Vechtsport sterkt kwetsbare jeugd

kaatsheuvel – - In de Fata Morgana van de Efteling wordt het vijfjarige stimuleringsproject ‘Tijd voor vechtsport’ met een congres afgesloten. De link tussen de locatie en het onderwerp is snel gelegd: het vooroordeel dat vechtsport leidt tot agressie is een luchtspiegeling, gezichtsbedrog.

Rob Velthuis

Met de presentatie van het onderzoek ‘Beloften van vechtsport’ kan dat met harde cijfers worden onderbouwd. Onderzoekers Agnes Elling en Ester Wisse van het Mulier Instituut noemen vechtsport ‘geen wondermiddel dat altijd werkt’, maar een belofte voor vooral ’maatschappelijk kwetsbare jongeren’.

De nu zeventienjarige Jennifer is een van de sporters die in het onderzoek langdurig zijn gevolgd. Ze had een onrustige en problematische jeugd en een opvliegend karakter. „Ik ben ooit begonnen met vechtsport omdat ik heel agressief was en omdat het thuis zo slecht ging”, zegt zij in één van de interviews. „Maar nu hoef ik mezelf niet meer alleen af te reageren, maar kan ik ook echt iets leren. Ik heb het gevoel dat ik mijn jeugd heb verwerkt. Ik merk dat er dingen moeilijk blijven, maar vergeleken met eerst heb ik dat meer losgelaten. Vechtsport heeft me daarmee geholpen. Het heeft me een gevoel van veiligheid gegeven en ook van zelfvertrouwen.”

Een op de tien jongeren is actief in vechtsport, een van de weinige sporttakken met zowel veel autochtonen als allochtone beoefenaars. Met steun van het ministerie van VWS heeft de krachtsportfederatie KNKF binnen ‘Tijd voor vechtsport’ in elf gemeenten 111 projecten opgezet, gericht op participatie, preventie en zorg. Vechtsport werd daarbij ingezet als pedagogisch middel voor de persoonlijke ontwikkeling van jongeren.

De gemeenten stonden aanvankelijk sceptisch tegenover de projecten, vechtsport stond bekend als louche business. „Die houding is omgedraaid door dit programma”, aldus Elling. „Door samenwerking worden resultaten behaald. Zeker allochtone meisjes kan er iets speciaals mee worden geboden.”

De afgelopen vijf jaar werden 9000 jongeren lid van een club. Vooral de groei van allochtone meisjes/vrouwen tot 23 jaar is opvallend: 413 procent. Dat heeft te maken met de achterstand van die groep in sportdeelneming. Een groot deel van de vechtsporters komt uit maatschappelijk kwetsbare (allochtone) groepen.

„Vechtsport trekt vechters”, concludeert Elling. Ze beoefenen hun sport omdat ze dat leuk vinden, zich er lekker in kunnen uitleven en zich beter leren verdedigen en/of vechten. „Jongeren die beginnen met vechtsport of er door hun ouders naar toe gestuurd worden, hebben vaker een kort lontje”, aldus Elling. „Doen ze het langere tijd, dan neemt dat beduidend af, zo laten de cijfers zien. Door vechtsport leren ze hun agressie beheersen.”

Elling vergeleek voor haar onderzoek drie groepen: deelnemers met ouders en trainers uit vechtsporten en andere sporten en niet-sporters. Vaker dan andere sporters geven vechtsporters aan dat ze door hun sportdeelname meer zelfvertrouwen krijgen, zich prettiger voelen, meer discipline hebben en meer respect hebben voor anderen.

Vechtsporters voelen zich door hun sportdeelname bovendien veiliger op straat en ze ontwikkelen na verloop van tijd een sterke mate van zelfwaardering. Veel ouders en trainers signaleren dat (hun) kinderen door vechtsportdeelname zelfbewuster en mentaal en fysiek weerbaarder zijn geworden.

Op het gebied van antisociaal gedrag, zoals dingen vernielen en ruzie maken, treedt een flinke afname op onder vechtsporters die langer actief zijn. Vechtsport stimuleert niet tot gevechten, maar levert een belangrijke bijdrage aan agressiebeteugeling.

Die positieve invloeden staan of vallen volgens Elling met de kwaliteit van de trainers. „Zij zijn de sleutelfiguren bij het versterken van een mogelijk positief effect.” De trainer heeft status, duldt geen tegenspraak en werkt met duidelijke regels. Zoals de code dat vechten op straat niet wordt geaccepteerd.

Aspecten als respect voor de trainer en de tegenstander, fysieke en mentale weerbaarheid en persoonlijke groei zijn nauwer verbonden met – de oorspronkelijk Oosterse – vechtsporten dan met andere sporten. Vechtsporters voelen zichzelf betere sporters dan andere sporters.

Het begrip ‘respect’ werd vaak genoemd door de ondervraagde sporters, trainers en ouders. Juist vanwege het relatief sterke trainingsregime en de status van de trainer leent vechtsport zich volgens het rapport meer dan andere sporten voor integratietrajecten van zowel allochtonen als autochtone jongeren. „De vechtsportwereld kan vooral bijdragen aan de psychosociale ontwikkeling van maatschappelijke kwetsbare jeugd en inspireren tot het (blijven) maken van de keuzes voor ‘het goede pad’.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden