in de jaren zestig gepropageerd. Ook toen waren er al plannen voor een stad in het IJmeer, nog ’Nieuw Oost’ genoemd. Dat is uiteindelijk de Bijlmer geworden, en hoe die ideale maakbare samenleving er daar nu uitziet, is bekend. Het nieuwe wonen van deze tijd is dan ook niet alleen maar bedoeld om te slapen, maar ook een plek waar je kunt sporten, werken, uitgaan en shoppen.

Maar hoe ziet IJburg eruit? We gaan een kijkje nemen en stappen op het Centraal Station in tram 26, die ons naar het achterste puntje van het Haveneiland brengt.

Sinds 2002, toen de eerste bewoners de sleutels kregen, zijn er zo’n 11.000 inwoners bij gekomen en IJburg ziet er inmiddels volwassen uit, met de bijbehorende problemen. Waar de pioniers nog met weemoed spreken over het niet op slot hoeven zetten van je fiets, is inmiddels de eerste moord al gepleegd.

Helemaal aan de rand van de bebouwing is nog te zien dat het ooit water en zand is geweest. Shovels en kranen zijn hier nog druk in de weer. Verder kun je vooral over het water heel ver weg kijken. Durgerdam en Pampus zijn opeens dichtbij.

We lopen terug naar de halte en komen aan bij het Theo van Goghpark, een groot rechthoekig grasveld, waaromheen woonblokken staan. Nauwelijks zichtbare boompjes en het kleurige beeld ’Familie’ van Paul de Reus. Twee ouders liggend in het gras met hun benen gestrekt naar de hemel, terwijl op hun voeten twee kinderen balanceren. Het is kennelijk bedoeld als uitnodiging om lekker in het gras te gaan liggen als het weer aangenaam is. Bruine en zwarte baksteen is verder overheersend aanwezig in de omgeving, tegenwoordig weer geliefd materiaal bij architecten en niet zonder reden: het oogt rustig, is goedkoop en gemaakt van klei uit onze riviergebieden. Nieuwe technieken zijn toegepast, zoals een motief van golven geprint op glas als geveldecoratie. Of een stralenkrans in glas geëtst van ontwerpster Hansje van Halem in de gevel van blok 58. Zelfs de bestrating ziet er doordacht uit, met verschillende soorten natuursteen, en de kassei is terug in de zijstraten.

Het benauwde Vinex-gevoel bekruipt ons nog niet en tot nu toe oogt alles ruim en overzichtelijk. We lopen langs het water op de Krijn Taconiskade, waar een grijs betonnen gebouw staat met een opvallende zijgevel door het strakke rasterpatroon van ramen. Het is ontworpen door het architectenbureau Claus en Kaan, dat ook de basis heeft gelegd voor het stedebouwkundige plan van IJburg. Het water doet mee door het Havenkwartier, een strakke rechthoekige waterplas bedoeld als binnenhaven. Het onontbeerlijke café is er ook al, met meubels van Piet Hein Eek en een terras.

Af en toe ploegen we nog door het zand om ergens te komen, maar hier is het grootste deel klaar. Het is nog geen ’ah’ en ’oh’ wat we roepen, want tot nu toe ziet het er verzorgd uit, maar nog niet dynamisch.

Kunst is er onopvallend aanwezig, zoals in de sluis bij de Paul Hufkade. Hij vrolijkt ons wel op: het grote nijlpaard van de beeldhouwer Tom Claassen. Verborgen in de sluis staat hij te wachten tot het waterpeil gaat stijgen. Aan de de andere kant, op de Bert Haanstrakade, staat ’Space to take Place’ van Claudia Linders (Droog Design), een 100 meter lange rode bank bestaande uit 1000 elementen met uitzicht op het IJmeer. Verder is er midden op het eiland nog het Blauwe Huis, een plek voor conceptuele kunstprojecten en waar het Stedelijk Museum tijdelijk zijn ’Bouwkeet’ heeft neergezet.

De IJburglaan is de grote boulevard die het hele eiland doorkruist en het hart moet vormen met horeca en winkels.

Echt opvallende architectuur is er op het Steigereiland. Hier kunnen we inspiratie opdoen voor ons eigen droomhuis. De grond is duur, dus zijn de kavels klein, met smalle hoge eengezinswoningen dicht tegen elkaar aan gebouwd. Alles kan hier, lijkt het wel. We zien een massieve gevel van knalgele bakstenen met een gat erin voor de lichtval met daarnaast een pand dat lijkt alsof het zo van de Prinsengracht is afgebroken en hier weer opgebouwd. Een bedrijfspand met ronde koepelramen verstrooid over de hele zijgevel, van de architecten van Dedato, staat al in een architectuurjaarboek.

Aan de overkant zijn al de eerste waterwoningen te bewonderen, maar we richten onze aandacht nog op de bruggen, essentiële verbindingen met de eilanden. De lange Nesciobrug slingert zich over het Amsterdam-Rijnkanaal naar Diemen en de Enneüs Heermabrug met zijn opvallende ronde vormen heet in de volksmond al Dolly Parton.

Of IJburg ’het buiten wonen in stad’ al heeft waargemaakt, is de vraag. Misschien is deze uitspraak van een bewoonster niet maatgevend maar wel veelzeggend: „Ik hoop dat ik het nog naar mijn zin ga krijgen. Ik moet altijd een tijdje wennen en het is niet heel dramatisch, maar ’gelukkig op IJburg’, dat ben ik nog niet.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden