Vanuit de stilte klinkt een enkele stem

Op 9 juli overleed de dichteres Gertrude Starink. Ze werd 53 jaar oud. In 1980 debuteerde ze met de bundel 'De weg naar Egypte: Twintig passages 1970-1977'. Nadien zou ze onder dezelfde hoofdtitel nog vier dichtbundels uitbrengen, de laatste in het jaar 2000. Voor de derde bundel werd haar de Herman Gorterprijs 1996 toegekend.

J.A.A. van Doorn

Gertrude Starink is een onbekende en ze wilde dat zijn. Voorzover ik weet heeft ze nimmer een interview aan een dag- of weekblad gegeven. De weinige recensies over haar werk bevatten geen persoonlijke bijzonderheden. De uiterst summiere overlijdensadvertentie meldt dat zij in Breda werd geboren en in St. Ives overleed, een kleine plaats dichtbij de uiterste westpunt van Cornwall. Daar woonde ze en schreef ze haar gedichten. Uit de enkele regels die de kranten tot nog toe aan haar dood besteedden, maak ik op dat zij samen met haar man Jan Starink een vertaling verzorgde van Laurence Sternes 'Tristam Shandy'. Dat is alles.

De dichteres laat een hoogst merkwaardig oeuvre na. De vijf bescheiden bundels vormen één geheel en vertonen een strikt symmetrische opbouw. Achtereenvolgens omvatten ze twintig, zeventien, één, zeventien en twintig 'passages'. Het geheel suggereert voltooiing; een vervolg leek niet te verwachten en zal nu ook niet meer komen.

Even eigenzinnig als de totale structuur is de detaillering. De afzonderlijke gedichten hebben geen titel en zijn evenmin op een andere manier te onderscheiden; alleen in de inhoudsopgave zijn ze genummerd. Hoofdletters en leestekens ontbreken volledig, waardoor het geheel een voortgaand en vloeiend karakter krijgt. Tegelijk valt de strikte vormvastheid op, tot uiting komend in een prominent ritme en vaak ondersteund met herhalingen.

'de raven gaan de zeven raven gaan

dwars over de baai op de wind die ze

wijst waar in de verte het land vergrijst'

Maar waar gaan ze heen? Waarheen gaat de ikpersoon die vrijwel uitsluitend aan het woord is? De betekenis van de term 'passage' blijft onduidelijk. Uit een hoofdtitel zou kunnen worden opgemaakt dat er stadia op de levensweg mee worden bedoeld, momenten op de ononderbroken tocht naar Egypte. Maar waarom Egypte? Er is in de gedichten niets te vinden dat met Egypte te maken heeft. Mij deed deze poëzie denken aan Leopolds gedicht 'Cheops' dat de gedachtereis van een overleden farao beschrijft, maar ik geef toe dat deze persoonlijke associatie nogal vergezocht is.

Er is bij Starink geen route en geen reisdoel te bespeuren. Ze lijkt op zoek naar de veilige beschutting van een huis, en inderdaad is 'huis' een van de meest voorkomende woorden. Maar over het geheel genomen is haar tocht een dwaaltocht, zoals je in dromen meemaakt, zonder bestemming, met onbegrijpelijke verspringingen naar plaats en tijd.

Het droomachtige en incoherente van deze poëzie heeft menig recensent duchtig geïrriteerd. Zo waren Michael Zeeman en zijn gespreksgenoten, die er vorig jaar juni aandacht aan gaven, met het complete werk van Starink in tien minuten klaar: geen touw aan vast te knopen. Peter de Boer zei het in Trouw van 19 mei 2001 nog steviger: 'Ik kan niets van deze esoterische uitdragerij maken'.

Als eenvoudige poëzieliefhebber zal ik deze experts niet tegenspreken. Er zit veel duisternis in Starinks gedichten en vooral de latere bundels acht ik maar ten dele de moeite waard. Bij één gedicht had ik zelfs de boze uitroep 'rijmelarij' gezet.

Maar toch. Sinds ik het werk van Gertrude Starink ontdekte, pas in 1993 toen haar eerste bundel werd herdrukt, ben ik oprecht gefascineerd geraakt. Dat niet alles superieure poëzie is, deert mij niet; dat geldt voor alle dichters. Maar de magie van sommige gedichten is overweldigend. Ziehier de aanvang van de cyclus:

'ik heb het koren nog gezien

en ook de koning die sindsdien

de barre woestenij regeert

ik heb hem distels aangeboden

en de graven van mijn dode

jongelingen gesigneerd'

Hier wordt indringend en zonder enige introductie het beeld van een desastreus verleden opgeroepen, maar hoe evocatief ook, de feitelijke mededelingen blijven hoogst raadselachtig. Wat er is gebeurd, is volstrekt onduidelijk en het wordt ook later niet onthuld. Ieder kan er zijn eigen gedachten bij hebben.

Buitengewoon suggestief vind ik het lange gedicht in de tweede bundel dat begint met 'en ik ging mee de lange gangen door'. Het is een bijna huiveringwekkend droomverhaal, met aan het einde de zwarte hond die ook in andere gedichten voor het afsluitende beeld zorgt. Het beeld van de dood?

Gertrude Starinks uitgevers, Athenaeum-Polak & Van Gennep, hebben in hun overlijdensannonce het laatste gedicht uit haar laatste bundel opgenomen. Het is grote poëzie en tevens zeer toepasselijke:

'roerloos ligt de boot te wachten

als ik instap volgt een zachte

deining zonder een geluid

dan bestrijkt de wind de zeilen

en de vogel op de steile

oever spreidt zijn vleugels uit'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden