Klein verslag

Vanuit een fotolijstje keek mijn moeder toe op het familieweekend

Beeld Wikimedia

De eerste sterfdag van mijn moeder bracht de familie samen in een groepsaccommodatie op een vakantiepark. Dertig mensen: zestigers, vijftigers, veertigers, dertigers, twintigers, tieners. En een klein kind.

Mijn familie is een baldadige. De meesten zijn dol op spelletjes. De gekozen accommodatie was gelukkig robuust te noemen; slijtvast, vlekabsorberend zwart tapijt, noeste grenenhouten fauteuils met kussens, tafels met stapelstoelen, een bar met krukken. Bij de ingang was een biljart geplaatst.

De fauteuils stonden tegenover elkaar opgesteld, zoals je ziet bij ontvangsten in China of Noord-Korea.

We zaten elkaar de eerste uren grinnikend aan te kijken, een pilsje van het vat op de stoelleuning.

Een woonkamer kon je het eigenlijk niet noemen, het was meer een activiteitenruimte, groot genoeg om er te badmintonnen, hetgeen al snel gebeurde. Het biljart deed ook dienst als tafeltennistafel, met een dwarsgelegde keu als net. Tevens was er een dartbord opgehangen. Direct eronder, niet heel praktisch, een kinderbox, maar die hoefde niet gebruikt te worden.

De betegelde keuken had de charme van een gedateerde restaurantkeuken, Een groot, zwaar gasfornuis dat alleen werkte als de al even grote afzuiginstallatie was ingeschakeld met een rode knop waar Trump jaloers op zijn, een industriële vaatwasser, een joekel van een ijskast (een tweede bij de bar), kasten met servies en glaswerk voor dertig mensen.

Ook al omdat diverse neven met elkaar een kamer deelden en mijn gezin dat weekend in fragmenten arriveerde, beschikte ik de eerste nacht in mijn eentje over een reusachtige kamer met vier bedden, waarvan er twee 'aangepast' waren, dat wil zeggen afkomstig uit de zorgindustrie: ze waren per voetpedaal in de hoogte verstelbaar en aan weerszijden van zijbeugels voorzien.

De aanpassingen zetten zich voort in de badkamer, met roestige beugels naast het toilet en een uitklapbare stoel onder de douche; ook bevond zich naast de lichtschakelaar een mysterieuze knop met cijfers die ik niet durfde te bedienen uit vrees de verpleging te alarmeren.

Mijn familie is geen mijnenveld, er zijn geen onverwerkte trauma's of openstaande rekeningen (hoewel ik voor het weekend nog moet betalen) en vanaf een tafeltje in de activiteitenruimte keek mijn moeder vanuit een fotolijstje en vanachter een waxinelichtje dat meer uit dan aan was tevreden toe op luidruchtig gedobbel, het gedart en gekaart en de WK-wedstrijden op het grote beeldscherm aan de muur.

Veel gelegenheid voor reflectie was er niet, hier werd meer een samenzijn gevierd dan een verlies herdacht. Al was er in de avond een kort, stil moment toen een van mijn broers een jeneverfles te voorschijn haalde. Het was de fles waaruit we hadden geschonken, toen mijn moeder in de oven werd geschoven. Elke avond had ze voor het slapen gaan haar vrieskoude borrel gedronken.

We herhaalden die handeling nu, in het gezelschap van onze kinderen, van wie er een paar een dappere slok waagden en proostten op de overledene. Geen van ons voelde zich geroepen iets te zeggen, gewisselde blikken waren voldoende. Een verbindingsfiguur was weggevallen, maar het weefsel van de familie was onaangetast gebleven.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Lees ook: De week van Helmut Kohl en mijn moeder

Terwijl Europa in juli vorig jaar afscheid nam van Helmut Kohl, nam Wim Boevink afscheid van zijn moeder. "Helmut was veel machtiger dan mijn moeder. Behalve voor mij. Ik vond mijn moeder machtiger. Grootser bedoel ik."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden