Vanaf het WK in Katar hoort voetbal bij de zaalsporten

Het was geen slecht idee van Harry Been, een WK voetbal met alle stadions binnen reisbereik van één camping. Dat kan beter, dacht Fifa-baas Sepp Blatter, en hij situeerde het WK van 2022 op een camping. Tien speeltenten in een zandbak met een straal van 25 kilometer. Stromen die alle tegelijkertijd vol, dan is eenderde van de Katarese bevolking van de straat.

Het kan natuurlijk nóg beter. Als plaats, tijd, klimaat, cultuur en traditie toch geen criteria meer zijn, waarom dat toernooi niet in twee stadions, met dagelijks matinee- en avondvoorstellingen? Dat scheelt honderden miljoenen euro’s in de bouw van de overige acht wegwerpstadions en het koelen van de accommodaties, van buitentemperatuur 50 naar speeltemperatuur 25 graden Celsius.

’s Werelds grootste sport kan vanaf het WK in het onbetekenende voetballand Katar worden gerangschikt onder de zaalsporten. Traditie en cultuur spelen in de internationale topsport al lang geen rol van betekenis meer. Een belangrijk signaal was de toewijzing van de Olympische Winterspelen aan het Russische Sotsji, een toeristische zomerbestemming.

Als het met miljarden oliedollars gemaakt kán worden, gebeurt dat ook. Verontwaardiging, zoals bij de Britten die in 2018 voetbal weer eens thuis dachten te brengen, is misplaatst. De toewijzing van grote evenementen is al lang een kwestie van geld, ook met de Olympische Spelen van Londen in 2012.

Sterker nog, de kans op sportsucces is het grootst voor atleten die wonen in of verhuizen naar de sterkste wereldeconomieën. Gouden medailles zijn te koop, niet voor niets roept NOC-NSF in dit land om honderden miljoenen euro’s extra voor een vaste plaats in ’s werelds top tien.

Tijdens het hengelen naar de organisatie van de Olympische Spelen van 2028 hoeven we niet aan te komen met die Amsterdamse Spelen van 1928. Dat het 100 jaar geleden was zal de hedendaagse keuzeheren een rotzorg zijn. Historische sportgrond van het Amsterdamse olympisch stadion, nou en?

Historisch besef lijkt vluchtiger geworden dan methanol, zo maakten ook twee e-mails de afgelopen maand duidelijk. De eerste betrof de ’Henk Angenent Classic’, de ’klassieke’ schaatswedstrijd op natuurijs die vorig jaar voor het eerst werd verreden.

De tweede, van Arko Sports Media BV, bevatte een stoere aankondiging: ’De start van een nieuwe traditie: Met Sport tot Zaken Borrels’. Netwerken en drinken, of andersom. En er wordt gesproken: over het ’economisch rendement van grote sportevenementen in Nederland en de rol van het bedrijfsleven’, waarbij wordt verwezen naar een mogelijke Nederlandse kandidatuur voor de Olympische Spelen van 2028.

Met een toewijzing valt voor het bedrijfsleven veel te verdienen, het advies zal zijn: altijd doen! De risico’s zijn voor de belastingbetaler. Daarom gaf Dennis Coates, een Amerikaanse professor gespecialiseerd in de sporteconomie, zijn land zijn welgemeende felicitaties met het missen van het WK voetbal 2022.

De strekking van zijn verhaal: Aan WK’s of Olympische Spelen valt niets te verdienen. Zijn belangrijkste voorbeeld betrof de World Cup van 1994 in de VS. Voorgespiegeld werd dat die de economie voor 4 miljard dollar positief zou beïnvloeden. Het draaide uit op een verlies van 5,6 tot 9 miljard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden