Review

Vanuit een straatarm maar hecht communistisch gezin in de 'rode' Berlijnse arbeiderswijk Wedding anno 1932-'33 schetst Kordon minutieus hoe het politiek fanatisme en de onverdraagzaamheid van niet alleen de NSDAP, maar evengoed van KPD en SDP, leidde...

Klaus Kordon: 'Met je rug tegen de muur', vert. Els van Delden, van Holkema en Warendorf, 386 p, 34,90; Willi Fahrmann: 'De man in het vuur', vert. Elly Schippers, Christofoor, 238 p, 29,50. Beide v.a. 14 jaar.

Vanuit een straatarm maar hecht communistisch gezin in de 'rode' Berlijnse arbeiderswijk Wedding anno 1932-'33 schetst Kordon minutieus hoe het politiek fanatisme en de onverdraagzaamheid van niet alleen de NSDAP, maar evengoed van KPD en SDP, leidde..

Knap is dat hij dat consequent doet vanuit het historisch bewustzijn van die tijd, met zijn onzekerheden over de toekomst, dus zonder vanuit de kennis van nu te oordelen.

Al eerder heeft Kordon zich laten kennen als een sterk maatschappelijk geengageerd auteur en een degelijk literair vakman. In 1990 kreeg zijn 'Moenli en de moeder van de wolven', over een Indiaas meisje dat uit haar dorp wegvlucht om uithuwelijking aan een bruut te voorkomen, een Zilveren Griffel, en ook in 'Op weg naar Bandung' liet hij zien uitstekend in staat te zijn om in de huid van een personage uit een andere cultuur te kruipen.

In 'Met je rug tegen de muur' leeft hij zich met hardnekkige precisie in in de (politieke) cultuur van begin jaren dertig in de stad - en de wijk - waar hij zelf geboren en getogen is. Kordon is met deze roman een soort Duitse Theun de Vries: het boek doet qua realisme, stijl, omvang, spanningsopbouw en mentaliteit denken aan 'Het meisje met het rode haar'. Alleen heeft Hannie Schaft werkelijk bestaan, terwijl Kordons hoofdpersoon, de 15-jarige Hans Gebhardt, ontstaan is uit de verhalen van verschillende mensen.

Als het verhaal begint, is het augustus 1932. Hans is net van school af. Hij is bepaald niet dom, maar verder leren is er niet bij. Hij gaat voor 't eerst werken op de apparatenfabriek van AEG en mag in zijn handen knijpen dat hij, via een kruiwagen, werk heeft gekregen, terwijl er miljoenen werklozen zijn.

De eerste de beste dag al wordt hij in het waslokaal geprovoceerd door twee SA'ers: 'Of je een rooie bent, dat willen we weten'. Ja, hij is een rooie, zegt Hans en wordt prompt in elkaar geslagen. Een voorval dat de toon zet voor de nachtmerrie-achtige confrontaties in de rest van het boek, waarbij de nazi's brutaler optreden naarmate Hitler terrein wint.

Hoewel Hans uit een communistisch gezin komt en op een turnclub van de KPD zit, probeert hij toeschouwer te blijven. Dat lukt niet, alleen al omdat zijn vriendin joodse is. Bijna als vanzelf rolt hij het verzet in.

Het verhaal stopt vrij abrupt na de Rijksdagbrand, als Hans' broer en schoonzus gearresteerd zijn door de nazi-vriend van zijn zus. Hans is door een wraakcommando van de SA onder handen genomen. Hij leeft nog, dat wel. Een deprimerender slot is nauwelijks denkbaar; het schreeuwt om een vervolg. Kordon is inderdaad een boek aan het schrijven waarin dezelfde personages de oorlog meemaken.

'Met je rug tegen de muur' is veel meer gericht op de politieke tegenstellingen dan bijvoorbeeld de televisieserie 'Berlin Alexanderplatz' van Fassbinder, die jaren geleden werd uitgezonden. Toch is het een uitermate fascinerende roman, waarin niet alleen alle gradaties van het toenmalige politieke spectrum belicht worden, maar ook de economische en sociale cultuur van die tijd. Zo beschrijft Kordon de leeshonger in het communistische gezin (gretig lezen ze Fallada en Tucholsky), de radio van een nazibuurman die ongevraagd redevoeringen van Hitler uitbraakt over het binnenterrein van de huurkazerne, het grote gezin dat ontruimd wordt omdat ze de huur niet meer kunnen betalen, en de boer die aardappelschillen ophaalt in ruil voor brandhout en kwaad wordt omdat de schillen hem te dun zijn.

Kordon laat Hans begrijpen dat het socialistisch realisme en het nationaal-socialistisch realisme op de politieke affiches van resp. KPD, SPD en NSDAP verdacht veel op elkaar lijken. Tegelijkertijd tracht hijzelf in zijn roman nadrukkelijk aan socialistisch realisme te ontkomen door personages te schilderen die niet aan de toenmalige typologieen van de politieke partijen beantwoorden. Over het algemeen is hem dat goed gelukt, hoewel in die tijd, in dat rode bolwerk van Berlijn, het persoonlijke dramatisch verpolitiekt was. De leden uit het gezin Gebhardt zijn mensen van vlees en bloed geworden, met al hun politieke idealen en discussies. Menselijk blijven onder onmenselijke omstandigheden, dat proberen ze. Vader Gebhardt is uit de KPD gezet omdat hij die te stalinistisch vond en zus Martha verlooft zich met een nazi omdat ze eindelijk wel eens uit dit armzalige arbeidersbestaan weg wil. Andere communisten blijven tegen beter weten in in hun eigen sprookje geloven, bewapenen zich, terwijl Hans' turntrainer naar de nazi's overloopt omdat die sterker zijn. Maar naast de enkele 'fatsoenlijke' en misleide nazi staan vele gewelddadige SA-figuren: weinig intelligent, slaafs, sadistisch, antijoods en belust op macht. Onverzoenlijke diehards uit KPD- en SPDkringen staan daar tegenover en regelmatig vallen er doden.

Natuurlijk zijn er parallellen te trekken naar het Duitsland van nu met zijn vreemdelingenhaat en gelukkig ook massale anti-racisme-demonstraties. De roman mag dan de wind tegen hebben wat betreft de politieke discussies omdat communisme en socialisme in hun praktische uitwerking achterhaald zijn, tegelijkertijd is die actueel omdat de emoties achter het politieke gebral dezelfde zijn gebleven.

Ook 'De man in het vuur' van Willi Fahrmann speelt tegen het decor van het opkomend nazisme, begin jaren dertig, in Duitsland. En ook hier is de hoofdpersoon een 15-jarige jongen, Christian, die voor het eerst gaat werken. Niet in een grote fabriek, maar in een bedrijfje waar op ambachtelijke wijze bakstenen worden gemaakt en waar de arbeiders trots zijn op hun gezamenlijk produkt. Het verhaal speelt in dorpen rond Paderborn, waar de menselijke verhoudingen (nog) niet zo verpolitiekt waren als in Berlijn en de hoofdtegenstelling die tussen protestanten en katholieken was. Aanvankelijk wordt het hoofdverhaal nogal opgehouden door flash-backs en andere uitweidingen, maar naar het einde toe wordt het steeds boeiender, niet alleen doordat er een politieke aanslag beraamd wordt op de baksteenoven, maar ook doordat het conflict tussen Christian en zijn vader naar een climax groeit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden