Vandaag nog effe niet

Graven van schrijvers zwijgen niet, maar spreken. Zij roepen een leven en een oeuvre in herinnering en spreken zachtjes tot de verbeelding -voorbij de laatste woorden. Een serie. Vandaag: het graf van Annie M.G. Schmidt.

Een rozenblaadje, een kitscherig gipsen dametje dat piano speelt, een dominosteen, een balpen (niet opgedroogd!), een hartje van plastic, een rijtje schelpjes, een Pokémon-flippo en een opgevouwen briefje onder een glanzend blauwe kiezelsteen -ziedaar de bonte verzameling voorwerpen die bezoekers hebben achtergelaten op de rechtopstaande, kleurig betegelde grafsteen van Annie M.G. Schmidt.

'De koningin van de naoorlogse Nederlandse literatuur' is zes jaar na haar dood nog lang niet vergeten. Geen bezoeker van Zorgvlied, de imponerende Amsterdamse begraafplaats aan de Amstel, loopt zomaar aan haar graf, aan de dansende letters van haar naam, onder de oude beuken en het brede grindpad voorbij. Iedereen kijkt, de meesten staan even stil. Ze wijzen. Glimlachen.

De vrolijke aanblik zou de schrijfster deugd hebben gedaan. Zelf zag zij de dood helemaal niet als iets sombers of tragisch, maar als iets feestelijks. In Het Parool -de krant waar zij ooit was begonnen met schrijven en in haar nadagen nog een aantal columns publiceerde- was ze heel stellig: ,,Wanneer men mij zou vragen een lijstje te maken van de feestelijke gebeurtenissen in mijn leven, dan zou het er als volgt uitzien: geboorte-beminnen-baren-(rijbewijs gehaald)-dood.' Naar haar eigen uitvaart keek zij niet met angst en beven uit, maar juist met genoegen. ,,Dat heeft niets te maken met begrafenis, kransen, rouwkaarten, wenende familie en toespraken, want dat alles maak ik zelf niet meer mee. Nee, het heeft te maken met het onherroepelijk plechtige EINDE. Met het grote OPHOUDEN.'

De calvinistisch-strenge, burgerlijke opvoeding als dochter van de dominee in Kapelle had haar 'geloofje' ('het was nooit meer dan een zwak geloofje', schreef ze in dezelfde column) voorgoed doen verdwijnen. Zij geloofde aan geen God, hiernamaals of eeuwig leven. Toch zou de dood haar verlossing schenken, zo wist zij. 'Een verlossing uit de ban van de tijd. Die leugenachtige oneigenlijke tijd, die voorthollende alles meesleurende rivier, vol gif uit het verleden.' Dat giftige verleden had haar ook een intense afschuw voor zwarte begrafenissen bezorgd. Háár uitvaart zou met 'vlaggetjes en serpentines' getooid moeten zijn. 'De hele stoet zou huppelen en dansen, de petten in de lucht gooien en luid zingen van: Lang zal die leven en We gaan nog niet naar huis.'

In die geest heeft zich de begrafenis van Annie M.G. Schmidt, op 24 mei 1995 om twee uur 's middags, ook daadwerkelijk voltrokken. Haar kist kwam niet in een zwarte lijkwagen op Zorgvlied aan, maar met een Amsterdamse rondvaartboot over de Amstel. Het was een stralende dag. Aan haar graf werd een opgewekte medley van liedjes gespeeld, die Harry Bannink, met wie zij bijna haar hele leven had samengewerkt, nog op haar verzoek voor haar begrafenis had gecomponeerd. Aanvankelijk aarzelend, maar later uit volle borst, zongen de aanwezigen, onder wie veel schrijvers, acteurs en kinderen, al generaties haar trouwste lezers, mee met 'Schipbreukeling' en 'Op een mooie Pinksterdag'.

De beste teksten van Annie M.G. Schmidt hadden -en hebben nog altijd- het vermogen om te prikkelen, te doen glimlachen en te ontroeren tegelijk. De schrijfster toonde zich in klare taal opstandig, maatschappelijk betrokken en seksueel vrijgevochten. In de musical 'Madam' liet ze Conny Stuart zingen: 'Wat ik allemaal heb doorstaan! / Wat mij allemaal is aangedaan! / Maar niettemin en ondanks dat, / d'r zit nog leven in de ouwe kat.' Het leven als 'ouwe kat' is de schrijfster zelf overigens niet meegevallen. Door een oogziekte was Schmidt in haar laatste jaren zo goed als blind geworden. Bovendien had ze een versleten rug en werd ze nogal eens geveld door een longontsteking. Nadat ze in januari 1994 was gevallen en haar heup had gebroken was ze aan huis gekluisterd. 'De aftakeling gaat vrij snel', vertelde ze toen aan één van haar biografen, Hans Vogel. ,,Dan denk ik: hoelang duurt dat nog.'

Ondanks al die 'ellendige dingen van het ouder zijn' bleef Schmidt van het leven genieten. Ze liet zich door vrienden elke dag voorlezen, hield van een glaasje en rookte met smaak de ene sigaret na de andere.

Haar situatie was te vergelijken met de vrouw uit het 'Zelfmoordliedje' die zij in het begin van de jaren zestig zelf in het leven had geroepen. Haar personage verlangde naar het einde, maar stelde dat einde steeds weer uit. 'Vandaag nog niet', luidde Schmidts refrein. 'Er zit een vogel in de pereboom. / Al is het dan geen nachtegaal, dan is het toch een vink. / Ik ga de stad in voor een jas al wordt het dan geen mink / Ik wil nog even praten en lachen voor ik schiet. Vandaag nog niet, vandaag nog effe niet.'

De dood heeft Schmidt op een dag overvallen. De schrijfster leek juist redelijk hersteld van al haar kwalen, had de verpleegsters de deur uitgezet, en was op 20 mei 1995 welgemoed haar 84ste verjaardag gaan vieren. In 'Doe nooit wat je moeder zegt', de biografie van Joke Linders, wordt verteld dat de schrijfster van haar schoondochter een steenrood overhemd cadeau kreeg. 'Die kan ik aan op m'n begrafenis', zou Schmidt hebben gezegd. Dat bleken omineuze woorden. Na vertrek van de laatste gasten was ze met een restje witte wijn en het NRC-cryptogram naar bed gegaan. De volgende ochtend werd zij door een vriendin dood in bed gevonden. Gestorven in haar slaap aan een hartstilstand, concludeerde de huisarts, toen hij de donkere, paarsblauwe kleur van haar vingertoppen en lippen zag. Het cryptogram lag nog op het nachtkastje. Oningevuld.

'Nou ja', had Annie M.G. Schmidt tegen Hans Vogel gezegd, 'misschien zullen ze zeggen, ze heeft een leuk leven gehad en het is jammer dat ze er niet meer is, want het was gezellig bij haar thuis. Dan kregen we lekkere wijn en dan gingen we zo en zo laat weg en het was zó genoeglijk, jammer hoor.' Het is de laconieke toon die interviews met de schrijfster kenmerken. 'Dat is de reactie en dat vind ik ook heel goed.' In een interview in Het Parool uit 1993 had ze de zaak nog eens bondig samengevat: 'Ik vind de dood een heel goede oplossing. Een mooie uitvinding, goed dat hij er is. Eeuwig leven: je moet er niet aan denken.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden