Vechten tegen Calvijn-clichés

(\N) Beeld
(\N)

Berlijn - Het calvinisme heeft in Duitsland een slechte naam. Het zou behoudend zijn, onverzoenlijk, lustvijandig, gierig en zelfs moorddadig. De calvinismetentoonstelling in Berlijn, wereldwijd de grootste in dit calvinistische jubeljaar, gaat die clichés te lijf.

Waarom in Duitsland? Waarom niet in Nederland? De tentoonstelling over het calvinisme die dinsdag in Berlijn haar deuren opende, heeft meer met ons land dan met het gastland te maken. Uiteindelijk is geen land zo calvinistisch als Nederland. Dat laten de documenten, objecten en schilderijen in het Duits Historisch Museum overduidelijk zien.

Hebben de tentoonstellingsmakers in Nederland zitten slapen? Met prachtstukken uit onder meer het Utrechtse Catharijneconvent en het Amsterdamse Rijksmuseum vertellen de Duitse curatoren een fascinerend verhaal waarin Nederland een centrale rol speelt. Als land van calvinistische predikers, van calvinistische deugden en van calvinistische dynastieën.

En dat is nu te zien in een land waar het calvinisme nauwelijks leeft. „Het leidt een schaduwbestaan”, zegt Jann Schmidt, synodevoorzitter van de evangelisch-gereformeerde kerken in Duitsland. „Het heeft geen maatschappelijke invloed meer. De laatste keer dat de gereformeerden zich deden gelden, was in de vredesbeweging en de anti-apartheidsstrijd, dertig jaar geleden.”

Schmidt werkt en preekt in Oost-Friesland, vlak bij de Noord-Nederlandse grens. Daar is het calvinisme van oudsher sterk. Maar sinds in Duitsland de gereformeerde gemeenten zijn opgegaan in de evangelische kerk, hebben de calvinisten ook daar nauwelijks nog een eigen gezicht. „Calvijn verdwijnt geheel achter de machtige gestalte van Luther”, zegt Schmidt.

Calvijn heeft in Duitsland, anders dan in Nederland, een slechte naam. „We moeten voortdurend tegen negatieve clichés vechten”, klaagt Schmidt. „Vijfhonderd jaar Calvijn is voor veel kranten reden om diens kwalijke kanten nog eens op te rakelen. Hij zou verantwoordelijk zijn voor de uitwassen van het kapitalisme. En hij zou in Genève een moordzuchtig regime hebben gevoerd. Allemaal boosaardige clichés.”

De Berlijnse tentoonstelling bestrijdt die clichés door het calvinisme in een breed historisch en geografisch perspectief te plaatsen. ’De gereformeerden in Duitsland en Europa’ luidt de ondertitel van het project. Het presenteert Calvijn als de ’tweede reformator’, die het verzet tegen de katholieke kerk nieuw leven inblies toen de invloed van Luther alweer begon te tanen.

Het bijzondere karakter van het calvinisme, zo laat de tentoonstelling zien, spruit voort uit het feit dat het een kerk in ballingschap was. Ook Calvijn was een vluchteling. In het Zwitserse Genève vond de Franse intellectueel een nieuw thuis. Van daaruit verbreidde hij zijn leer via geschriften, academies en zendelingen. Ook Nederlandse predikers kregen er hun opleiding.

Doordat calvinisten vaak ballingen waren, ontbeerden ze de protectie van de wereldse macht. Lutheranen genoten veelal de bescherming van vorstenhuizen, calvinisten moesten op eigen benen staan. Ze kozen hun eigen leiders. De gereformeerde gemeenten waren proeftuinen voor de democratie, beweert de tentoonstelling. En ze waren tolerant tegenover vreemdelingen.

Het calvinisme verbreidde zich als een vlekkenpatroon over Europa. Het kreeg vaste voet in Zwitserland, Hongarije, de Pfalz, Brandenburg, Schotland, Nederland. Wat die vlekken met elkaar verbond, waren naast de leer en de academies ook de adellijke dynastieën in die gebieden. Het calvinisme oefende een bijzondere aantrekkingskracht uit op de elite.

Een centrale dynastie was die van de Oranje-Nassau’s, die het calvinisme in de Nederlandse republiek legitimiteit verschafte. En via het calvinisme ook het kapitalisme. Want het was immers Calvijn die het taboe op het heffen van rente doorbrak en het streven naar winst een opdracht van God noemde. Mits die winst weer in de gemeenschap werd geïnvesteerd.

Dat is allemaal op de Berlijnse tentoonstelling te zien. De schilderijen en voorwerpen tonen de typisch calvinistische combinaties van rijkdom en soberheid, macht en ingetogenheid, behoudzucht en moderniteit, arbeidsdrift en devotie. Juist die schijnbare paradoxen verlenen de portretten, de kerkinterieurs, de avondmaalskelken een intrigerende schoonheid.

Daarop wijst ook museumdirecteur Hans Ottomeyer. „Het calvinisme is geen vijand der zinnen”, prijst hij de tentoonstelling aan. Er is hem veel aan gelegen om het calvinisme een modern imago te verlenen. Dat wil ook Jann Schmidt, die vanuit Emden, het calvinistische bolwerk in Oost-Friesland, de belangrijkste impuls tot de tentoonstelling leverde.

„Het calvinisme is allang geen eiland meer”, zegt Schmidt. „Nederland bewijst dat het met beide benen in de werkelijkheid staat.” En hoe is het dan gesteld met het treurige leerstuk van de predestinatie? „Ach, dat is allang verlaten, dat valt niet meer uit te leggen. Het was voor Calvijn overigens een leerstuk van de tolerantie: ook vreemdelingen konden uitverkoren zijn.”

Toch verhult de tentoonstelling niet dat ook het moderne calvinisme stijf en sober kan zijn, eerder de donkerte zoekt dan het licht, spaarzaam omgaat met vreugde en genot en traditie hoger aanslaat dan vernieuwing. Dat laten vooral de twee fotopanelen zien waarmee de expositie besluit, van de Nederlanders Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek. De reuzenpanelen tonen twaalf hedendaagse ’juffers’ en twaalf ’ouderlingen’ in zwarte zondagse pakken.

De tentoonstelling ’Calvinismus: Die Reformierten in Deutschland und Europa’: tot 19/7, Deutsches Historisches Museum, Unter den Linden 2, Berlijn. De catalogus (450p) kost €25.

De C-factortest is er nu ook in het Duits en in het Engels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden