Vechten tegen, ja wie eigenlijk?

(Trouw) Beeld
(Trouw)

De strijd tegen maoïstische groeperingen is het grootste binnenlandse conflict van India. Vorige week nog doodden maoïsten 76 paramilitairen. Binnen drie jaar hebben we ze verslagen, belooft de minister.

Zes paramilitairen houden de auto aan op de zandweg, die naar een dorpje in het zuiden van de Indiase deelstaat Jharkhand leidt. Ze kijken onder alle stoelen en in de bagageruimtes, voordat ze een knik ter goedkeuring geven. Verder is de weg, net als veel wegen in de grensregio Ghatshila, leeg. Maar in deze schijnbare oase van rust gonst het van de geruchten.

Maoïstische rebellen, die in deze bosrijke grensregio huizen, zouden zijn omsingeld door paramilitaire troepen. In Latehar, 300 kilometer naar het noorden, hebben de maoïsten een politiekamp aangevallen, wordt er gezegd.

En in Lalgarh, net over de grens met de deelstaat West-Bengalen, zouden ze een gat in de weg hebben geblazen, om te protesteren tegen een bezoek van Palaniappan Chidambaram, India’s minister van binnenlandse zaken.

Twee dagen na Chidambarams bezoek aan Lalgarh, vorige week dinsdag, zijn 76 paramilitairen in de bossen van de deelstaat Chhattisgarh gedood door landmijnen en maoïsten die schoten vanuit omliggende heuvels. Sinds ruim veertig jaar geleden een boerenopstand in het dorpje Naxalbari de maoïstische beweging in India inluidde – de militanten worden nog altijd naxalieten genoemd – vielen er niet eerder zoveel slachtoffers tijdens een aanval.

In totaal zijn er in het conflict ruim zesduizend mensen om het leven gekomen.

Chidambaram was in Lalgarh om met de lokale politie en overheidsfunctionarissen de voortgang van een recente campagne tegen de naar schatting tien- tot vijftienduizend gewapende maoïsten te bespreken, door de media ook wel ’Operatie Groene Jacht’ genoemd.

Sinds de verkiezingen van vorig jaar is de Communistische Partij van India, die zich CPI (Maoïstisch) noemt, verboden. Duizenden paramilitaire troepen zijn vanuit de rest van het land naar de oostelijke deelstaten gestuurd, waar de partij het meeste invloed heeft.

Sindsdien zijn drie belangrijke leiders, leden van het dertienkoppige Politburo, gearresteerd. Twee anderen werden al eerder opgepakt.

Dorpelingen van Gudhajhar en het naburige Narsinghpur zijn niet onder de indruk. „De naxalieten komen hier al jaren en ze blijven komen”, zegt Supriyo Dutt uit Narsinghpur. Verder wil hij er weinig over kwijt. „Ik moet hier wonen. Het is beter om niets te zeggen.”

In Gudhajhar komen de militanten al sinds 2006 niet meer, zegt dorpshoofd Ramchander Singh. Wel voelen de dorpelingen de aanwezigheid van de politie. Die is er sinds 2007, toen er een lokaal parlementslid door maoïsten werd vermoord en alle mannen uit het dorp vluchtten uit angst voor arrestatie. „De politie komt onze huizen binnen, controleert de jonge meisjes net wat te vaak en slaat de mannen in elkaar.”

Tien dagen eerder is er een groep familieleden opgepakt, die in het dorp op zoek was naar huwelijkskandidaten, maar geen van allen een identiteitsbewijs bij zich had, vertelt Singh.

Het is zeker 40 graden, maar in Ghatshila wordt gesproken over herfst. De bomen hebben minder bladeren dan in de zomer, waardoor het voor de militanten lastiger is om zich in de bossen schuil te houden. Velen verstoppen hun wapens en uniformen en verblijven tijdelijk in de dorpen. Iedereen is verdacht.

Een hooggeplaatste politieagent in Garhwa, ten noorden van Chhattisgarh, erkent dat, met de zomer in aantocht, de militanten in het voordeel zijn in de dichtbegroeide bossen en bergen van de oostelijke deelstaten. Die strekken zich kilometerslang uit over gebieden die nooit in kaart zijn gebracht. „Maar dankzij medewerking van de lokale bevolking kunnen we de militanten steeds beter traceren”, zegt hij.

Anoop Birtharay, assistent-inspecteur van de politie van Ghatshila, zegt dat hij dankzij informanten makkelijker onderscheid kan maken tussen de maoïsten en onschuldige dorpelingen. Maar vaak zijn de successen eenmalig. „Iedere twee tot drie maanden wordt er een informant vermoord door de maoïsten”, zegt Birtharay.

Vorige week dinsdag werd overduidelijk dat de strijd verre van gewonnen is. Chidambaram reageerde geschokt op de aanval. „Dit laat de barbaarse aard van CPI (Maoïstisch) zien”, verklaarde hij. Staatssecretaris Pillai zei: „De maoïstische ideologie loopt dood. Het heeft alleen ten doel om hen te vermoorden, die de maoïsten zeggen te vertegenwoordigen.”

Pillai heeft deels gelijk, zegt een activist van de Volksunie voor Burgervrijheden uit Garhwa. Hij spreekt over een interne machtsstrijd, splintergroeperingen die de ’belasting’ die de maoïsten onder plaatselijke bedrijven heffen, liever in eigen zak steken en de onderlinge moorden die hieruit voortvloeien. Zijn naam maakt hij liever niet bekend. „Iedereen die opkomt voor de arme bevolking wordt verdacht van maoïsme, zelfs als je geen wapens draagt.”

Ook Satish Kumar, een voormalig CPI (Maoïstisch)-lid dat zich bij de lokale regeringspartij Het Jharkand Bevrijdingsfront heeft aangesloten, zegt dat de beweging is veranderd. „Landeigenaren leiden de partij nu, om zichzelf voor een opstand te behoeden.” Kumar gelooft nog altijd heilig in de maoïstische ideologie. „Bovenal heeft die de arme mensen zelfrespect gegeven.”

Lokaal erkennen politie en overheid dat ze geen puur militaire strijd voeren. „Het is een propagandaoorlog”, zegt een hooggeplaatste overheidsfunctionaris in Ranchi, de hoofdstad van Jharkhand. Ook hij blijft liever anoniem. Het is moeilijk om het ideologisch staatsoffensief over het hoofd te zien. De lokale kranten staan vol advertenties van het ministerie van binnenlandse zaken, die een huilende dorpsvrouw laat zien onder de tekst „de maoïsten namen mijn land en man af”. De politie in het district West-Singhbhum kondigt de vertoning van een ’anti-naxal documentaire’ aan.

In Ghatshila probeert inspecteur Birtharay de hearts and minds van de bevolking te winnen door naaimachines en schooltassen weg te geven, of medische kampen te organiseren. Het is een strategie die de maoïsten al langer toepassen, zegt Manoranjan Mahato, activist van de Volksunie voor Burgervrijheden in Ghatshila. „Ze geven geld of kopen medicijnen voor zieken.”

In pamfletten en posters, een belangrijke vorm van communicatie met de dorpelingen, en in interviews met de media, speelt de CPI (Maoïstisch) vooral in op lokale sentimenten. In Jharkhand scharen ze zich bijvoorbeeld achter traditionele stammen, die vooral van bosproductie leven en die strijden tegen plannen van internationale mijnbedrijven, die hen mogelijk uit hun dorpen zouden verdrijven.

In Jharkhand, een relatief kleine deelstaat die zich in 2000 van Bihar afscheidde, met Het Jharkand Bevrijdingsfront voorop, zit 40 procent van India’s mineralen in de bodem. Mede daarom zijn de maoïsten er machtig. De Indiase inlichtingendienst schat dat de partij een jaarlijks budget van ruim 10 miljard roepies (bijna 170 miljoen euro) heeft, dat ze grotendeels in Jharkhand afhandig maakt van illegale mijnbedrijfjes.

De meeste mensen in Jharkhand zien weinig terug van de minerale rijkdom: ruim 40 procent leeft onder de armoedegrens. Overheidsprogramma’s voor gratis rijst en gegarandeerd werk bereiken lang niet iedereen. Manrakhani Devi van de Kora-stam in Garhwa wijst op een mand met zwarte, steenachtige zaden. „Dit eten we. Zonder regen kan het bos ons niets anders bieden.”

Maar de dorpelingen raken ook gedesillusioneerd over de maoïsten. „Ze bouwen een dam hier, een irrigatiesysteem daar, maar veel minder dan tien jaar terug. De mensen zijn nog steeds arm”, aldus de activist van de Volksunie voor Burgervrijheden. „De situatie verschilt in alle staten en regio’s. In Chhattisgarh bijvoorbeeld, bestaan ’bevrijde zones’ waar de naxalieten wel goed voor de dorpelingen zorgen.”

Toch blijft de maoïstische beweging jongeren uit deze afgelegen gebieden aantrekken, of het nu uit revolutionaire overtuiging, angst of pure armoede is. Ook veel dorpelingen die het misschien niet met hun idealen of methodes eens zijn, blijven de militanten helpen met onderdak en eten. „We kunnen niet weigeren”, zegt Ramnaresh Ram uit het dorp Belwabamar. Een aantal jaar geleden hebben de maoïsten het huis van het dorpshoofd in brand gestoken, vertelt hij.

Tijdens zijn bezoek aan Lalgarh riep minister Chidambaram dorpelingen op om zich tegen de maoïsten te verzetten. Een man antwoordde: „Als zoveel gewapende troepen dat niet eens kunnen, hoe moeten wij dat dan doen?”

Het verlies 76 paramilitairen van vorige week zet de centrale overheid onder druk om de strategie van ’Operatie Groene Jacht’ te wijzigen.

Tot vorige week werd er nog over voorwaarden voor onderhandelingen gesproken, nu zegt minister Chidambaram dat dit zou ’spotten met de afslachting’. Hij sluit inzet van de luchtmacht niet langer uit. De minister herhaalde het standpunt dat hij na de verkiezingen innam, dat de maoïsten binnen twee tot drie jaar verslagen kunnen worden.

De dorpelingen, activisten, overheidsfunctionarissen en politieagenten die dagelijks met de maoïsten moeten zien te leven, lijken er niet in te geloven. In de woorden van de politiechef in Garhwa: „Wij arresteren er een paar; zij rekruteren er een paar en zo gaat het maar door.”

Militairen en familie dragen de kist van Ranjit Yadav, die sneuvelde tijdens de aanval. (FOTO'S AP) Beeld
Militairen en familie dragen de kist van Ranjit Yadav, die sneuvelde tijdens de aanval. (FOTO'S AP)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden