Vechtmissie vraagt actief pastoraat

Nu de verlenging van de missie in Uruzgan in discussie is, zullen pastores een actievere rol moeten vervullen, zegt Ikon-pastor Bram Grandia. Zowel te velde als aan het thuisfront.

Het pastoraat aan de achterblijvers van militairen in Afghanistan staat voor nieuwe vragen, zegt Bram Grandia. Hij is Ikon-pastor én ervaringsdeskundige: zijn dochter Mirjam moest vorig jaar voor de tweede keer naar Afghanistan.

„Voor het eerst sinds Korea 1953 doet Nederland mee aan een militaire operatie die je toch alleen als vechtmissie kunt beschrijven. Het probleem is dat ze ons anders is verkocht. Dat hebben soldaten, die vaak scheef zijn voorgelicht, ook meegekregen: we gaan erheen om het land op te bouwen en moeten daarbij desnoods af en toe eens een vijand op afstand houden.”

De frictie tussen beeld en werkelijkheid leidt, zegt Grandia, tot ’veel meer angst’ bij de soldaten. „In Bosnië, waar mijn dochter ook is geweest, was het anders. Daar hielden ze vechtende partijen uit elkaar, hier blijken ze zelf een van de vechtende partijen te zijn. Bosnië, dat was wel spannend, maar niet zo levensgevaarlijk.”

Nu de verlenging van de missie in Uruzgan in discussie is – volgens Grandia is het zeker dat ze doorgaat – spelen de opgelopen spanningen op. „Pastores zullen een actievere rol moeten vervullen. Je ziet nu al dat geestelijk verzorgers in de krijgsmacht directer zelf op soldaten afstappen. Als je in de kreukels ligt, stap je niet zomaar op een pastor af. Pastores moeten leren dat mensen dan niet zo mondig zijn.”

Ook in Nederland is de spanning rond Uruzgan voelbaar, zegt Grandia. „Een mevrouw vertelde dat ze niet wist waar ze met haar woede terecht kon. Waar ze kon spuien hoe kwaad ze werd op een man die zich liet uitzenden – wat doet hij zijn gezin aan?”

Grandia snapt die woede wel. „Je hebt Thuisfrontdagen, maar daar kun je je niet vrijuit laten gaan. Dat is ook prima: ze zijn er voor de jongens en meiden dáár; de vraag is: wat kunnen we hier voor hen betekenen? Maar je verontwaardiging over deze missie, je verdriet, dat kun je er niet kwijt.”

Voor pastores in den lande ziet Grandia een rol weggelegd; bij hen is er wel oog en oor voor die emoties.

Grandia is zelf een tegenstander van de Uruzgan-missie. Als voorman van de pacifistische vereniging Kerk en Vrede móet hij wel tegen elk militair ingrijpen zijn. Grandia: „Ja, Uruzgan vind ik een slechte operatie. Maar daar ga ik mijn dochter niet steeds mee lastigvallen.”

Maar de Ikon-pastor is geen absoluut pleitbezorger van het gebroken geweertje. „Bij een demonstratie tegen de interventie in Somalië heb ik een toespraak gehouden, waarin ik mijn twijfel uitte. Hoeveel mensen gaan er dood als we níet ingrijpen? Over die vraag heb ik enorm op mijn lazer gehad van mijn antimilitaristische kompanen. Ze vonden me een verrader.”

Sindsdien weet Grandia zeker: Altijd maar roepen dat we daar met onze militairen niet moeten zijn, is mij te makkelijk.

De kerken kunnen helpen ons land van een ’blinde vlek’ te genezen. „Er speelt in de taal iets opmerkelijks. In de kerk zijn we zuinig geworden met het begrip ’missie’, en als een seculier alternatief komt nu een militaire missie tevoorschijn. Die gaat de goede boodschap brengen, van democratie en opbouw, van lief zijn voor vrouwen en dat de taliban nooit meer kinderen ophangen. Wat ze vergeten, is dat wat de kerk heeft geleerd: missie heeft alleen maar zin als je lang blijft. En dan gaat de ontwikkeling nog alleen met kleine stapjes. Je kunt als missionaris wel roepen ’dwing ze om in te gaan’, de kerk in, nu is het: de democratie in, maar dat werkt niet. Dat lijken Amerikaanse neoconservatieven niet geleerd te hebben.”

Voor de uitzending van zijn dochter naar Afghanistan heeft Grandia met haar en zijn echtgenote een testament opgesteld. „Een andere dochter is stewardess, maar dit is toch anders, het sneuvelrisico is groter dan de kans op een vliegtuigramp.”

Grandia staat achter zijn dochter, maar hij ziet zichzelf nog geen stickers op de auto plakken ’dat we achter onze soldaten staan’. „Mirjam zou haar vader volstrekt ongeloofwaardig vinden.”

Hoe steunt Grandia dan zelf de militairen? „In Wehl, waar ik predikant ben, is een vrouw uitgezonden naar Afghanistan. Ik stimuleer gemeenteleden om post en pakketjes te sturen en houd contact met haar ouders.”

En zijn dochter? „Die is nu thuis. Ik denk dat ze volgend jaar weer naar Afghanistan gaat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden