Review

VASILI GROSSMAN, 'ALLES STROOMT' Ook buiten de kampen zag hij de zielige zwakheid, de wreedheid, de gulzigheid en de angst

Vasili Grossman, 'Alles stroomt'. Uit het Russisch vertaald door Anne Stoffel, uitgeverij De Geus, 222 blz. - f 32,90.

Het is een scene die door haar gewoonheid en vertrouwdheid weinig spectaculairs belooft voor de rest van het boek. Maar er blijkt al gauw een subtiele kunstgreep in verborgen te zitten. Vele bladzijden verder beseft de lezer ineens dat de reiziger die er de hele tijd het zwijgen toe deed, de hoofdpersoon van het boek is, die na dertig jaar gevangenschap uit Siberie in Moskou terugkeert.

Wat dan volgt, is wel degelijk spectaculair. Of beter gezegd: aangrijpend, bevreemdend, onthutsend, schrijnend en schokkend. De zwijgzame hoofdpersoon van het boek, Ivan Grigorjevitsj, begint aan een tocht langs plekken en mensen van vroeger, uit de tijd van voor zijn arrestatie en verbanning. Dat leidt tot een reeks pijnlijke confrontaties. “De tijd was rustig doorgegaan met zijn zeldzaam eenvoudige, aardse arbeid, en Ivan had zijn voet al opgetild om uit de donkere kelder van het onderbewuste van zijn vrienden definitief over te stappen naar het niet-zijn, naar de eeuwige vergetelheid. Maar er kwam een nieuwe tijd, de tijd na Stalin, en het lot beschikte dat Ivan terug moest naar datzelfde leven waar de gedachte aan hem was verdwenen en zijn beeld uitgewist.”

Het is, zo wordt al gauw duidelijk, een ongewenste terugkeer. Ivan confronteert de familieleden en bekenden van vroeger met een pijnlijke waarheid: dat zij hebben gezwegen. Zij hebben de tijd zijn werk laten doen. Terwijl iedereen om hen heen die zijn mond opendeed vroeg of laat werd opgepakt, kwamen zij, zwijgend en vergetend, bovendrijven om de plaatsen van hun weggezuiverde collega's in te nemen. En dan duikt daar ineens die Ivan op en herinnert hen eraan hoe laf en blind ze hebben geleefd. Ivan is als de weergekeerde Jezus in 'De grootinquisiteur' van Dostojevski: hij drukt zonder een woord te zeggen, louter en alleen door zijn terugkeer, degenen die ooit met hem dezelfde hoop op een beter en rechtvaardiger leven koesterden, met hun neus op het verraad aan die hoop.

Teleurgesteld en terneergeslagen trekt Ivan zich terug in een Oekraiense provinciestad, waar hij eenvoudig werk vindt en een eenvoudige weduwe bij wie hij zijn intrek neemt. Zijn bittere overpeinzingen voeren hem naar de slotsom dat het leven in de kampen eigenlijk nauwelijks verschilt van dat daarbuiten. “Ook buiten de kampen zag hij de zielige zwakheid, de wreedheid, de gulzigheid en de angst die hij van de barakken kende. De mensen waren overal eender. Hij had medelijden met hen.”

nog voordat het boek halverwege is, is dat verhaal al verteld en deze slotsom al bereikt. Vanaf dat punt bestaat 'Alles stroomt' alleen nog uit Ivans overpeinzingen. Zo lijkt het althans. Maar de structuur van de roman brokkelt gaandeweg af. De overpeinzingen worden serieuze beschouwingen, waarvan het niet duidelijk is of die nu aan Ivan of aan de verteller moeten worden toegeschreven. Er duiken levensgeschiedenissen van anderen op. Bijvoorbeeld het schrijnende verhaal van de weduwe bij wie Ivan woont en met wie hij op den duur als man en vrouw leeft. Maar ook de lotgevallen van mensen die in geen enkele relatie tot Ivan staan. Lange hoofdstukken zijn gewijd aan pogingen de karakters van Lenin en Stalin te doorgronden. Er wordt zelfs hartstochtelijk gefilosofeerd: over de geschiedenis, over de Russische slavenziel - jawel! - en over de onsterfelijke drang naar vrijheid.

Hoe fascinerend die verhalen en beschouwingen ook zijn, toch wringt er iets. Er zit iets scheefs in de verhouding tussen verteller en hoofdpersoon. De verteller gaat op een ondoorzichtige manier met de overpeinzingen van Ivan aan de haal. Het is alsof ook hij last heeft van schuld en schaamte tegenover het lijden dat Ivan in de kampen heeft ondergaan en het gebrek aan begrip en erkenning waar hij na zijn terugkeer op is gestuit.

De verteller, dat is Vasili Grossman, een in Nederland vrijwel onbekende auteur. Grossman, zo lezen we in het nawoord van Ronald Bos, volgde de gebruikelijke loopbaan van een Sowjetschrijver: na eerst chemie te hebben gestudeerd en als ingenieur in de kolenmijnen van de Donbass te hebben gewerkt, debuteerde hij in 1934, negenentwintig jaar oud, met verhalen over mijnwerkers en soldaten. Het waren de voor die tijd gangbare, of eigenlijk: voorgeschreven thema's, evenals een luttel tiental jaren later de oorlog dat was, in welke tijd Grossman dan ook oorlogscorrespondent voor de Rode Ster was. Over Grossmans houding tijdens de vele zuiveringen onder zijn collega's vernemen we in het nawoord niets, evenmin als in het artikel dat de naar Duitsland uitgeweken schrijver Vladimir Vojnovitsj ooit aan hem wijdde.

Grossman lijkt de gebaande weg van het gecanoniseerde socialistisch realisme te hebben bewandeld; hij week er hooguit wat van af door zijn speciale belangstelling voor het lot der Russische joden. Pas na de dood van Stalin in 1953, tijdens de door Chroesjtsjov geleide 'dooi', waagde Grossman zich aan een kritische roman, 'Leven en lot', dat prompt door de autoriteiten in beslag werd genomen. ('Partij-ideoloog Soeslov zei hem dat zijn roman niet eerder dan over tweehonderd jaar gedrukt zou worden', schrijft Vojnovitsj - 'Soeslov zat er ongeveer honderdtachtig jaar naast.') Verbitterd over de censuur schreef Grossman 'Alles stroomt', dat pas in 1970, ruim na zijn vroegtijdige dood in 1963, werd gepubliceerd. In het Westen wel te verstaan; de Russen zouden het pas in 1989 onder ogen krijgen.

Schaamte over zijn eigen aangepastheid, schaamte ook tegenover zijn vermoorde collega's en medejoden, kunnen er de oorzaak van zijn geweest dat er iets onevenwichtigs, ja bijna iets oneerlijks lijkt te zitten in Grossmans houding tegenover zijn hoofdpersoon Ivan. Het is alsof hij zich diens gedachten en gevoelens onrechtmatig toeeigent en zich dat nog vagelijk bewust is ook. Neem bijvoorbeeld de onhandige manier waarop hij een lange filosofische overpeinzing afsluit: “Ivan Grigorjevitsj voelde en begreep deze dingen soms duidelijk, soms vaag.” Wie beschouwde hier nu eigenlijk, vraag je je dan als lezer af: Ivan Grogorjevitsj of Grossman? De schrijver laat de lezer daarover in het ongewisse.

Het vermengen van verhaal en beschouwing is overigens een vast kenmerk van de socialistich-realistische literatuur. Op die manier konden schrijvers immers laten merken dat ze aan de goede kant stonden. Maar ook in andere opzichten is Grossman in 'Alles stroomt' schatplichtig aan de Sowjetliteratuur. Hij is een kundig stilist, die de sentimentaliteit van Paustovskij (maar zonder diens natuurpathos) paart aan de onopgesmuktheid van Sjklovski (maar zonder diens ironie). Het resultaat is een proza dat soms ronduit keelsnoerend is, zoals in het lange, beklemmende verhaal dat Ivans nieuwe vrouw hem vertelt over de hongersnood die Stalins collectivisatie over het Oekraiense platteland afriep - een overigens nog altijd zelden te boek gesteld verhaal over miljoenen misleide slachtoffers.

Ook in zijn historische beschouwingen weet Grossman door zijn gestileerde manier van redeneren te overtuigen, al zijn de stellingen die hij waagt niet altijd origineel. Dat leninisme en stalinisme voortzettingen zijn van oude patronen uit de Russische geschiedenis, is beslist al eens eerder beweerd. Dat de revolutie zijn eigen kinderen opvreet, ook. Maar deze laatste stelling krijgt door de context van het verhaal toch extra relief. Want ze brengt Ivan op de gedachte dat de mensen in de Goelag in ieder geval een ding voor hadden op de mensen erbuiten. “Ivan Grigorjevitsj had gezien dat de mensen in de kampen trouw bleven aan de tijd die hen gevormd had. (...) Buiten de kampen daarentegen droegen de oude mensen geen specifieke kenmerken van oude tijden met zich mee, in hen was het verleden uitgewist.”

Dat is het meest fascinerende aan 'Alles stroomt': het haast wanhopige gevecht van de schrijver om zich de herinnering van een teruggekeerd kampslachtoffer toe te eigenen in de hoop daarmee zijn eigen afgesneden verleden terug te vinden. Dat is een project dat wel moest mislukken, niet in de laatste plaats omdat de schrijver zelf eigenlijk altijd meer aan de kant van degenen heeft gestaan die zwegen en vergaten. Maar misschien schuilt juist daarin ook de tragische moed van Grossman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden