Varende historie strandt op moderne regels

Fer Martens op 'De Windstreek'. Beeld Olaf Kraak
Fer Martens op 'De Windstreek'.Beeld Olaf Kraak

Morgen begint in Amsterdam het nautisch evenement Sail. Nederlands varend erfgoed is er ook. Dat heeft het moeilijk.

Een minimale vaarsnelheid van dertien kilometer per uur, kajuitdeuren van minstens twee meter veertig hoog. Het zijn eisen die voor moderne schepen misschien vanzelfsprekend zijn. Maar als ze ook opgelegd worden aan al die historische schepen die Nederland rijk is, zal dat zogeheten varend erfgoed rap verdwijnen. Daarvoor waarschuwen verenigingen die zich inzetten voor het behoud van deze vloot.

Het zijn misschien niet de opvallendste schepen, morgen in de Sail-parade, maar bijzonder is het wel, al dat varend erfgoed. Nederland heeft de grootste historische vloot ter wereld, met ongeveer zesduizend schepen die ouder zijn dan vijftig jaar en in min of meer oorspronkelijke staat behouden zijn. Zo'n 550 daarvan komen naar Sail: klippers en kotters, zalmschouwen, rond- en platbodems en nog veel meer.

Erfgoedwet
De politiek is zich er inmiddels van bewust dat die vloot niet vanzelf in stand blijft. Vlak voor de zomer behandelde de Tweede Kamer de nieuwe erfgoedwet, en toen is onder druk van de Federatie Varend Erfgoed Nederland uitgesproken dat de overheid de belangen van het varende erfgoed, bijna geheel in handen van particulieren, niet uit het oog moet verliezen.

"Mooi. Zo komen we op de kaart te staan", zegt Rolf van der Mark, voorzitter van de vereniging Het Historisch Bedrijfsvaartuig, met zestienhonderd leden de grootste club op het gebied van varend erfgoed. "Maar het is nog niet genoeg."

Van der Mark vreest vooral de gevolgen van wetten en regels die niet voor historische schepen bedoeld zijn, maar die wel raken. Zoals die minimumsnelheid. Die is op sommige vaarwegen nu al dertien kilometer per uur, en als dat overal gaat gelden, zullen veel historische schepen nooit meer van hun ligplaats komen. "Die werden op gang gebracht door opduwers of varen op zeilen, dan ben je al blij als je tien kilometer per uur haalt."

Agnes Vos op de Humus III. Beeld Olaf Kraak
Agnes Vos op de Humus III.Beeld Olaf Kraak

Soepeler
Nog zoiets: schepen waarop mensen wonen, dreigen onder het bouwbesluit te gaan vallen en dat zou betekenen dat stuurhut en woongedeelte minimale maten moeten krijgen. Ongewenst, juist voor eigenaren die erop gebrand zijn hun erfgoed in oude staat te laten bestaan. "Er worden al zo'n honderd schepen per jaar verkocht aan het buitenland", zegt Van der Mark, "Daar zijn de regels kennelijk soepeler."

Zelf behoort Van der Mark (eigenaar en bewoner van een voormalig vrachtschip uit 1906) niet tot de puriteinen binnen zijn vereniging. "Van mij hoeft niet elke klinknagel precies op de historisch verantwoorde plaats te zitten", zegt hij. "Daar is wel discussie over: moet een schip teruggebracht worden in de staat waarin het ooit van de helling liep of mag je er zijn geschiedenis van kunnen aflezen?"

Wie het varend erfgoed in stand wil houden, zegt Van der Mark, moet er allereerst voor zorgen dat het 'een beetje lekker te gebruiken' is. Daar helpen die regels niet bij. "Veel jongeren beginnen er niet eens meer aan."

Cor Bolt op zijn kotter, de NG63. Beeld Jean-Pierre Jans
Cor Bolt op zijn kotter, de NG63.Beeld Jean-Pierre Jans

'Voor ieder moertje dat kapot gaat, moet je op zoek'

Koop een boot en werk je dood, wordt er wel gezegd. Agnes Vos (58) lacht er een beetje om. Zij en haar partner hebben een Amsterdammertje, een motorsleepboot die gebouwd is voor de Amsterdamse grachten. Met schuurpapier en naaldhamer het roest te lijf, ze heeft niet bijgehouden hoeveel uren ze daar al mee kwijt is. "Heel ontspannend na je dagelijks werk."

Vos' partner onderhoudt intussen de motor - want niet alleen het schip zelf (uit 1930) is erfgoed, de motor uit 1960 is dat ook.

"Voor ieder schroefje en ieder moertje dat kapot gaat, moet je op zoek naar een vervangend onderdeel. Er dan maar een nieuwe motor inzetten, dat doe je alleen als het echt niet anders kan."

Vos is bestuurslid van de vereniging De Motorsleepboot, en de grootste uitdaging voor die club is: hoe betrekken we er jongeren bij? Want tja, de kapiteins van nu, de mannen die nog wel eens een sleepklusje aannemen, worden ouder. Die klusjes zijn er niet veel, zo'n schip is geen werk meer, maar hobby. En niet iedereen heeft daar tijd en geld voor.

Maar voor Vos is het het mooiste wat er is. "Je wilt toch iets authentieks, iets waarmee je onderscheidt van al die snelle witte jachten."

'De geluiden alleen al, krakend hout, klapperende tuigage'
De Waddenzee, die is geweldig voor platte schepen. Bij eb even op een bank liggen ... prachtig." Fer Martens (68) heeft een Lemsteraak, een platbodemjacht van hetzelfde type als de Groene Draeck van prinses Beatrix. Hij was er niet naar op zoek, maar toen hij hem zag, was hij meteen verkocht. "Ik zei tegen mijn vrouw: dit is een écht schip. Die geluiden alleen al. Het kraken van het hout, de tuigage die tegen de mast klappert! Heel wat anders dan zo'n jacht van polyester."

In het stamboek van ronde en platbodemjachten dat wordt bijgehouden, staan zo'n 2500 schepen. Zeshonderd daarvan zijn echt oud, dat zijn varende monumenten, zegt Martens. Zijn eigen schip is een replica, maar toch is ook hij twee à drie weken per jaar kwijt aan onderhoud. "Je schip drijvend houden is één, ermee kunnen aankomen is iets anders."

De mastwortel, een versiering bovenin de mast, heeft hij belegd met bladgoud. "Als ik aankom en ik zie mensen naar de waterkant hollen om te kijken, ja, dat geeft een mooi gevoel."

Het heeft met nostalgie en traditie te maken, zo omschrijft Martens het sentiment dat schepen als het zijne oproepen. "Maar tegelijkertijd is het ook iets levends. Het verdwijnt niet."

'Het wordt een soort kind van je, zo'n schip'
Kotters zijn snelle houten zeilschepen met één mast, die vroeger vooral werden gebruikt in de visserij. Van deze kotters varen er in Nederland nog vijf- à zeshonderd.

Een daarvan, in 1932 gebouwd in Denemarken, is eigendom van Cor Bolt (63). Bolt kocht hem zo'n twintig jaar geleden voor weinig geld. "Maar als ik nu alle bankafschriften naast elkaar leg - dat doe ik maar niet, hoor - dan had ik misschien beter een nieuw jachtje kunnen kopen."

In de loop der tijd heeft hij het schip volledig gerestaureerd en omdat het van hout is, vergt het veel onderhoud. Veel doet hij zelf, voor het echte vakwerk vaart hij naar een werf in Spakenburg. "Klaar is het nooit, maar ik ben nu zover dat ik complimenten krijg voor hoe hij eruit ziet. Daarom kan ik er nu ook mee naar Sail."

Een dag heeft 24 uur en Bolt heeft werk waarbij hij veel zit, dus als hij daarmee klaar is, kan hij best de 'tweede accu' aanzetten, zoals hij het zelf zegt.

"Liefde voor het schip, dat is het. Het zit in de genen, denk ik. Mijn vader was visser, ikzelf ook een tijdje. En 't wordt toch een soort kind van je, zo'n schip. Je wilt het verzorgen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden