Vastbesloten, de hele zware reis

Danny Jordaan, voorman van het organisatiecomité van het WK 2010: ¿Voetbal maakte altijd deel uit van de struggle.¿ (ap)Beeld AP

Directeur Jordaan van het organisatiecomité van het WK 2010 gebruikt zijn ervaring als strijder tegen de apartheid om Zuid-Afrika te promoten.

Aan een tafeltje in de ontvangstzaal van het Michelangelo hotel tuurt Danny Jordaan om de haverklap op een van zijn vele mobiele telefoons. Af en toe drukt hij op een knopje om een e-mail te openen. Soms verwijst hij een beller op vriendelijke toon door naar zijn assistent. Het gezicht van het WK 2010 krijgt geen seconde rust. Onvermoeibaar waakt hij over het imago van zijn land.

„Als ik uitgeput raak, kijk ik naar hem”, fluistert een staflid. Ze hangt tegen een zuil in de L’Incontro Room, waar haar baas een halve dag lang de internationale media tijdens een lunch te woord heeft gestaan. Dat hij na zo’n energie vretende sessie tijd inruimt voor bezoek uit Nederland, doet haar bewonderend knikken. „Ik trek me aan hem op.”

Jordaan ontwapent. Geen moment valt hij uit zijn rol. Met humor en kwinkslagen ontwijkt hij de aanvallen van sceptici. Het zit hem mee. Tijdens de Confederations Cup kan niemand de organisatie op grove nalatigheid betrappen. Zijn verleden als strijder tegen apartheid helpt hem. De typische retoriek van het ANC dient nu om Afro-pessimisme onderuit te halen.

De analogie bekoort hem. Zonder westerse critici expliciet te noemen, roept hij een moment uit 1994 in herinnering. Kort voor de eerste democratische verkiezingen van Zuid-Afrika trok hij met politieke kopstukken het land door om twijfelaars over de streep te trekken. Zijn ogen glinsteren als hij vertelt over een ontmoeting op straat met een groep (blanke) Afrikaner vrouwen.

„We vertelden hun waarom Nelson Mandela president moest worden”, zegt hij met een grijns. „Mogen we een vraag stellen, vroegen ze. Was Mandela ooit burgemeester van een stad? Nee. Was hij ooit parlementslid? Nee. Maakte hij ooit deel uit van een regering? Nee. Kijk, concludeerden de dames, dat krijg je als je een man naar voren schuift die 27 jaar in de gevangenis heeft doorgebracht.”

Jordaan (57) schiet in de lach als hij herhaalt wat gespreksleider Cyril Ramaphosa, tegenwoordig een gefortuneerd zakenman, er tegenover stelde. „Zie je hoe Mandela loopt, vroeg hij. Als een president. Merk je op hoe hij spreekt? Als een president. Weet je hoe hij eet? Als een president. Geef hem daarom een kans. Vijf jaar later kwamen we terug op dezelfde plek. Toen smeekten diezelfde vrouwen: alsjeblieft, laat Mandela nog een termijn aanblijven.”

Het verhaal brengt Jordaan terug tot de kern van zijn huidige functie. Hij mag business class de wereld overvliegen en uitsluitend overnachten in exclusieve hotels, diep van binnen voelt hij zich nog steeds een voorvechter van gelijke rechten. Alleen de collectieve vijand is anders. Blanke overheersers maakten plaats voor journaille en bestuurders die het continent Afrika niet in staat achtten een WK te organiseren.

Een duidelijk verschil is er wel. Als leider van een burgerbeweging in Port Elizabeth, een havenstad in de Eastern Cape, ontsnapte hij menigmaal aan de dood. Het counteren van vragen over de haperende infrastructuur, vertragingen bij de bouw van stadions, tetterende vuvuzela’s en een gebrek aan onderdak voor supporters uit het buitenland vallen daarbij in het niet.

Jordaan, die in Kaapstad een universitaire graad haalde, kijkt treurig als hij vertelt over een bloedbad dat plaatshad op 6 september 1990. Toen het voormalig parlementslid een protest tegen huurverhogingen regisseerde, kwamen politiebusjes aangescheurd. Uit de ramen hingen scherpschutters die het vuur openden op de menigte. De kogelregen kostte 68 mensen het leven.

„Op die dag kondigde het ANC aan het gewapend verzet niet aan banden te leggen”, zegt hij. „Daarom dook de politie op. Ze wilden bepaalde kopstukken uit de weg ruimen. Ik sprong over een muurtje. Mensen gilden van angst, maar die agenten bleven schieten. Vlak naast me stierf een jongetje. Natuurlijk brak een opstand uit. Een heel zwaar moment. Ik verloor veel vrienden.”

Jordaan haalt een les van wijlen Steve Biko aan als zijn afkomst ter sprake komt. Hoewel hij volgens de wetten van het apartheidssysteem als ’kleurling’ werd bestempeld, beschouwt hij zichzelf als zwart. Aan gemijmer over Franse voorouders en bloedbanden met de oorspronkelijke Khoikhoi waagt hij zich niet. „Je bent wit of zwart”, dreunt hij de beroemde regels op. „Je maakt deel uit van het probleem of van de oplossing.”

De link met sport en het heden is snel gemaakt. „Voetbal maakte altijd deel uit van de struggle”, zegt Jordaan. „Op Robbeneiland speelden de gevangenen voetbal om te kunnen praten over zaken die zich buiten de muren afspeelden. Ik werk sinds 1972 in het voetbal. Ik streed ervoor om Zuid-Afrika te isoleren. Het diende als front om een non-raciale maatschappij te creëren. Dat lukte.”

Dat Jordaan decennia later de weg mag plaveien voor een WK op eigen grondgebied, noemt hij een ’wonder’. „Toen ik opgroeide trad het systeem van apartheid in werking. Ik had geen stemrecht, mocht niet naar de school van mijn keuze, kon mijn land niet vertegenwoordigen en was geen volwaardig burger van dit land. De reis was zwaar maar we bleven vastbesloten.” Net als het binnenhalen en promoten van de eindronde. Dan staat hij op. „Dankie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden