Vandaag is het helaas: niks geen kerk

Onkerkelijke filosofe Karin Melis wil in januari worden gedoopt in de rk kerk. Een verslag in afleveringen over uitzien tegen de berg op.

En op de zesendertigste zondag is mijn kind ziek. Bedje op de bank, niks geen kerk. En dat na vijfendertig zondagen aaneen wekker af, eitje bij het ontbijt, aankleden, bandje van Michael Jackson hard in de auto aan tot vlak voor de kerkklokken gaan luiden, gestommel, gekuch in de kerkbanken.

Na de gebeden, lezingen, preek, mis intenties en het zingen, de toediening van het sacrament. Het lichaam van Christus, het lichaam van Christus en steeds het opkijken van de pastoor in de gezichten van de kerkgangers terwijl hij het doorzichtige brood voor hen opheft. Na de handdruk van de gewijde, het gewaad wapperend in de eeuwige Nederlandse wind, 'ook een goede zondag', Buitenhof en de kranten met het kerkboekje van die week aan mijn voeten.

Zoals de liefde, gedijt ook het geloof in het alledaagse, de herhaling. Het is maar zelden dat die twee floreren bij enkelmalige pieken en dalen. Ik houd van je, zonder problemen duizenden keren tot die ene en dezelfde persoon uitgesproken, is niet veel anders dan het opzeggen van het gebed -en het dan nog menen ook. Dit alledaagse sluit passie niet uit. Passie is niet zozeer het lijdzaam ondergaan, maar is een regelrechte aandoening. Aangedaan ben je alleen daar waar je al een actieve gerichtheid hebt. Anders zou die allereerste mis in maart die ik hier bijwoonde niet aangeslagen zijn.

Tegelijkertijd is het natuurlijk ook zo, en dit staat haaks op die passie die een sluimerend vuur veronderstelt, dat er een geweldige kracht uitgaat van geritualiseerde gewoonten. De anticipatie op die voorspelbaarheid, het gebeurt zelfs als ik er niet ben, ordent een belevingswereld die meestentijds aan de grilligheid van het lot is uitgeleverd. Geen wonder dat dit het is dat gezinnen en kerkgemeenschappen bij elkaar houdt. Totdat iemand opmerkt dat de passie ongezien via de achterdeur het pand verlaten heeft. En inderdaad, de kerken zijn, behalve die van mij dan, nagenoeg leeg en het gezin, incluis dat van mij, is bijkans failliet. Hoekstenen zijn er niet meer.

Daar zit ik dus aan de radio te morrelen, want onze kerk ventileert haar mis ook via de radiogolven. Opeens zijn er zeeën van tijd om allerhande klusjes uit te voeren, terwijl mijn gedachten ondertussen de bewegingen van de mis volgen. Ik voel me een beetje gedesoriënteerd, maar ook lichtelijk opgewonden. Zie mij stofzuigen, ik hoef niet. IJdelheid ook: jullie zullen en moeten zien dat wij er niet zijn. De lege plek op de tweede rij kerkbanken. Genieten van je eigen afwezigheid schept zoiets als een gestolen vrijheid. Totdat ik in gedachten met omgekeerd evenredig effect de warm belangstellende vraag tegenkom: 'Wat is je motief om je in de katholieke kerk te laten dopen?' Een goede vraag. Ze beneemt me nog steeds, ergerlijk genoeg, de adem.

Driftig aan de stofzuiger trekkend doorkruist iemand anders mijn gedachten: het lichaam is de tempel van God, Hij is altijd bij je. Met andere woorden, daar heb je geen samenscholing in een pand met uitzonderlijk puntdak voor nodig. Weer een andere stem, dit keer uit een ver verleden, laat van zich horen, zeggend dat ik in mezelf geborgenheid moet zoeken wil ik niet rusteloos aan de wereld vervallen. Nee, zei mijn hele wezen toen, maar ik zei niets hardop.

Het is flauwekul, die eigenliefde, haar zogeheten christelijke oorsprong ten spijt. Liefde is me te veel tot een romantische, psychologische liefde verworden. Geborgenheid in mezelf komt me evenzeer vreemd voor. Ik heb me nooit in mezelf geborgen gevoeld. Ben, net als ieder ander, altijd aangewezen op de goedheid van anderen. Net zoals ons innerlijk door exterioriteit geconstitueerd is, moet ook ik uit mezelf treden teneinde me geborgen te weten. Paulus' uitspraak 'de ziel vindt zichzelf alleen als zij zich verliest', ligt in het verlengde van Freuds observatie: het geluk is daar waar ik niet ben. Als je er bent, ben je alweer te veel, is het al weg. Om het nog eens anders te zeggen: samensmelting verenigt zich niet met de tegenwoordigheid van het bewustzijn.

Toch jammer dat we niet naar de kerk konden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden