OPVOEDVRAAG

Vechtende jongens: grijp je in of laat je het ze zelf uitzoeken?

Beeld Fadi Nadrous

Twee broertjes hebben last van territoriumdrift, en soms gaat het er ruig aan toe. Hun ouders vragen zich af of het niet averechts werkt als ze ingrijpen.

Een moeder vraagt zich af hoe ze het best kan omgaan met haar jongens van 3 en 6. Ze maken vaak ruzie. “Ze willen hetzelfde stukje van de douche, van de bank. Als de een iets heeft wil de ander minstens hetzelfde”, schrijft ze. “Af en toe gaat het er fysiek best ruig aan toe.”

Moeder en vader grijpen in ‘om het geruzie in goede banen te leiden’. Ze stellen grenzen aan de territoriumdrift en proberen de jongens te leren dat ze moeten delen, en dat ze lief moeten zijn voor elkaar. Maar, zo vragen ze zich af, beschermen ze hun jongens niet te veel? Zou het niet beter zijn om het ze zelf te laten uitzoeken?

“Heel goed om je dat af te vragen”, zegt Tischa Neve, kinderpsycholoog en opvoedkundige. “We hebben de neiging te snel in te grijpen. Omdat we het zelf onrustig vinden als er ruzie is, of omdat we te snel willen helpen. Het is heel goed voor je ingrijpt even tot tien te tellen, en te kijken of ze het zelf kunnen oplossen.” Afwachten dus.

“Maar goed, als die van 6 op die van 3 zit in te timmeren, dan moet je natuurlijk iets doen”, vervolgt Neve. De manier waarop je ingrijpt, is dan van belang. “We hebben de neiging om als een soort scheidsrechter te fungeren en bijvoorbeeld een kind als aanstichter te bestempelen. Dat zorgt ervoor dat kinderen hun gelijk willen halen bij jou, en daar dan nog meer om gaan knokken. Het kan er ook voor zorgen dat de oudste denkt: ‘Ik krijg toch altijd de schuld’, en dat hij zich daar dan ook naar gaat gedragen. Of ze gaan vaker iets stiekem doen, als jij het niet ziet. 

Mediator

Als ouder moet je je daarom niet als scheidsrechter, maar als mediator opstellen. “Dan beschrijf je wat er gebeurt, zonder daar een oordeel aan te verbinden. ‘Ik zie jou een speeltje afpakken’, en ‘Ik zie jou slaan’. Daarna kun je in zijn algemeenheid zeggen: ‘Slaan, dat doen we hier niet. Dat doet pijn. We zeggen het met woorden.’”

“Verder moet je ze zelf verantwoordelijk maken. ‘Jullie willen allebei op de computer. Hoe kunnen we dat oplossen?’ Hopelijk lukt het hen naar elkaar te laten luisteren. Het is heel simpel: als ze dit vaker doen, worden ze beter in het oplossen van ruzie.”

Zo is ruziemaken leerzaam, ook voor de kleinste. “Je moet het natuurlijk goed in de gaten houden, want die van 6 is sterker. Maar jongere kinderen leren bij ruzies van zich afbijten. En bij je broers en zussen kan dat op een veilige manier. Je kunt thuis oefenen met boos zijn.”

Jongens zijn daarbij vaak fysieker en ruwer dan meisjes, zegt Neve. “Dat is niet erg. Kijk wat er gebeurt. Als het echt onveilig wordt, grijp je natuurlijk in.” Iedere ouder moet zelf die grens bepalen.

En de lessen die de ouders willen meegeven: samen delen, lief voor elkaar zijn? Dat kunnen ze het beste doen door het ‘voor te leven’, zegt Neve. “En, heel belangrijk: door het te benoemen op het moment dat ze het goed doen. ‘Ik zag dat je boos was, maar het lukte je om niet te slaan en het met woorden te zeggen.’ Op het moment van het conflict kun je ze geen lesjes leren, dat komt dan niet binnen.”

Lastige pubers, dreinende tieners of krijsende kleuters? Elke week behandelt Trouw een opvoedvraag van lezers. Lees eerdere afleveringen hier.  Zelf een kwestie indienen? Mail naar opvoedvraag@trouw.nl.

Lees ook:

Peuters die vreedzaam samen spelen? Vergeet het maar

Een jongetje van vier slaat zijn zusje regelmatig als ze met zijn speelgoed speelt.

Mogen ruziënde zussen elkaars kleren lenen?

Twee zusjes (10 en 12) willen per se elkaars topje, colbertje, nagellak en haarspeldjes lenen. Het gevolg: vlammende ruzies. Hoe lossen hun ouders dit op?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden