'Vandalisme' verontrust Parijse joden

Het antisemitisme in Frankrijk was op zijn retour. Tot in september 2000 in Israël de nieuwe intifada uitbrak. De autoriteiten spreken nog steeds over incidenten, maar de Franse Joden zijn ongerust.

PARIJS - De Ozar Hatoraz-school in Créteil is een vesting. Het gebouw en de kleine speelplaats zijn ommuurd met een dik hek, camera's staan gericht op twee vergrendelde poorten. Een Israëlische man met een walkietalkie loopt wacht. Hij wijst de plek waar een maand geleden een brandbom over het hek werd gegooid. Niemand raakte gewond maar een lokaal brandde uit.

Ozar Hatoraz is een joodse school in een voorstad van Parijs. De brandbom maakte deel uit van een reeks 'incidenten' (in de aanduiding van de Franse politie) in Frankrijk die de Israëlische regering aanleiding gaf om begin januari de Franse ambassadeur in Jeruzalem te ontbieden en bij hem officieel te protesteren tegen het oplevende antisemitisme in Frankrijk.

Een paar voorbeelden: op 2 november 2001 veroorzaakte een Molotov-cocktail brand in een Parijse synagoge, op 1 december wordt de rabbi van Rouen met een gummiknuppel bedreigd bij het uitgaan van de synagoge, op 19 december wordt een conferentie aan de universiteit van Nanterre over 'Auschwitz en daarna' afgelast na dreigementen. Op 6 januari wordt de schoolbus van de joodse Chné Or school in Aubervilliers bekogeld met stenen.

Roger Cukierman, voorzitter van de Crif (Conseil représentatif des institutions juives de France, een overkoepelende organisatie van joodse instellingen), verklaarde na de aanslag op de Ozar Hatoraz-school tegenover het Franse journaal: ,,Dit geweld komt niet uit extreem-rechtse hoek, maar uit de islamitische wereld in Frankrijk. De aanslagen volgen het ritme van de gebeurtenissen in het Midden-Oosten.''

De statistieken bevestigen het laatste: ze tonen een explosieve stijging van het aantal aanslagen tegen joodse gebouwen en personen sinds september 2000, toen in het Midden-Oosten de tweede intifada uitbrak. Aanvankelijk was Frankrijk het erover eens dat er geen sprake was van religieus geweld. De aanslagen zouden het werk zijn van beurs, Fransen van Arabische komaf die de situatie in het Midden-Oosten aangrepen om hun onvrede over hun eigen, uitzichtloze situatie te uiten.

Nu zegt de voorzitter van het Consistorie van Parijs, Moïse Cohen: ,,We zien de komst van een nieuwe vorm van islamitische jodenhaat. Noch het Palestijns-Israëlische conflict, noch de staat van wanhoop die heerst onder de jeugd in de wijken, rechtvaardigen de storm van haat jegens de joodse gemeenschap sinds vijftien maanden.''

Cohen sprak op een protestbijeenkomst in Créteil. Hij prees de joodse jongeren in Frankrijk om hun koelbloedigheid. ,,Stelt u zich eens voor dat joden in Frankrijk een moskee of een koranschool zouden aanvallen. Iedereen zou dat afkeuren, de politiek en de media zouden ons veroordelen'', zei hij, suggererend dat diezelfde politiek en media zwijgen zolang de joden het slachtoffer zijn.

De Crif en het Consistorie zijn echter vooral verontwaardigd over de in hun ogen lakse houding van de Franse overheid. Die probeert volgens hen het verband tussen de gebeurtenissen te verdoezelen door telkens te spreken van vandalisme. Daders van eerdere gewelddadigheden tegen joodse instellingen of personen werden veroordeeld wegens 'geweldpleging'. Op papier is zo geen sprake van een onrustbarende trend.

VERVOLG OP PAGINA 6

'We moeten ons wel beschermen'

Antisemitisme

VERVOLG VAN PAGINA 1

Roger Cukierman heeft hiertegen geprotesteerd bij president Chirac, tijdens een ontvangst van religieuze leiders op het Elysee. Chirac zou toen hebben gesuggereerd dat de joodse gemeenschap niet zoveel ruchtbaarheid aan de 'incidenten' moest geven, want dat speelde de plegers ervan maar in de kaart. Een woordvoerster van het Elysee ontkent dit.

In Créteil heerst op het bureau van politie de opvatting dat het wel meevalt. Een agent die niet met zijn naam in de krant wil, zegt dat er weliswaar 'incidenten' zijn, en dat er een 'toenemende spanning voelbaar is tussen de islamitische en joodse bevolkingsgroepen' maar: ,,Frankrijk is een tolerant land, de joodse gemeenschap hoeft zich geen zorgen te maken. Zo'n brandbom bij Ozar Hatoraz, dat is het werk van een jonge raddraaier.'' De school en synagoge hebben gevraagd om permanente politiebewaking. ,,Dat is niet nodig. Wij hebben wel de opdracht om veel daar in de buurt te surveilleren.''

Maar het gebouw van de school ligt in een onoverzichtelijk voetgangersgebied waar auto's niet kunnen komen. De Israëliër die het schoolhek bewaakt beweert dat de politie niets doet. ,,Anders hoefde ik hier niet te zijn. Maar de problemen met de moslims zijn groot. We moeten ons beschermen, het is hier niet veilig.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden