'Vechten waar het moet', zal ook in Kunduz gelden

amsterdam – De voorgenomen trainingsmissie in het noorden van Afghanistan krijgt een heel ander karakter dan de missie in Uruzgan, maar dat sluit bloedige aanslagen en gevechten niet uit.

Het kabinet bespreekt vandaag het voorstel om 350 Nederlandse politiemensen en militairen naar de noordelijke provincie Kunduz te sturen waar ze Afghaanse politiemannen moeten gaan trainen. Net als vóór het besluit over ’Uruzgan’ zal de vraag worden gesteld of de Nederlandse troepen wel toekomen aan hun eigenlijke taak en niet verwikkeld raken in gevechten met anti-westerse strijdgroepen.

Critici van de missie in Uruzgan zagen tussen 2006 en 2008 hun gelijk bevestigd toen de door Nederland geleide Task force Uruzgan herhaaldelijk slag moest leveren met strijdgroepen om de bevolkingscentra van Uruzgan onder controle te krijgen. ’Zie je wel, van opbouwen komt niets terecht, het is een vechtmissie geworden’. Militairen reageerden daar laconiek op met de stelling dat ’we vechten waar het moet en opbouwen waar het kan’ en dat als het niet gevaarlijk zou zijn je ook geen militairen zou hoeven sturen.

Na twee jaar keerde het tij. De tegenstand van strijdgroepen was grotendeels overwonnen, waardoor de training van politiemensen en militairen en opbouwprojecten van de grond konden komen.

De start in Kunduz zal heel anders zijn. Duitse en Amerikaanse troepen hebben zich de afgelopen jaren al stevig in de provincie genesteld. Nederlandse politiemensen en militairen (een kwart van het aantal dat in Uruzgan werd ingezet) kunnen zogezegd aanschuiven. Zware wapensystemen kunnen thuis blijven. Wel staan vier Nederlandse F-16-jachtvliegtuigen paraat om zonodig de eigen troepen luchtsteun te kunnen bieden. Luchtsteun is sinds de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995 een harde voorwaarde voor militaire missies.

De vijftig Nederlandse politiemensen blijven in Kunduz op het kamp en lopen betrekkelijk weinig gevaar, in tegenstelling tot de driehonderd militairen die met Afghaanse politiemensen de poort uit gaan. Het afgelopen jaar zijn zeven Duitse militairen bij gevechten en hinderlagen in Kunduz om het leven gekomen. Nederlandse militairen krijgen het mandaat om zichzelf te verdedigen als ze worden aangevallen of in een hinderlaag lopen. Die bevoegdheid wordt vastgelegd in hun mandaat en ook bepaald door relatief lichte bewapening.

In de praktijk zal het echter moeilijk zijn om een scheidslijn te trekken tussen zelfverdediging en offensieve acties. Militairen willen niet verrast worden door een plotselinge overmacht en zullen zich daartegen wapenen. Dan zal net als in de eerste jaren van Uruzgan de kritiek klinken dat de goedbedoelde trainingsmissie uit de hand is gelopen. Militaire logica werkt anders: ’We vechten waar het moet en trainen politiemensen waar het kan’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden