Klein Verslag

Vanuit de trein kan ik mijn eigen leven in het voorbijgaan vangen

Beeld Jean-Pierre Jans

Aan het eind was er tomatensoep en een ferme handdruk. De verhuizers wensten ons sterkte. De stormvloed van spullen had zich gedurende zes uur voltrokken. In het bescheiden huis stonden de vertrekken vol bruine dozen. In kamer 3, de werkkamer, tot aan het plafond.

Ze vormden daar torens, hoge zandkleurige wallen. ik moest denken aan het Malinese Djenné. Met zinkend gemoed hadden we toegekeken hoe de oude donkerbruine hoekbank in de woonkamer was neergezet, veel te groot en lomp in dit kleinere huis. Hij leek zich in al zijn donkere bonkigheid tegen zijn nieuwe omgeving te verweren en als een bozig zwart gat alle materie op te zuigen.

De bank was ongeveer als laatste meubelstuk het huis ingedragen, en had de kroon gezet op een groot gevoel van leegte, niet in het huis, maar in het hoofd. We wilden niet meer weten wat er in al die dozen zat en oude kasten oogden stoffig en verbruikt, eigenlijk net als de kleding die erin was teruggehangen.

Rand van de stad

Net als de hoekbank leken de spullen niet te willen passen in hun nieuwe onderkomen, vergroeid als ze waren met het oude huis, het oude huis waarvan keuken en badkamer intussen al kapotgehakt in een straatcontainer waren verdwenen.

Je kunt een verhuizing als iets louterends ervaren, Een nieuw huis nodigt uit tot een nieuw leven, nieuwe dingen. En werpt je nieuwe coördinaten toe.

Als ov-mens ben ik verder weggeraakt van een NS-verbinding, mijn biotoop rond Utrecht CS is uit beeld ­geschoven.

Ik wandel nu langs een uitvalsweg naar een bushalte, we zijn aan de rand van de stad gaan wonen. Een paar minuten hiervandaan begint een polder- en weidegebied, met daarin recreatievoorzieningen: voetbal- en tennisvelden, een paar hotels, een paar restaurants. En een manege met een flinke bak waarin meisjes hun paarden laten draven.

Pruimenboom

Nog hangen geen gordijnen voor het slaapkamerraam (er is ook geen inkijk) en in brekend ochtendlicht zien we boven ragfijne berkentakken ganzen in V-formatie overvliegen.

Ik heb me nu terwijl ik dit schrijf ­teruggetrokken in Djenné – om me heen de zandkleurige torens, onuitgepakte dozen tot aan het plafond. Een hoekje van mijn bureau is nog vrij.

De ruimte meet 2 bij 3,50 . Een halfhoog raam biedt uitzicht op de tuin. De tuin is vrij diep en smal, achterin staat een groen schuurtje tegen de schutting. Halverwege staat – in een strook met gras – een zeven meter hoge pruimenboom, die nu kaal is . Erachter rijst een veel hogere, tamelijke brede conifeer op, die jaren geleden achter de schutting is geplant langs een smal terrein dat aan de spoorbaan grenst.

Pendeltreintje

Ik mag dan geen NS-verbinding naast de deur hebben, wel rijdt er een treintje achter onze tuin langs, dat heen en weer pendelt tussen CS en het spoorwegmuseum. Als hij voorbijrijdt, steken de raampjes ervan net boven de schutting uit, zodat passagiers in onze tuin kunnen kijken.

Ik heb me voorgenomen zelf de rit te maken, met geen ander doel dan die korte blik om als het ware mijn eigen leven in het voorbijgaan te vangen, een moment lang, en alle nieuwe coördinaten te beproeven en te wegen op al het schitterends dat ze brengen.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. 
Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden