Vee verslaafd aan antibiotica

null Beeld

Kritische dierenartsen schamen zich voor hun collega’s. Kippen en varkens krijgen te veel antibiotica en dat is een gevaar voor de volksgezondheid. Pogingen om het gebruik terug te dringen verlopen in hun ogen te traag, omdat veel veeartsen en boeren grote economische belangen hebben bij het grootverbruik van antibiotica.

Dierenarts Henk Ronner loopt naar zijn apotheek, een ruimte van negen bij vier meter met grote stellingen langs de muren, naast de behandelkamer. Op de planken staan zakken, flessen en bussen met geneesmiddelen. Ronner neemt een zak met vijf kilo antibioticum van de plank, een mengsel geschikt om over het voer te strooien. „Dit middel kost 30 tot 35 euro”, zegt hij. „Dat middel daar kost voor dezelfde hoeveelheid 45 euro.”

Dierenartsen hebben een apotheek naast de praktijk. Antibiotica verkoopt Ronner met een winstmarge van gemiddeld 30 à 40 procent. Grote dierenartsenpraktijken kunnen tegen een lagere prijs inkopen, zegt hij. Ondanks een even hoge winstmarge hanteren ze zo toch lagere verkoopprijzen en domineren zo de markt.

In zijn praktijk in Montfoort is Ronner terughoudend in het voorschrijven van antibiotica. Een ziek varken krijgt soms een antibioticuminjectie. Als het risico te groot is dat andere varkens ook ziek zijn, haalt Ronner een zak van de plank. De boer mengt het medicijn dan door het voer.

Maar in een fiks aantal dierenartsenpraktijken gaat het anders. Daar krijgen de varkenshouders de antibiotica om al preventief door het voer te mengen. Dit heeft geleid tot een forse toename van het gebruik.

Ronner: „Mens en dier betalen samen de prijs voor deze onverantwoorde omgang met antibiotica, die in enorme hoeveelheden in de dieren en uiteindelijk in het milieu worden gepompt.”

Voor medici, dierenartsen, de veeteelt en de politiek is duidelijk dat het gebruik van antibiotica omlaag moet. Artsen in ziekenhuizen signaleren steeds vaker dat patiënten resistent zijn voor bepaalde soorten antibiotica. Deze patiënten dragen multiresistente ziekteverwekkers, zogeheten MRSA- en ESBL-bacteriën. Die produceren stoffen die antibiotica afbreken. Volgens deskundigen vormt dit een ernstig probleem en een gevaar voor de volksgezondheid. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat er een relatie is met het gebruik van antibiotica in de veeteelt. De ESBL-bacterie wordt in verband gebracht met de pluimveesector, de MRSA-bacterie ontwikkelt zich in de varkenshouderij.

Demissionair minister Verburg van landbouw besloot na een alarmerend rapport van deskundigen op het terrein van volksgezondheid begin april dat de veeteelt het gebruik van antibiotica volgend jaar met 20 procent moet terugbrengen. Over drie jaar, in 2013, moet het gebruik zijn gedaald met 50 procent.

„Wij onderkennen het probleem”, zegt Ludo Hellebrekers, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD). Hij meent dat de dierenartsen het gebruik van antibioticum eerder een halt hadden moeten toeroepen. „Wij hebben met z’n allen laat zicht gekregen op het probleem, constateer ik met de kennis van nu. Er moet iets gedaan worden aan toename van de resistentie. Het gebruik van antibiotica in de veeteelt moeten we terugdringen. De vraag is of dit kan op de termijn die de minister stelt. Wij gaan daar ons stinkende best voor doen. De sector is de laatste tien jaar flink veranderd door schaalvergroting en een verbod op groeibevorderaars. De vraag is wat er moet veranderen in de veeteelt zodat minder antibiotica nodig is om ziekten te voorkomen en om dieren beter te maken.”

Hellebrekers meent dat het noodzakelijk is eerst goed zicht te krijgen op de geneesmiddelenstroom om daarna het antibioticagebruik aan te pakken. „Wij weten nog onvoldoende wat er gebeurt. Een gedetailleerde registratie is belangrijk. Daarna moet je de gegevens analyseren, een goed advies hebben, en vervolgens moeten de genomen maatregelen goed worden gecontroleerd.”

Het systeem om het gebruik van antibiotica te registreren, het zogenoemde VetCIS, draait sinds september vorig jaar, zegt Hellebrekers. „Het gros van de dierenartsen – actief in de intensieve veehouderij – is inmiddels daarop aangesloten. Na de zomer hebben wij voldoende data om beleid te maken.”

Of dat beleid resulteert in 50 procent minder antibioticagebruik in 2013 is volgens hem ’koffiedik kijken’. „Het is een ambitieuze doelstelling. Wij kunnen niet meer doen dan ons stinkende best. Het is duidelijk dat het gebruik niet met een aantal procenten omlaag moet, maar met een substantieel deel.”

Uit een schatting van adviesbureau Berenschot blijkt dat een klein aantal praktijken het overgrote deel van de antibiotica voorschrijft (zie kader). Dit leidt in de sector tot ergernis. Dierenarts Henk Ronner: „Een kleine groep brengt de hele beroepsgroep in diskrediet. Bij de praktijken die de bio-industrie bedienen, zit het kwaad.”

Dat vindt ook collega Jaap Bosman, dierenarts in Meppel. „Vorige week sprak ik een huisarts. Die zegt tegen mij: jullie maken er een potje van. Waar zijn jullie mee bezig?”. Behalve antibioticumspuiten waarmee koeien droog worden gezet, heeft Bosman geen antibioticum in huis. „Als ik het wil gebruiken, moet ik het bestellen.”

Volgens Ronner en Bosman is een nieuw registratiesysteem om zicht te krijgen op het gebruik van antibioticum niet nodig. Die gegevens zijn allang beschikbaar. In de veeteelt is sprake van Integrale Ketenbeheersing (IKB): in logboeken staat welke medicijnen dieren krijgen toegediend en wat zij eten. In het systeem is ook na te gaan welk dier wanneer een stal verlaat om geslacht te worden. Van kalf, big of kuiken tot koe, varken en kip – de levensloop van een dier is te volgen tot het vlees in de winkel ligt.

Verder, zegt Ronner, weten de farmaceutische industrie, de groothandel én de dierenartsen wie wat gebruikt. „Binnen 24 uur is iedere kilo in Nederland in kaart te brengen, alles is duidelijk”, zegt hij. „Als hier een vertegenwoordiger komt, kan ’ie zomaar beginnen over een bepaald medicijn: ’Je bestelt nooit meer dit of dat. Gebruik je het niet meer of koop je het ergens anders?’ Zij weten dus exact wat bij alle praktijken de deur in- en uitgaat.”

Behalve onnodig is de registratie die de dierenartsenorganisatie KNMvD op wil zetten ook duur, vinden Ronner en Bosman. Per dierenarts kost het systeem naar schatting 1000 euro. „Daar zit niemand op te wachten”, zegt Bosman.

Volgens KNMvD-voorzitter Hellebrekers is met de gegevens die nu al bekend zijn over het gebruik van antibiotica door dierenartsen niet goed te werken. „Het gaat niet zozeer om het aantal kilo’s per dierenartsenpraktijk. Je moet bijvoorbeeld ook weten voor hoeveel bedrijven een dierenarts werkt, hoeveel antibiotica worden gebruikt per dier, of het gaat om een varken of een big en welke soort antibioticum het betreft. Dat zoeken wij nu uit. Daarvoor is het nieuwe registratiesysteem met veel details nodig.”

Hellebrekers acht de schatting van Berenschot dat 5 procent van de dierenartsenpraktijken de antibioticamarkt domineert te laag. Dat zijn 66 praktijken. Hellebrekers komt uit op ruim 100 dierenartsenpraktijken. Daar werken 400 tot 450 dierenartsen, zegt hij.

Hij waarschuwt tegen de veronderstelling dat deze grote praktijken verkeerd omgaan met antibiotica. „Dat is zwartepieten. Er zijn meer gegevens nodig om te kunnen zeggen waar het verkeerd gaat. Het kan heel goed zijn dat een grote praktijk verantwoord omgaat met antibioticum en een kleine niet. Wij zien dat de grote praktijken meedoen met het registratiesysteem.”

Minister Verburg heeft aangekondigd dat de inspectie naar een aantal onwillige dierenartsen en veehouders wordt gestuurd. Nuttig, meent Hellebrekers. „Je hebt in iedere bedrijfstak mensen die zich niet aan de afspraken houden. De inspectie kan erop toezien dat de documentatie op orde is en dat antibioticum van onbekende oorsprong niet wordt gebruikt.”

In zijn spreekkamer in Montfoort is Ronner vol onbegrip. Hij meent dat de opzet van een nieuw registratiesysteem leidt tot uitstel van pijnlijke maatregelen. Het doel lijkt om de huidige werkwijze zo lang mogelijk voort te zetten, meent hij. Want minder antibiotica gebruiken kost de veehouders en dierenartsen geld. Ronner: „Het is pappen en nathouden. De minister gooit met haar aanpak de knuppel in het hoenderhok, maar doet verder niets.”

Zelf schrijft de organisatie van dierenartsen over de keuzes die de sector wachten in een in februari gepubliceerd witboek: „De dierenarts bevindt zich in een situatie waarbij maatschappelijke belangen (volksgezondheid, voedselveiligheid en dierenwelzijn) op gespannen voet staan met de economische belangen van diverse groepen.”

Hoe is het zo ver gekomen? Het werk van dierenartsen is de laatste vijftien jaar enorm veranderd, vertelt Bosman. De schaalvergroting en specialisatie in de veeteelt is ook van invloed geweest op de praktijk van de dierenarts. „Vijftien jaar geleden had ik veertig varkensboeren als klant, nu drie.”

Bosman werkt in een gemengde praktijk met zeven collega’s. De helft is gespecialiseerd in zogenoemde landbouwhuisdieren, vooral koeien, en de anderen behandelen zogeheten gezelschapshuisdieren, met name honden en katten. Ronner haalde vijftien jaar leden 60 procent van de omzet in de veeteeltsector. Nu komt het leeuwendeel van de klanten met honden en katten.

De concurrentie was de afgelopen jaren hevig. Ronner: „Er is geen minimumtarief. Dat is funest. Tegelijk was er de laatste jaren een enorme werkloosheid onder Belgische dierenartsen. Een aantal praktijken trok goedkoop Belgisch personeel aan en ging in heel Nederland werken.” Bosman noemt deze collega’s ’autobaanveeartsen’. Er is geen aandacht meer voor het individuele dier, vertelt hij. Een veearts rijdt iedere maand langs alle klanten en als er problemen dreigen, wordt regelmatig een hele groep dieren preventief op de antibiotica gezet.

„De drie varkensboeren die ik nog als klant heb, zijn te klein voor de grote dierenartsenpraktijken”, vertelt Bosman. Andere klanten in de varkenssector is hij kwijtgeraakt.

Over hoe dat in zijn werk gaat, vertelt hij: „Het loopt niet lekker op een varkensbedrijf en een boer denkt: wat is er aan de hand? Vaak speelt gebrekkig management een belangrijke rol. Hij houdt de dieren te weinig in de gaten, de ventilatie is niet op orde en de bodem waarop de varkens lopen en slapen is slecht. Zo’n varkenshouder is niet in staat de varkens gezond te houden; te veel dieren op een kluit. Dan komt er een vertegenwoordiger van een veevoerbedrijf met een goed praatje. ’Laat een andere dierenarts komen voor een second opinion’, zegt die. Een veearts adviseert dan om alle varkens voer gemengd met antibiotica te geven. De arts verdient, de voerfabriek verdient, de boer heeft weer gezonde varkens en hoeft niet te investeren in een betere stal en beter management.”

Bosman wil de boer geen kortzichtigheid aanwrijven. Een boer moet goedkoop werken. „Het is natuurlijk de consument die niet bereid is een goede prijs te betalen voor vlees.”

Zijn collega Ronner meent dat voor beperking van het gebruik van antibiotica een hogere vergoeding van het werk voor een dierenarts belangrijk is. Dat maakt hem minder afhankelijk van de geneesmiddelenverkoop.

Maar hij gelooft vooral in een heffing op antibiotica. „Antibiotica zijn veel te goedkoop. Het is voor de boeren te aantrekkelijk om problemen op te lossen met dit geneesmiddel. Als antibiotica fors duurder worden, loont het de moeite voor boeren om te investeren in duurzame stallen waarin vee minder snel ziek wordt. Dan worden de knoeiers getroffen, en krijgen boeren die weinig antibiotica gebruiken een aanvaardbare lichte kostenstijging die eventueel gecompenseerd kan worden met een beloning voor goed gedrag.”

Veearts Jaap Bosman (links) bezoekt een varkenshouder, en heeft zojuist een zieke big laten inslapen middels een spuitje. (FOTO HERMAN ENGBERS) Beeld
Veearts Jaap Bosman (links) bezoekt een varkenshouder, en heeft zojuist een zieke big laten inslapen middels een spuitje. (FOTO HERMAN ENGBERS)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden