... veegde Rotterdam vogeleiland De Beer van de kaart

Kort na de tweede wereldoorlog, hij was een jaar of twaalf, fietste Peter Nijhoff op een dag in het voorjaar voor de eerste keer van zijn woonplaats Den Haag naar Hoek van Holland. Daar wachtte de opzichter van het vogeleiland De Beer hem en enkele andere leden van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie op.

Om tien uur 's morgens werden zij met een motorvlet naar de overkant van de Nieuwe Waterweg gebracht en aan het eind van de middag weer teruggezet. Peter Nijhoff: ,,Bij ieder bezoek aan De Beer onderging je de ervaring van de geweldige dynamiek. Het was een mooi jong duingebied, dat aan alle kanten stoof.'

,,Ieder voorjaar was het er weer anders. Zandplaten waren aangegroeid, elders waren stukken weggeslagen. Er was een groen strand, een slibrijke vlakte met zoutminnende planten als zeekraal. Er waren duindoorbraken, slufters. En natuurlijk de overweldigende aantallen vogels. Op De Beer broedden zo'n zeventig soorten, waaronder negenduizend paar grote sterns. Door de geïsoleerde ligging, de dynamiek en het enorme voedselaanbod was het een echt toevluchtsoord voor vogels, ruim tweeduizend hectare groot, en met een internationale faam.'

Peter Nijhoff bleef De Beer bezoeken - vanaf 1959 als rentmeester in dienst van de Stichting Natuurmonument De Beer. Nijhoff: ,,Het was een bijbaantje. Ik werkte toen bij de Contact-commissie voor natuur- en landschapsbescherming, de voorloper van de Stichting Natuur en Milieu. Ik moest toezien op een goed beheer van het gebied en zorgen voor bewaking tegen eierrovers, mensen die eieren van zeldzame vogels uitbliezen en verkochten.'

Lang heeft het rentmeesterschap niet geduurd. Hoewel De Beer de status van Staatsnatuurmonument en Kroondomein bezat, konden aantastingen (zoals de inpoldering van een moeras langs de Brielsche Maas en de afsluiting van het Brielsche Gat) niet worden voorkomen. En in de jaren zestig ging De Beer definitief verloren door de westwaartse uitbreiding van de Rotterdamse haven. Na de aanleg van de Botlek werd in 1957 begonnen met de aanleg van Europoort. Vanaf het voorjaar 1963 werd de verdere vernietiging van het toen nog negenhonderd hectare tellende natuurreservaat met kracht ter hand genomen. Op 1 januari 1964 werd De Beer gesloten.

Het vogeleiland De Beer had bijna een eeuw bestaan. Het ontstond rond 1870 door de aanleg van de Nieuwe Waterweg. Hierdoor werd de zuidwestpunt van het Hollandse vasteland afgesneden; De Beer vormde de kop van het daardoor ontstane eiland Rozenburg. Het 'eiland' lag zeer geïsoleerd: het was slechts per schip vanuit Hoek van Holland en Maasluis of via land over Rozenburg bereikbaar.

Wat Nijhoff nog sterk voor de geest staat, is de bestuurlijke arrogantie waarmee De Beer onder de voet werd gelopen en het gemak waarmee de belangen van de natuur van tafel werden geveegd. Nijhoff: ,,Na de Tweede Wereldoorlog bestond er een begrijpelijk vooruitgangsgeloof. Het mocht nooit meer hongerwinter worden, we moesten zelfvoorzienend worden, en Rotterdam moest de grootste haven ter wereld worden. Het was in die tijd: meer havens, meer varkens, meer asfalt. Wanneer je je tegen die materialistische instelling verzette, kreeg je een storm van arrogantie over je heen. Van de burgemeester van Rotterdam, Van Walsum, van het Havenbedrijf, van de Cultuurtechnische Dient, van Rijkswaterstaat.'

,,Je kreeg te horen dat zij wel wisten wat goed was voor het land. Een bekende dooddoener van mensen als Van Walsum was: zonder welvaart geen welzijn, want welzijn kost alleen maar geld en dat moet met de welvaart worden verdiend. Dus laat ons onze gang maar gaan. Er werd heel lichtvaardig met de natuur omgesprongen; een belangenafweging ontbrak. Toen de voorzitter van de Contact-commissie, jonkheer Van der Goes van Naters, als Tweede Kamerlid kritische vragen stelde over de Rotterdamse plannen en hun gevolgen voor De Beer, was Van Walsum vertoornd: hij achtte dit een miskenning van de gemeentelijke autonomie.'

De natuurbescherming stelde zich volgens Nijhoff redelijk op: ,,Wij hebben ons in een vroeg stadium neergelegd bij de plannen voor een nieuwe oliehaven op westelijk Rosenburg en een directe toegang vanuit zee, omdat het een voortzetting van de bestaande industrie in de Botlek betrof. Het zuidelijk deel van De Beer, waar de belangrijkste vogelkolonies waren gehuisvest, zou dan gespaard zijn gebleven.'

,,We hebben ons echter krachtig verzet tegen de vestiging van nieuwe grote industrievestigingen, zoals een hoogovenbedrijf. Niet alleen omdat dit de totale ondergang van De Beer zou betekenen, maar ook vanwege de ernstige gevolgen voor met name de natuurgebieden op Voorne. Toen in het begin van de jaren zestig werd gesproken over een demarcatielijn tussen het haven- en industriegebied en het duingebied van Voorne, werd te elfder ure ook de georganiseerde natuurbescherming in het overleg betrokken. Rotterdam had daar nogal wat moeite mee. Burgemeester Van Walsum trok ten strijde tegen wat hij toen 'de geest van onbegrip en de sfeer van tegenwerking en jaloezie' noemde. Overigens heeft de regering in 1964 die duidelijke scheidslijn tussen industrie- en natuurgebied toch getrokken.'

Het bleef in de jaren zestig niet bij de ondergang van De Beer, herinnert Nijhoff zich: ,,Zo waren er plannen het wad onder Ameland in te polderen en moest er een provinciale weg door de duinen van Zuid-Holland komen. De beken op de zandgronden werden gekanaliseerd, terwijl men nu bezig is ze weer te laten meanderen. De tweede nota ruimtelijke ordening uit 1966 legde als een vel ruitjespapier autosnelwegen over het land. Roofvogels vielen dood uit de lucht omdat hun prooien waren vergiftigd door boeren. En in Amsterdam moest en zou een erg vervuilende zwavelkoolstoffabriek komen.'

Die plannen riepen de nodige weerstand op en leidden uiteindelijk - eind jaren zestig, begin jaren zeventig - tot een omslag in het denken over niet aleen de natuur, maar ook het milieu. Nijhoff, die vanaf de oprichting in 1972 tot aan zijn pensionering in 1999 directeur van Natuur en Milieu is geweest, ziet in de huidige tijd zowel veranderingen als overeenkomsten met toen: ,,Bij de huidige plannen voor de tweede Maasvlakte wordt niet alleen een industriegebied aangelegd, maar ook groengebied. Anderszijds dreigt weer, net als in de jaren vijftig, te veel aan de gemeenten te worden overgelaten. Maar het Rijk hoort te sturen, al was het alleen al omdat er nu ook Europese regelgeving is waar we ons aan moeten houden.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden