Vechten om weg te komen

De mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties stemt vandaag over een resolutie waarin de ,,ernstige misstanden” in Noord-Korea worden veroordeeld. Eerdere resoluties hebben weinig veranderd, en ook deze zal de Noord-Koreanen er niet van weerhouden alles te doen om het land te ontvluchten, ook als dat leidt tot een rechteloos en angstig bestaan in China. Correspondent Eun-Mi Postma bezocht Noord-Koreanen die de sprong waagden.

Vanuit het Chinese grensplaatsje Tumen kun je aan de overzijde van de gelijknamige rivier het Noord-Koreaanse dorp Namyang zien liggen. Grijze vervallen gebouwen, waarin de ramen ontbreken. De enige kleuren zijn te zien op een groot portret van de Koreaanse president Kim Il-sung met daarboven de tekst 'Moge hij lang leven, onze grote leider!'

's Nachts is aan de overzijde geen licht te bespeuren, in Noord-Korea is een chronisch gebrek aan elektriciteit. Tot er ineens toch een fel licht opdoemt tegen de pikzwarte hemel. Het blijkt de verlichting te zijn van een immens monument ter ere van Kim Il-sung, verklaart een Chinese hulpverlener, die werkt onder de schuilnaam Chang. In het donker wagen Noord-Koreaanse vluchtelingen, door honger gedreven, de hachelijke oversteek naar China.

,,Uit Noord-Korea ontsnappen zelf is niet het punt. De grenspolitie is omkoopbaar voor 200 yuan, zo'n 20 euro. Maar eenmaal in China moet je zien te overleven”, zegt Lee Kwon-oong, een vooraanstaande Noord-Korea-deskundige uit Zuid-Korea. Lee Kwonoong heeft de afgelopen twee jaar tientallen vluchtelingen in dit grensgebied gesproken en is nu opnieuw in China om een actueel beeld te krijgen van de benarde situatie waarin de Noord-Koreaanse vluchtelingen verkeren.

,,Kort na de hongersnoodramp in 1994 waren het vooral mannen die regelmatig de grens met China overstaken, om met voedsel en geld terug te keren naar hun gezinnen in Noord-Korea. Maar nu de situatie in Noord-Korea almaar verslechtert, zijn het vooral vrouwen die - met of zonder kinderen - de oversteek wagen”, legt Lee Kwon-oong uit, terwijl zijn auto zich een weg baant over modderige wegen, door uitgestrekte besneeuwde velden in de buurt van het Chinese plaatsje Wangqing.

In het grensgebied liggen handelaren op de loer, die de vrouwelijke vluchtelingen als bruiden verkopen aan Chinese mannen. Vooral op het platteland van China is er een schrijnend tekort aan vrouwen. Vanwege de Chinese één-kindpolitiek zijn vrouwen schaars. En de vrouwen die er zijn, trekken naar de stad. Lee Kwonoong: ,,Afhankelijk van hun leeftijd en uiterlijk worden de Noord-Koreaanse vrouwen verkocht voor de prijs van een koe of paard, zo'n 250 euro. Als een vrouw geluk heeft, treft ze iemand die geen alcoholist is en haar niet deelt met andere mannen. Zelfs in geval van verkrachting of mishandeling kan zo'n vrouw geen aangifte doen of zich laten behandelen in een ziekenhuis. Noord-Koreaanse vluchtelingen zijn in China zonder status.”

De rit eindigt in Wangqing, een plaats met drieduizend inwoners, waar dertig Noord-Koreaanse vrouwen leven. De hoogzwangere Hyung-cha (32) - een schuilnaam - vertelt dat met een Chinese man haar redding is geweest. ,,Hij heeft mij onderdak gegeven. Het minste wat ik kan doen, is hem een kind baren. Alles is beter dan omkomen van de honger.” Het is haar tweede kind. Een driejarig zoontje heeft ze achtergelaten in de Noord-Koreaanse stad Onsong, toen ze twee jaar terug samen, met haar oudere zus, de armoede ontvluchtte. Via Chinese smokkelaars die regelmatig Chinese producten Noord-Korea binnensmokkelen, horen ze af en toe nieuws van hun familie.

Een andere vluchtelinge, Young-soo (56), is zes jaar geleden gevlucht. Maar ze is nog altijd doodsbang voor politie-invallen, die vaak 's nachts plaatsvinden. China erkent de Noord-Koreanen niet als vluchtelingen. De Chinese politie houdt regelmatig razzia's en zet de illegalen zonder pardon de grens over. ,,Tot twee uur 's nachts doe ik geen oog dicht”, zegt Youngsoo, die met haar fijne gelaatstrekken en gerimpelde donkere huid zeer breekbaar oogt. Ze heeft tot nu toe aan de politie weten te ontkomen door zich te verstoppen in een fruitdoos achter het huis.

De dorpelingen beschermen de vrouwen en waarschuwen hen als ze onraad ruiken. Young-soo's angst is meer dan begrijpelijk. Ze is samen met haar drie zonen en een dochter naar China gevlucht. Maar twee van haar zonen zijn vorig jaar opgepakt en naar Noord-Korea teruggestuurd.

,,In de Noord-Koreaanse strafkampen worden ze zo slecht behandeld, dat ze waarschijnlijk te zwak zijn om opnieuw een vluchtpoging te wagen.” Ze weet niet of ze haar zonen ooit zal terugzien.

Afgelopen winter deden de Verenigde Naties tevergeefs een oproep aan de internationale gemeenschap om meer donatiegelden: 3,2 miljoen van de in totaal 22 miljoen Noord-Koreanen werden dit jaar afgesneden van voedselhulp. Het bergachtige noorden van Noord-Korea, waar ook de strafkampen zijn gelegen, is een gebied waar de Verenigde Naties zelden worden toegelaten. In dit afgelegen gebied is het voedseltekort het meest nijpend.

Zoals in Eundok, een kolenmijnstad in het noorden, vlakbij de Russische grens. Het is de geboorteplaats van drie Noord-Koreaanse jonge vrouwen die de armoede zijn ontvlucht en in China zijn terechtgekomen. ,,We aten twee keer per dag pap gemengd met wild gras”, zegt Eun-ju in hun schuilplaats in een buitenwijk van de Chinese stad Yanji, gelegen in het noordoosten van China, zo'n 60 kilometer van de grens met Noord-Korea. Ze kan zich niet herinneren ooit vlees te hebben gegeten.

Hun vaders werkten in de mijnen en waren zelden thuis. Ook de moeders meestal weg, op zoek naar voedsel in de bergen. Een derde van de huizen in Eundok staat leeg. ,,In het dorp hoorden we van anderen die de grens waren overgestoken dat je in China heel gemakkelijk geld kunt verdienen. Toen we Chinese kinderen zagen spelen aan de andere kant van de bevroren rivier, hebben we moed verzameld en de oversteek gewaagd”, zegt de inmiddels 18-jarige Kim Eunwha.

Sinds hun vlucht in januari 2002 zit Eun-wha samen met twee meisjes van nu 16 en 18 jaar, zusjes van elkaar, ondergedoken in een kamer van twee bij vier, waarvan de ramen zijn afgeplakt In het betonnen appartementenblok weet niemand dat zich op de bovenste verdieping drie jonge vrouwen schuilhouden. Zelden komen ze buiten.

Een Chinese vrouw van Koreaanse afkomst zorgt voor de meisjes. Hulpverlener Chang komt af en toe kijken. Hij neemt geen risico's en bezoekt de meisjes alleen 's nachts. Dit keer heeft hij ijsjes meegebracht. Bij het licht van een gloeilampje neemt Eun-wha voorzichtig een likje. Ze glimlacht verlegen. Het is voor het eerst in haar leven dat ze ijs eet.

De controle in het grensgebied is de laatste weken verscherpt, zegt Chang. Dat is het gevolg van de recente hongerstaking van zo'n honderd gearresteerde vluchtelingen in een Chinees detentiekamp in Tumen. De Noord-Koreanen protesteerden tegen hun ophanden zijnde uitzetting.

Verspreid over drie noordelijke Chinese provincies wonen zo'n twee miljoen Chinezen van Koreaanse afkomst. De Yanbian regio in de provincie Jilin, met de hoogste concentratie etnische Koreanen is vrijwel autonoom. De bevolking sprekt hier niet alleen Chines, maar ook vloeiend Koreaans.

Deze etnische Koreanen, wier voordeouders naar China zijn gevlucht tijdens de Japanse bezetting van Korea, van 1910 tot 1945, spelen een cruciale rol in de opvang van de vluchtelingen. Sommigen zijn betrokken bij het ondergrondse netwerk van kerken, missionarissen en hulporganisaties.

Officiële cijfers van het aantal vluchtelingen zijn er niet. Volgens deskundige Lee Kwon-oong zijn het er ongeveer 300 000, van wie 60 tot 70 procent vrouw is. In 2001 zijn na grootschalige razzia's achtduizend Noord-Koreanen de grens overgezet. Maar de vluchtelingen blijven terugkomen.

De kwestie van de Noord-Koreaanse vluchtelingen ligt gevoelig bij de Chinese overheid, die de afgelopen jaren nog harder is gaan optreden, sinds vluchtelingen buitenlandse ambassades bestormen om op die manier China uit te komen. De meeste willen naar Zuid-Korea, waar ze een legale status krijgen en geld van de overheid om een nieuw bestaan op te bouwen. ,,China probeert deze bestormingen tegen te houden, nerveus geworden door de internationale aandacht voor deze binnenlandse problematiek”, zegt Lee Kwon-oong. ,,China vreest voor een stroom vluchtelingen, als zij hun een legale status zouden geven. Een exodus uit Noord-Korea en chaos in de eigen achtertuin is het laatste wat China wil. Bovendien heeft China met Noord-Korea afgesproken vluchtelingen terug te sturen.”

Maar in de dorpen waar je nauwelijks een jonge vrouw ziet, zijn de Noord-Koreaanse vrouwen meer dan welkom. ,,Negentig procent van de nieuw geboren baby's is van Noord-Koreaanse vrouwen. Nieuwe levens die we hard nodig hebben in deze streek. Sommige lokale autoriteiten begrijpen dat en knijpen een oogje toe, als ze een vluchteling ontdekken”, vertelt Chin in een restaurant in Wangqing. Chin is een belangrijke schakel in het ondergrondse netwerk. Afgelopen jaren was zijn geitenboerderij het onderduikadres voor zo'n dertig families.

Chin heeft de 46-jarige Kim meegenomen, een warme vrouw met een open gezicht. Zij woont nu met haar dochter op zijn boerderij. Kim is voor het eerst in de stad en staart naar de overvloedige dis met gebakken vis en varkensvlees in zoete saus, maar kan geen hap door haar keel krijgen als ze praat over haar zus.

Haar zus was met haar dochter naar China vertrokken, maar toen ze terugkeerde met voedsel voor de achtergebleven familieleden werd ze door de Koreaanse autoriteiten gepakt en voor tien jaar naar een strafkamp gestuurd. ,,Ze werd ervan beschuldigd dat ze haar dochter het land had uitgesmokkeld. Ze hebben haar hard aangepakt om anderen af te schrikken. Na drie maanden is ze overleden aan haar verwondingen. In een briefje werd haar dood mij meegedeeld. Ik kreeg niet eens de kans haar lichaam te zien of een begrafenis te regelen”, zegt Kim.

Een jaar geleden besloot Kim om, samen met haar 17-jarige dochter, het land te ontvluchten. Hoewel ze nu leeft onder de bescherming van Chin, maakt ze zich zorgen over haar dochter.Ze is bang dat die, net als de dochter van haar zus, wordt gekidnapt door smokkelaars en aan een pooier wordt doorverkocht. ,,Ze kan hier niet naar school en verveelt zich op de boerderij. Het liefst zou ik willen dat ze naar Zuid-Korea gaat.”

De routes naar Zuid-Korea zijn bekend onder de vluchtelingen. Via Thailand en Mongolië, landen waar ze kunnen rekenen op een vluchtelingenstatus. Het kost echter geld om deze tocht te ondernemen. Minstens 3000 euro per persoon, om onder meer valse paspoorten te maken, zegt Lee Kwon-oong. ,,Het is een riskante onderneming, omdat er zoveel mensen bij betrokken zijn: gidsen, vervalsers, smokkelaars en vertalers. Er hoeft maar één persoon tussen te zitten die onbetrouwbaar is en de hele operatie mislukt, met alle gevolgen van dien. En de Chinese autoriteiten loven beloningen uit van 50 euro voor burgers die Noord-Koreanen aangeven.”

Toch hebben dit jaar al 270 vluchtelingen Zuid-Korea bereikt. In 2003 waren dat er 1200. Ook de jonge vrouwen in de buitenwijk van Yanji dromen ervan naar Zuid-Korea te gaan. Maar inmiddels zijn er twee jaren voorbijgegaan en onduidelijk is hoe lang ze nog moeten wachten voordat ze echt in vrijheid kunnen leven. De meisjes brengen hun dagen door met televisiekijken en studeren in boeken, die de kerk heeft aangeleverd. Tussen de studieboeken en sprookjesboeken ligt de Koreaanse vertaling van het dagboek van Anne Frank.

Voordat Chang de meisjes gedag zegt en het donkere trappenhuis afdaalt, zegt hij dat ze elke dag lichaamsoefeningen moeten doen, om in goede conditie te blijven. De vrouwen knikken braaf. De deut valt in het slot. Met behulp van een aansteker zoekt Chang de weg naar de voordeur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden