Review

Vechten voor een bladzijde Balzac

Wie zelfbedachte woorden in het Westen extra gezag wilde verlenen kon ze ooit presenteren als Oude Chinese Wijsheid, maar dat etiket wekt in de onttoverde wereld van vandaag nog slechts de lachlust. Denk aan 'Zeer vrij naar het Chinees', een gedicht van C. Buddingh': 'de zon komt op. de zon gaat onder. / langzaam telt de oude boer zijn kloten.' De luidruchtigste Oude Chinese Wijsheden zijn clichés, of camp, oud noch Chinees, en meestal voor de niet-Chinese gelegenheid verzonnen. Des te groter de vreugde als men een authentiek exemplaar tegenkomt, liefst van uitgesproken signatuur. 'In vrouwen is domheid een deugd', bij voorbeeld (echt waar!). Een chiquer specimen is 'Wie een boek steelt om het te lezen is geen dief'.

Dit aforisme bevestigt het beeld van China als een beschaving van edele geletterden met intense eerbied voor het geschreven woord. Niet geheel ten onrechte: China is vanouds inderdaad een land vol taal, schrift, teksten, boeken. Aan de andere kant heeft de macht van het Chinese woord ook de heersers door de eeuwen heen verontrust, en zichzelf dus paradoxalerwijze tegengewerkt - getuige de grondige censuur in China, tot op de dag van vandaag. Onder het maoïstisch regime nam die extreme vormen aan. Tijdens de terreur van de Culturele Revolutie (1966-1976) kwam de officiële literatuur tot stilstand, en gingen losgeslagen Rode Gardisten zich te buiten aan verbranding van grote hoeveelheden politiek incorrecte literatuur, vooral niet-Chinese en klassiek-Chinese boeken. Tegelijk ontstonden in hun eigen gelederen ondergrondse leescircuits (waaruit ten slotte Experimentele dichters als Bei Dao en Duoduo zouden voortkomen).

In een literair milieu als het onze, dat uit zijn voegen barst en zijn leden overvoert, is nauwelijks voorstelbaar dat de Chinese intelligentsia kort geleden illegaal vócht voor elke bladzijde literatuur, van haar eigen dichters uit het keizerrijk tot Flaubert, Baudelaire, Dostojevski, Lorca, Salinger, Solzjenitsin, Neruda, Ionesco en vele anderen. De verboden vrucht was zo schaars dat men, alvorens heimelijk geleende boeken terug te geven of door te geven, grote lappen tekst met de hand overschreef, voor eigen gebruik en verdere verspreiding onder gelijkgestemden.

Dai Sijie's debuut, 'Balzac en het Chinese naaistertje', verhaalt van twee jongens die in de Culturele Revolutie als miljoenen andere 'Jonge Intellectuelen' uit de grote steden naar het Chinese platteland gestuurd worden om door socialistische heropvoeding te leren van de boeren. Daar komen ze via een lotgenoot met een koffer vol boeken onverhoopt in aanraking met Balzac en andere westerse auteurs. Luo, de meest ondernemende van de twee, zet zijn nieuwverworven eruditie mede in om een bevallig naaistertje het hoofd op hol te brengen, met succes maar uiteindelijk onbeheersbare gevolgen. 'Balzac en het Chinese naaistertje' is sprookjesachtig en bij vlagen even verbijsterend als geestig, bij voorbeeld in de beschrijvingen van het dorpshoofd, een bruut die geobsedeerd is door de wekker die de beide stedelingen bij zich hebben. Zijn grootste vermaak bestaat erin hen naar een naburig dorp te sturen om de daar vertoonde Noord-Koreaanse propagandafilms uit het hoofd te leren, en eenmaal weer 'thuis' (na enige dagmarsen door de bergen), ritueel na te vertellen. Een buitenkansje, want het ontslaat hen van levensgevaarlijk en slopend werk in de mijnen.

Naast het besef dat veel van de anekdotiek de zeer wrede werkelijkheid van toen en daar getrouw weergeeft vraagt het boek aandacht voor een thema van alle tijden en plaatsen: de magie van verhalen, juist als ze worden verteld in een omgeving die oneindig ver afstaat van hun inhoud. Op de noordpool mijmeren over de Sahara, zich in Rood China in gedachten op sleeptouw laten nemen door Dean Moriarty of de Graaf van Monte Cristo, omgeven door IKEA-groeikernen lezen over een Chinese jongen die in een paalwoning in een Tibetaans bergdorp op zijn viool een sonate speelt, uit lijfsbehoud omgedoopt tot 'Mozart denkt aan voorzitter Mao', wat aan het dorpshoofd de tevreden opmerking ontlokt dat Mozart altijd aan voorzitter Mao denkt...

En behalve de verhalen, niet te vergeten, de magie van het vertalen, zeker in een maatschappij die zo potdicht zit als communistisch China in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De bewondering van de verteller voor Chinezen door wier mond buitenlanders spreken is niet alleen geloofwaardig, maar ook historisch verantwoord. Repressief cultuurbeleid in de Volksrepubliek bracht vele auteurs ertoe hun heil te zoeken -en hun talenten te ontplooien- in vertaalwerk. En zij maakten school, zowel met hun keuze van teksten als met de stijl van hun vertalingen.

'Balzac en het Chinese naaistertje' is door een Chinees in het Frans geschreven, en door sinoloog Jan De Meyer warmbloedig vertaald. Afgezien van wat halfslachtig, weinig functioneel gerommel met vertelperspectieven is het een mooi boek. Voordat hij eindigt als dronken boekverbrander steelt Dai Sijie's hoofdpersoon boeken, zeker. Maar hij is geen dief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden