Vechten tegen het water

In alle ophef rond de Westerschelde wordt het steeds gezegd: na de watersnoodramp van 1953 is het voor de Zeeuw onbespreekbaar om land terug te geven aan het water. Zit die angst werkelijk ook zo diep?

Als de Tweede Kamer eind 1994 besluit dat de kerncentrale van Borssele vervroegd dicht moet, is men in de Zak van Zuid-Beveland terneergeslagen. Want het werk van 700 mensen staat ineens op de tocht. Acties zitten er niet in. Een lid van de ondernemingsraad legt uit waarom: „De Zeeuwse mentaliteit is redelijk lijdzaam: we springen niet op barricades.”

Aan Zeeuwen worden doorgaans positieve eigenschappen toegedacht. Oké, ze gaan door voor stug en wars van emoties. Maar ze heten ook rustig en stil en, zoals hun ’Brabantse’ commissaris van de koningin Karla Peijs vorig jaar op de dialectdag zei, ’nuchter en relativerend’. Op z’n Zeeuws gezegd is het een instelling van ’Lukt ’t vandaehe nie, dan lukt ’t merrehe’.

En in haar nieuwjaarstoespraak van dit jaar had Peijs nog meer loftuitingen voor haar provinciegenoten. „Ze zijn enorm zorgzaam voor elkaar, ze staan achter elkaar, ze laten elkaar nooit in de steek.” Ze zijn, om met het Zeeuwse volkslied te spreken: met lijf en ziel goed Zeeuwsch, goed rond. Het zijn harde werkers, getuige de woorden van de Goese ondernemer Jan Hollestelle uit 2004. Rechtgeaard, een man een man, een woord een woord. „Ze hebben het arbeidsethos hoog in het vaandel. Ze zijn loyaal en trouw. Stugge doordouwers.” Een ideaal type werknemer, stelt het vakblad De Nederlandse Chemische Industrie in 1976. Publicist Kees Slager memoreert het compliment met gemengde gevoelens in zijn boek ’Mijn Zeeland’.

Maar inderdaad, krijg je Zeeuwen in het vizier, dan ogen ze doorgaans niet als wildebrassen en flierefluiters. Premier Jan Peter Balkenende. Herman Wijffels, de oud-formateur van het zittende kabinet. Jan-Kees de Jager, de staatssecretaris. Zeeuwse degelijkheid, ’ee – om dit provinciale stopwoord te gebruiken.

Balkenende en Wijffels worden in één adem genoemd, maar de eerste, een protestant uit Zuid-Beveland, is van een ander slag dan de tweede, een katholiek uit Zeeuws-Vlaanderen. Niets geeft dat treffender weer dan de vaststelling: „Er wordt op begrafenissen in Zeeuws-Vlaanderen meer gelachen dan bij bruiloften op Beveland.” Maar er bestaat ook een variant met Walcheren in de sombere rol. En vergeleken bij het streng protestantse Tholen en Sint Philipsland zijn de Bevelanders waarschijnlijk weer vrolijke fransen.

En nu lijkt die ingetogenheid van de Zeeuwen te hebben plaatsgemaakt voor rebellie tegen het plan om de Hertogin Hedwigepolder in het noordoosten van Zeeuws-Vlaanderen te ontpolderen ten behoeve van de havenbelangen van Antwerpen. Lijkt, want volgens Rinus Antonisse, invloedrijk voormalig redacteur bij de Provinciale Zeeuwsche Courant (PZC), gaat het maar om ’luid kabaal’ van een harde kern van tegenstanders. Nee, zegt Kees Slager, publicist en Eerste Kamerlid voor de Socialistische Partij, de mening van Zeeland is heel duidelijk. „Van de schrijvers van de ingezonden brieven in de PZC keert 95 procent zich tegen de ontpoldering.

’Een Zeeuw geeft geen land prijs aan het water’, is de lijfspreuk van de bewoners van de provincie. Zo ongeveer de uitwerking van de wapenspreuk ’Luctor et emergo’, ik worstel en kom boven. Slager – zelf ook Zeeuw – kan zich die onverzettelijkheid goed voorstellen. „In de loop van de eeuwen heeft Zeeland veel gebied verloren aan de zee. Steeds weer moest het teruggepolderd worden.” Het sentiment ligt diep, zegt Slager: de mensen kwamen pas in het geweer toen het woord ontpolderen viel.

Dat laatste is Antonisse met hem eens. „Op zichzelf heeft een overgrote meerderheid van de Zeeuwen niets tegen op het prijs geven van land aan water. Een opinieonderzoek van de PZC, driekwart jaar geleden, wees dat uit. Maar door politiek broddelwerk is het onderwerp een eigen leven gaan leiden. Er wordt op het ogenblik een binnendijks plan voor wonen, recreatie en natuur ontwikkeld bij Perkpolder – ook in het oosten van Zeeuws-Vlaanderen – en daar zijn geen bezwaren tegen.”

Ria Geluk, oud-statenlid voor D66 en dé motor achter het Watersnoodmuseum op haar eiland Schouwen-Duiveland, kent de sentimenten van de Zeeuw. „We hebben hier het plan Tureluur. Daarbij wordt 700 hectare land onder water gezet als natuurgebied voor vogels. Ook daar zeggen mensen: water moet buiten de dijken. Ik snap die emotie, maar het is geven en nemen met land en water.” Ook de sentimenten rond de ontpoldering onderkent ze. „Ik denk er genuanceerd over, maar dan heet het al snel: ze is niet tegen. De discussie is onderhand verengd tot het wel of niet een polder onder water zetten voor de Belgen. Maar het gaat ook om 600 hectare natuurherstel.”

Diep ligt het sentiment zeker bij Magda de Feijter, aanvoerder van het Zeeuws-Vlaamse actiecomité tegen de ontpoldering. „Het verzet leeft niet alleen bij een paar CDA-boeren; het is heel breed. Een polder aan de zee prijsgeven doe je gewoon niet.” De boerderij van de De Feijters in Zaamslag ligt tegen de Westerschelde. Zou de ontpoldering doorgaan, dan moeten ze weg. „Bij de eerdere verdieping hebben we al een blok grond prijsgegeven. En nu zou ons mooie erf moeten verdwijnen.”

De sentimenten gaan voor sommige terug naar de watersnoodramp van 1953, weet De Feijter zeker. „Ik zit in de bejaardenzorg en trof laatst iemand thuis die zich helemaal had ingepakt. Zou ze dementeren, vroeg ik me af. Maar ze vertelde dat er storm op komst was en dat ze zich op evacuatie had voorbereid.”

Maar Antonisse koppelt de commotie niet meteen aan 1953. „Als het flink stormt, slapen de mensen overal slecht. Je moet aan de mensen die de ramp hebben meegemaakt goed uitleggen dat hun veiligheid niet in het geding is.”

In haar Watersnoodsmuseum vermijdt Ria Geluk een koppeling tussen de ramp en de Hedwigepolder. „Het is niet te vergelijken en dus moet je het buiten de discussie houden.”

In hun hart zijn Zeeuwen nog steeds eilandbewoners, stelde commissaris Peijs dit jaar vast. Dat manifesteert zich nog weleens in rivaliteit tussen de delen van de provincie. Zeeuws-Vlaanderen wil zich nogal eens onderscheiden. Ze hebben ’een bepaalde signatuur’, zoals Peijs eens vaststelde. De context was wat ongelukkig; ze adviseerde op een emigratiebeurs iedereen die zich in het provinciedeel wilde vestigen, er eerst eens een vakantiehuisje te huren om de mensen te leren kennen.

Ook in de ontpolderingsdiscussie wordt vanaf andere ’eilanden’ een beetje meewarig naar het zuiden gekeken. „In Zeeuws-Vlaanderen hebben ze allang een beetje het gevoel dat ze alles moeten bevechten op Middelburg en Den Haag. Dat had je ook met het tol betalen voor de Westerscheldetunnel. Wij op Schouwen-Duiveland hebben daar minder last van”, merkt Ria Geluk op. En ook Rinus Antonisse neemt de opwinding over de Hedwigepolder met een korrel zout. „Ze zijn van nature nogal opgewonden. Ze hebben ook een korter lontje dan de mensen op Tholen of Schouwen-Duiveland. Sinds de Tachtigjarige Oorlog hebben de Zeeuws-Vlamingen het idee dat ze worden achtergesteld. Op dat sluimerende Calimero-gevoel wordt nogal eens ingespeeld.

De vraag of je behoort te ontpolderen, past in de eeuwenoude geschiedenis van Zeeland, die van zee wordt land en land wordt zee. Een gevecht dat, zoals Karla Peijs vorig jaar in een toespraak zei, al in de negende eeuw begon en dat veel landwinst opleverde. En ook nieuwe overstromingen. Zeeland heeft een dynamische verhouding tussen land en water, stelde Peijs vast. „Het is niet alleen een vechten tegen het water, maar ook leven mét water en leven ván water.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden