Review

Vanuit het sprakeloze

Makkelijk is Henk van Waals poëzie niet. Maar wel bijzonder, voor wie ontvankelijk is voor zijn zoektocht naar ’een onpersoonlijk buitengebied’.

De dichter Henk van der Waal, wiens vierde bundel ’Vreemdgang’ onlangs verscheen, studeerde ooit filosofie. Daarvan zijn er meer, zoals Peter van Lier, Maarten Doorman of K. Michel. Van deze vier lijkt Van der Waal de moeilijkste en daardoor ook de minst gelezen dichter.

Daarom is het wel prettig dat deze weinig over zijn metier loslatende dichter in 2004 een essay publiceerde, ‘De urgentie van het dichten’, dat enkele zaken behandelt die als aanknopingspunten kunnen dienen voor het lezen van zijn poëzie.

Ik licht er enkele noties uit. Voorop staat bij hem het besef van de ontmanteling van de identiteit van het ik. Het ik is schijn, en stuurloos onderworpen aan driften, emoties etcetera. Het heeft het eigen lot niet in handen. Ook in de werkelijkheid regeert de chaos.

Tegenover die dubbele chaos stelt hij de aanwezigheid van een ’onpersoonlijk buitengebied’ dat onze werkelijkheid ten diepste bepaalt, maar waarvan de meesten nauwelijks weet hebben. Die andere wereld kent geen taal (‘onpersoonlijk’ immers) en er gaat dreiging van uit.

Tot zover is dit een postmodern praatje. Maar Van der Waal blijft niet in een spel met deconstructie en het opblazen van structuren steken. Hij wil dat taalloze buitengebied, die grondeloze dreiging waarin hij paradoxaal genoeg toch een soort bodem vermoedt, in trekken om er vervolgens met taal weer uit te komen en er bezwerend over te spreken. Overdrachtelijk gesproken natuurlijk: het is een kwestie van ontvankelijkheid en contemplatie: je gereedhouden voor signalen uit dat andere domein. Ik benadrukte de dreiging van deze dimensie, maar de dichter ziet er tevens een ‘grondeloze vrijheid’ in.

Dit alles klinkt bijna ouderwets bevindelijk. Van der Waal heeft zijn gereformeerde opvoeding weliswaar van zich afgeschreven, maar iets van dat bevindelijke is kennelijk blijven hangen. Trouwens, ook de ’heiden’ Lucebert (denk aan zijn ’Van de afgrond en de luchtmens’) had dat seculier bevindelijke.

Van der Waals gedichten waren altijd strakke typografische taalbouwsels: ruiten, driehoeken, en dergelijke, een formele orde die zijn onmogelijke opdracht wat houvast moest geven. In zijn nieuwste bundel hanteert hij onder andere kolommen, keurig links én rechts uitgelijnd.

Daarbinnen woelt het, en trekt hij aan de taal om toch iets te kunnen zeggen over het sprakeloze domein. Woorden als ‘godgemutst’, ‘zweefling’ of het ‘intiemste bezoekselte’. Het barst hier van de paradoxen en tautologieën, van het overgankelijk gebruik van onovergankelijk werkwoorden en wat dies meer zij. Hoe kan het ook anders als het Onmogelijke je inzet is.

Het wonderlijke is dat dit poëzie oplevert die redelijk goed te volgen is, behalve in laatste instantie, en die harde beelden afwisselt met mooie poëtische verleidingskunsten. Ik kan dit alleen maar illustreren aan het kadergedicht, want na deze lange, noodzakelijke inleiding rest mij weinig ruimte meer. Merk dan op dat in de eerste ‘strofe’ (of alinea) het ik hardhandig wordt ont-ikt met een schuurmachine die zijn huid en zenuwpunten sloopt. Hij is nu ‘zonder omhulling’, ontmanteld. Wat houd je dan over?

Strofe 2 antwoordt: je rauwe, pure bodem houd je over en daar liggen geschenken als vrijheid, ruimte en lucht. Met die lucht komt zachtheid en verleidelijkheid in het gedicht, die vanuit dit sprakeloze domein een vliesdunne lijn doortrekt naar een geliefde in de ‘gewone’ werkelijkheid. Het is met zijn lucht/adem dat de je ‘haar ziel aanrilt’, zodat ze nog eenmaal ‘opstijgt van het verheugsel in jouw aanraking’.

In de korte slotstrofe ‘dooft’ het bestaan van de je, wat hier denk ik geen doodgaan betekent, maar verdere desintegratie van het ik.

Hoe dit grondeloze domein nog naar de bovenwereld ‘waarin zij omloopt’ te tillen en ervan te verhalen? Onmogelijk, als gezegd. En toch heeft Van der Waal in mooie taal iets ervan aan het licht gebracht. Hij doet dat in elk gedicht opnieuw. Snappen doe je het niet altijd, maar waar hij in soms prachtig gemanipuleerde taal ongeveer mee bezig is, dat is toch wel te volgen, mits je een beetje bevindelijk of ontvankelijk bent. Een belangrijke bundel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden