Vast basisinkomen voor sporters geen Zilvervloot

Een goede inkomensregeling is essentieel voor het optimaal functioneren van een topsporter. Dit is een van de conclusies uit een grootschalig onderzoek onder 900 topsporters, dat de socioloog Maarten van Bottenburg momenteel naar het topsportklimaat in Nederland verricht.

Topsport is voor velen bepaald geen vetpot. Ruim de helft verdient gemiddeld niet meer dan 15 000 gulden met het strijden ter meerdere eer en glorie van zichzelf, de trainer, de bond, de sponsor en volk en vaderland. Het is bovendien een groep die bijna een volle werkweek in wedstrijden en trainingen stopt. Een aanzienlijke categorie strijkt per jaar tussen de 50 en 75 mille op. Daarin zijn echter ook de al dan niet hogere neveninkomsten buiten de sport vervat.

Er figureren, met name voor olympische sporters, al enkele facilitaire en financiële regelingen die hen in staat stellen zich optimaal op het belangrijkste sporttoernooi ter wereld voor te bereiden; zoals de subsidieregelingen van NOC-NSF en het rentedragende fonds voor de topsporter. Een grote groep valt echter tussen de wal en het schip.

In haar nota 'kansen voor topsport' pleit staatssecretaris Vliegenthart (VWS) daarom voor een vast basisinkomen voor topsporters die minder dan het minimumloon verdienen. In haar optiek is die groep 300 atleten groot. Op dat getal is althans haar begroting gebaseerd. De bewindsvrouw zou haar nota vanochtend verdedigen in de Tweede Kamer. De bewuste commissievergadering is in verband met een sterfgeval onder het kamerpersoneel uitgesteld tot 2 juni.

Als aanloop naar het uitgestelde debat betrokken judoka Jessica Gal, handbalcoach Bert Bouwer, FNV-voorzitter Lodewijk de Waal, PvdA-kamerlid Bert Middel en hoofd topsport van NOC-NSF, Marcel Sturkenboom, in een door de sportkoepel georganiseerde forumdiscussie alvast de stellingen. NOC-NSF is sterk gekant tegen de 'loonparagraaf' in de topsportnota. Het stipendium-idee gaat uit van een structurele regeling, in plaats van de maatregel die tot 2001 (na de Spelen van Sydney) van kracht is. Sturkenboom toont zich een aanhanger van dat laatste, meer gespecificeerde 'loon naar werken'-principe.

Ook Middel, partijgenoot van Vliegenthart, vindt het beleidsvoornemen van de staatssecretaris op dat punt te rigide. Hij zal Vliegenthart over twee weken vragen het getal van 300 topsporters los te laten. Ook volgens NOC-NSF moeten er meer mensen van kunnen profiteren. Middel wil verder garanties dat een atleet die om gegronde redenen van het programma van de bondscoach afwijkt, niet het loket voor zijn neus ziet dichtvallen. Jessica Gal, lid van de atletencommissie van NOC-NSF, is bang dat het 'stipendium-geld' niet op de juiste plek terechtkomt. ,,Het mag niet zo zijn dat een atleet die tijd heeft om te werken, dankzij deze regeling op zijn luie reet kan gaan zitten.'' Met het stipendium komt overigens niet de Zilvervloot binnenvaren. Het gaat om een gegarandeerd maandinkomen van 1800 gulden.

Middel diende de judoka van repliek door erop te wijzen dat het stipendium geen sociale voorziening is. ,,Je moet er wel voor gewerkt hebben.'' Voor het overige is de koepel zeer te spreken over het werkstuk van Vliegenthart. Het is de eerste sportnota sinds 1979.

Ook onderzoeker Van Bottenburg stelde vast dat het kabinet werk maakt van het creëren van een heuse topsportambiance. Topsporters, zo concludeerde hij, hechten naast een goed leefklimaat veel waarde aan perfecte trainingsomstandigheden en internationale sportcontacten. In hun visie zijn er in Nederland te weinig grote toernooien. En de aandacht van de media wordt kwalitatief en kwantitatief als ondermaats ervaren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden