RECENSIE

Vanuit de orkestbak krijgt ‘Fin de partie’ van Kurtág kleur en smoel

Hamm (Frode Olsen, rechts) en Clov (Leigh Melrose) in 'Fin de partie' in de Scala.Beeld AP, Ruth Walz

Fin de partie
Teatro alla Scala
★★★★☆

Lang wachtte men op de opera van György Kurtág. In de Scala van Milaan was eindelijk de wereldpremière van 'Fin de partie', in regie van Pierre Audi. Er waren weglopers, maar zij die bleven, onder wie Viktor Orbán, juichten.

Velen hadden de hoop al opgegeven dat György Kurtág ooit nog zijn eerste en enige opera zou voltooien. De Hongaarse componist is inmiddels 92 jaar oud en van een opera van hem was sprake eind jaren '80 van de vorige eeuw. Over het werk gingen jaren geruchten en het stond zelfs al aangekondigd in seizoenen van de Opera van Zürich en later bij de Salzburger Festspiele. Steeds bleek het loos alarm en trok Kurtág de onaffe partituur terug. Totdat afgelopen donderdag 'Fin de partie' (Endgame), gebaseerd op Samuel Becketts gelijknamige toneelstuk (Parijs, 1957) dan toch eindelijk in wereldpremière ging. In het Teatro alla Scala van Milaan nog wel, bijgewoond door de Hongaarse premier Viktor Orbán, die zich na afloop vol bewondering toonde.

Ook het publiek van de Scala, het deel dat was blijven zitten dan, en niet met vele anderen de zaal voortijdig verlaten had, beloonde de uitvoerenden met ruim acht minuten enthousiast applaus. Grote afwezige was Kurtág zelf. Vanwege de gezondheid van Márta Kurtág, al meer dan 70 jaar zijn vrouw, muze en inspirator, was hij thuisgebleven in Boedapest alwaar hij de wereldpremière beluisterde via een live radio-uitzending. Toen dirigent Markus Stenz tijdens het slotapplaus de partituur van 'Fin de partie' omhooghield, ging er in de Scala groot gejuich op.

Prominenten

Onder die juichenden waren vele prominenten, zoals dirigent Riccardo Chailly (muzikaal directeur van de Scala), componist Salvatore Sciarrino, pianisten Maurizio Pollini, András Schiff, Pierre-Laurent Aimard en Mitsuko Uchida. Kurtágs zoon György junior was er, alsmede Samuel Becketts neef Edward, die het erfgoed van zijn oom bewaakt. Alexander Pereira, intendant van de Scala, had er alles aan gedaan om van deze première een gebeurtenis te maken, en de internationale pers was massaal aanwezig. Pereira was dan ook de man die Kurtág in 2010 de officiële opdracht voor een opera gaf als intendant in Zürich. Die opdracht verhuisde met Pereira mee naar de Salzburger Festspiele om nu dus uiteindelijk in Milaan uit te komen.

Regisseur van de wereldpremière is Pierre Audi, de net vertrokken artistiek directeur van De Nationale Opera. Die is co-producent en 'Fin de partie' zal tijdens het komende Opera Forward Festival in maart vier keer in Amsterdam te zien zijn. Audi ontmoette Kurtág in de jaren '80 als directeur van het Almeida Theatre in Londen en ze werden vrienden. In die jaren al was er sprake van dat Kurtág een opera voor Amsterdam zou schrijven, maar de componist gaf zijn gage terug net vóór Audi operabaas werd. Audi is het steeds blijven proberen, vooral toen Kurtág in de jaren '90 in Amsterdam woonde, maar er kwam niks van. Bijzonder dus dat Audi nu regisseur is van 'Fin de partie'. Hij heeft de opera simpel, maar liefdevol en wonderschoon op de bühne gezet.

Meesterlijke miniaturen

Dat de componist van de meesterlijke miniaturen uiteindelijk een lange opera van twee volle uren afleverde mag een wonder heten. Kurtág noemt het zelf 'Scènes et monologues, opéra en un acte'. En Kurtág is nog niet klaar. Slechts een kleine zestig procent van Becketts tekst is nu door hem op muziek gezet en de componist heeft de intentie nog delen toe te voegen. Gezien zijn leeftijd en de traagheid waarmee hij werkt, moet dat als hoogst irreëel worden beschouwd. Volgens Audi is dit een volledig afgerond werk, net zoals 'Otello' van Verdi dat is, die ook maar een deel van Shakespeare's toneelstuk op muziek zette.

De erven Beckett hebben zich volgens Audi niet bemoeid met de opera. Beckett (1906-1989) zelf deed dat wel toen zijn 'Endgame' in 1984 in Amerika met muziek van Philipp Glass werd opgevoerd. In het programmaboek liet Beckett toen een verklaring opnemen waarin hij schreef: 'Elke productie die mijn regie-aanwijzingen negeert, is totaal onacceptabel voor mij. Mijn stuk heeft een lege kamer met twee ramen nodig'. Grappig dat ook Audi nu de regieaanwijzingen van Kurtág/Beckett volkomen negeert. Maar kennelijk beschouwen de erven Beckett deze opera als een totaal nieuw kunstwerk. En dat is het natuurlijk ook.

Beeld AFP

Audi's enscenering speelt niet binnen de vier wanden van een huis, maar erbuiten. Er wordt niet door de ramen naar buiten gekeken, maar door de ramen naar binnen. Twee contouren van grotere maten van dat huis (het matroesjka-idee) staan als schillen om het zwarte huisje heen. Een paar keer in de voorstelling zakt een zwart doek neer om de scène iets te verbouwen. Het is tijdens deze pauzes dat er steeds groepjes mensen de zaal verlaten. Vooral om kwart over negen, als de opera al ruim een uur onderweg is, komt er een ware exodus op gang in de parterre en hoor je de deurtjes van de loges boven je opengaan en dichtvallen.

Vuilnisvaten

Kurtág - én ook Beckett - vragen dan ook nogal wat van de toeschouwers. Een verhaal is er nauwelijks. Hoofdpersonage is de blinde, in een rolstoel zittende Hamm, gezongen door de Noorse bas Frode Olsen, die zijn concentratie machtig mooi behield en zijn lappen tekst volledig beheerste. Hamm, die niet kan staan, wordt geholpen door zijn bediende Clov, die niet kan zitten. Clov kreeg hier magnifiek stem en gestalte van Leigh Melrose, die als altijd een personage neerzette waarnaar het fascinerend kijken was.

En dan zijn er nog Hamms ouders Nell en Nagg. Ze hebben geen benen en 'wonen' in twee grote vuilnisvaten. Hillary Summers en Leonardo Cortellazzi zongen die twee rollen emotionerend en met lichte humor. Het is veelbetekend dat Kurtág voor deze rol een tenore buffo wilde, een komisch tenor dus.

Tussen de vier personages is er een soort van actie, die bestaat uit doelloze bewegingen, ondersteund door al even onbegrijpelijke teksten. Kurtág ondersteunt die teksten nu eens uiterst serieus, dan weer humorvol. In het begin gniffelt de Scala als ineens het geluid van een accordeon opduikt, of het geruis van een paar sambaballen.

Het orkest van de Scala levert onder leiding van Markus Stenz (die de avond ervóór daar als invaller nog een schitterende 'Elektra' dirigeerde) een topprestatie. Aarzelende noten, veelzeggende pauzes, scherpe tikjes en ultrakorte lyriek wisselen elkaar met precisie af. Vanuit de bak krijgt de opera kleur en smoel en daar openbaart zich dan toch vooral de grootsheid van Kurtág, die met zijn gebruikelijke miniaturen ingenieus een enorm bouwwerk in elkaar metselt.

Na afloop is er een premièreparty op de bühne van de Scala. Pereira is door het dolle heen. Hij noemt de Scala deze avond het centrum van de wereld en scandeert, tollend om zijn eigen as, de namen van György en Márta Kurtág. Beetje overdreven misschien, maar hier werd wel geschiedenis geschreven.

‘Fin de partie’, nog tot 25/11 in Milaan. In maart in Amsterdam. Zie www.dno.nl.

Elke week nieuwe voorstellingen, besproken door onze recensenten. U leest ze hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden