Vathorst is net Père Lachaise

Als ‘kleine bondgenoot’ van Trouw, de KRO en uitgeverij Ten Have in de Maand van de Spiritualiteit stond cultuur- en ontmoetingscentrum De Kamers in Vathorst, de jongste wijk van Amersfoort, dit weekeinde in het teken van de spirituele film.

Marcel Krelage was in 2003 de vijfhonderdste bewoner van Vathorst, de jongste uitbreiding van Amersfoort-Noord. Hij wijst door de grote ramen van het pas geopende cultuur- en ontmoetingscentrum De Kamers naar buiten. „Er stond een handjevol huizen, verder was het een kale boel hier, enkel weilanden. Nu wordt er al geklaagd over de drukte in de wijk. Er is zelfs al fileleed op de rondweg, in de buurt van de school.”

Krelage kerkte vanaf het begin in de Veenkerk in Vathorst bij Jos van Oord, tot voor kort predikant van de Protestantse Kerk in Nederland, nu directeur van De Kamers. „De kerk begon met zes man in het informatiecentrum. Daarna zijn we naar een school verhuisd, nu zitten we tijdelijk hier, met een harde kern van zo’n veertig kerkgangers. Totdat onze kerk wordt gebouwd.”

Deze zondag is anders dan andere. De ochtend begint met een korte gebedsdienst, geleid door ex-dominee Jos van Oord. Daarna wordt de eerste van vier spirituele films gedraaid, die voor vandaag op het programma staan. Het is de met een Gouden Kalf bekroonde documentaire Forever van Heddy Honigmann, over de beroemde Parijse begraafplaats Père Lachaise.

Krelage vond het een indrukwekkende film. „De rust die er heerst, en die vrouwen in de weer bij de graven met water en bezempjes. Het leek wel of de regisseur zelf een lopend graf was dat, zonder opdringerig te zijn, probeerde contact te krijgen met de levenden op de begraafplaats. En dan blijkt iedereen een verhaal te hebben. Zo is het ook in Vathorst. De mensen rennen maar, hebben het altijd druk, maar ze hebben allemaal hun verhaal, en vaak een diepgaand verhaal. Dat merk je pas, als je even de tijd neemt.”

De behoefte aan rust en stilte was ook de rode draad in de korte gebedsdienst voorafgaand aan de film. „Zelf rust creëren”, benadrukte Van Oord, „is niet eenvoudig in een jachtige samenleving met veel lawaai, die de nadruk legt op tempo en een hoge waardering heeft voor activiteit.” Toch is stilte volgens hem de ’grondtoon van ons leven’. „Stilte geeft de mogelijkheid om het contact met de stilte en rust in jezelf te herstellen.”

Een begraafplaats zoals Père Lachaise leent zich daar volgens hem bij uitstek voor, is een ’heilzame stilteplek’. „Daar rusten niet alleen de doden, maar vinden de levenden vrede en zelfs inspiratie in de kalmte en de mysterieuze schoonheid.” Voor de gelegenheid las hij Lucas 7:1-7, over de mannen die bij Jezus’ lege graf komen, waarvoor de steen is weggerold.

Het gaat, wil hij maar zeggen, op een begraafplaats niet om de doden maar om het levend houden van de herinnering aan hen. Dat geldt voor het graf van Jezus maar evenzeer voor al die graven van bekenden en onbekenden op Père Lachaise: „Hij is hier niet, hij leeft voort in onze herinnering. Daarom is een kerkhof niet alleen een laatste rustplaats voor de doden, maar vooral ook een inspirerende plaats voor de levenden en een oproep om het leven lief te hebben.”

Rode draad door Forever is het verhaal van de Japanse pianiste Yoshino Kimura. We zien haar bij het graf van Chopin, daarna in haar kamer waar ze studeert op een Impromptu en een Nocturne van de componist. Ze vertelt dat haar vader, van wie ze haar eerste langspeelplaat van Chopin kreeg, jong is overleden. „Elke keer als ik Chopin speel, draag ik dat aan hem op.” En zo triomfeert hier, net als bij Jezus’ graf, het leven over de dood. De componist leeft voort in het spel van Kimura, en haar vader blijft levend in haar herinnering, elke keer als ze Chopin speelt.

Ook bij het graf van Marcel Proust zie je iets soortgelijks gebeuren. Er ontspinnen zich hele gesprekken tussen bezoekers over zijn werk. Een enkeling voelt zich aangespoord om nu eindelijk eens La Recherche te gaan lezen. Een Zuid-Koreaanse toerist legt eten bij Prousts graf. „Ik las tien jaar Proust. Zijn boeken zijn voedsel voor mijn geest, daarom breng ik hem nu ook iets te eten.”

Na de film organiseert Van Oord een gesprek in de zitkamer van De Kamers. De film heeft indruk gemaakt op de twintig bezoekers. Ze zijn het erover eens dat de film integer en met respect is gemaakt. Een van hen is van Franse komaf. Ze herkent het gepoets van de vrouwen op de begraafplaats. „Dat is typisch katholiek”, meent ze. „In het dorp waar ik vandaan kom, kon je de vrouwen altijd ’s morgens op het kerkhof vinden, tussen acht en negen. Dan kom je achter al die verhalen.” Ook zij vindt trouwens dat ze Proust nu maar eens moet gaan lezen.

Troostrijk? Ja, dat vinden ze de film ook. „Het is mooi”, zegt een vrouw, „dat anderen weten dat je geleefd hebt. Ik hoop dat ik ook herinnerd wordt, wat ik gedaan en gezegd heb.” Van Oord haalt de woorden aan van filmkenner Marjeet Verbeek, die vrijdagavond de openingsfilm The Return heeft ingeleid. „Een goede spirituele film opent de ruimte om je eigen gevoelens en interpretaties toe te laten.” Een man is zo geïnspireerd geraakt door de film dat hij zich laat ontvallen: ’Ik moest vanmiddag maar eens een gedicht schrijven’.

Terwijl er al weer nieuwe bezoekers arriveren voor de volgende film, praten we nog even na met Jos van Oord over de geschiedenis van cultureel en ontmoetingscentrum De Kamers, dat op 3 september door prinses Maxima is geopend.

Voor Van Oord is De Kamers een droom, die onverwacht – hij wordt volgend jaar zestig – toch nog uitkomt. Na een halve hotelschool en een hele studie theologie werd hij in 1988 bevestigd als predikant van de (toen nog) Samen op Weggemeente Hoogland. In opdracht van de kerk kreeg hij daarna de mogelijkheid om ’missionair diaconaal’ te gaan werken in nieuwe wijken.

„Tot 2006 ben ik oecumenisch actief geweest in kerk- en wijkopbouw in de Amersfoortse wijken Zielhorst, Kattenbroek, Nieuwland en Vathorst.

Maar zijn droom reikte verder. „Ik wilde me meer begeven op de ’brede weg’, meer naar buiten gericht, met meer nadruk op kunst en cultuur. Ik droomde altijd van een eigen gastvrije plek, een plaats van cultuur en ontmoeting, waar je samen kunt eten, bij de open haard kunt zitten en naar de film en het theater kunt. De kerk is mij lief en ik ben gek op de joods-christelijke traditie. Daar leef ik uit. Maar ik weet dat God meer kleuren en meer gezichten heeft. En ik vraag me af of de kerk nog het vermogen heeft de zoekende mens van vandaag te bereiken. Met een huis van cultuur en ontmoeting lukt dat volgens mij beter. Als theoloog kan ik hier mezelf blijven, maar dan in een andere setting.”

In zijn nieuwe functie doet Van Oord als het uitkomt ook zaken met zijn zus Inez, hoofdredacteur van Happinez. Zo zijn er binnenkort twee ’Happinez-dagen’.

De Kamers is een particulier initiatief van Van Oord en beeldend kunstenaar Jan van der Meulen. Een project dat zonder succesvol netwerk en hulp van veel partijen, die wat zagen in de passie en idealen van de beide mannen, nooit van de grond had kunnen komen. Ontwikkelingsbedrijf Vathorst, woningbouwcorporatie De Alliantie, de gemeente Amersfoort en een aantal fondsen hebben de droom helpen verwezenlijken. „Het is een maatschappelijk project geworden, dat belangrijk is voor de wijk en de stad, en wij zijn de geestelijk eigenaar ervan.”

Van Oord, Van der Meulen en nog twee werknemers zijn nu gedeeltelijk in dienst van de gemeente, als welzijnswerkers. Een vijfde werknemer is in dienst van het ROC ASA. In de keuken en de bediening werken leerlingen van de horecaopleiding van het ROC. Vijftig vrijwilligers maken het plaatje rond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden