Vanaf heden regeert het kabinet-Wientjes/Heerts

De sociale partners hebben het kabinet hun eigen plannen opgedrongen, waarvoor Rutte en Asscher nu een meerderheid mogen zoeken.

Het is nog niet zo verschrikkelijk lang geleden dat in VVD-kringen de Ser tot 'Sociaal-economische rem' werd omgedoopt. Het staat in schril contrast met de euforie die in de regeringscoalitie - inclusief de VVD - te horen is over het bereikte sociaal akkoord. "Historisch", volgens premier Rutte. Dat is het misschien ook wel, vooral omdat het niet al te vaak voorkomt dat de polder de politiek uit het moeras moet trekken.

De rol van de sociale partners werpt een aantal vragen op, met als belangrijkste: wie heeft het eigenlijk voor het zeggen in Nederland? Het kabinet, de volksvertegenwoordiging of de werknemers en werkgevers? De Werdegang van Rutte II tot op heden maakt duidelijk dat het niet het kabinet is dat de lijnen uitzet. De inkt van het regeerakkoord was nog niet droog, of de correctievloeistof moest er al aan te pas komen. Eerst was een wijziging noodzakelijk door gemor in de VVD-achterban over de ziektekostenpremie, daarna door het ontbreken van een meerderheid in de Eerste Kamer voor het woonbeleid. En nu hebben de sociale partners een streep door belangrijke onderdelen van het regeerprogram gezet. Zelden heeft een premier zo stralend grote delen van zijn beleid bij het grof vuil gezet als Rutte deze week. Dezelfde Rutte die bij aanvang van de onderhandelingen nog sprak over 'koers houden en draagvlak zoeken'.

Nu is het natuurlijk niet onverstandig om bij ingrijpende maatregelen een zo breed mogelijk politiek en maatschappelijk draagvlak te creeren. Onder normale omstandigheden kan een kabinet een aanpassing van de WW en het ontslagrecht er wel doordrukken, maar als die wetgeving vervolgens in cao-afspraken krachteloos wordt gemaakt, schiet het bijzonder weinig op. Medewerking van de sociale partners is dan cruciaal, zoals we ook hebben kunnen zien bij het Akkoord van Wassenaar in 1982.

Onder normale omstandigheden kan een kabinet verreikende wetgeving forceren, maar de omstandigheden zijn nu verre van normaal. Het kabinet staat van alle kanten onder druk, door het ontbreken van een meerderheid in de senaat, door de waarschijnlijke overschrijding van de begrotingsnorm van 3 procent, de voortdurende economische problemen en, ook niet onbelangrijk, door de desastreuze peilingen voor de coalitie. Grootste probleem voor het kabinet is dat het de facto een minderheidskabinet is en dus niets te forceren heeft. Het moet wheelen en dealen, en dat nu net in tijden waarin doorpakken gewenst is. In zo'n situatie verschuift de macht van de politiek naar de sociale partners.

Dat roept onmiddellijk de vraag op wie die sociale partners nu eigenlijk representeren. Van werkgeverskant is dat wel duidelijk, maar bij de werknemerskant zijn nog wel wat vraagtekens te plaatsen. De belangrijkste speler, de FNV, is in staat van totale ontreddering na het debacle van het pensioenakkoord van 2011. Heeft deze vakcentrale nog wel een achterban en hoe staat die tegenover het akkoord? De eerste signalen uit de afzonderlijke bonden zijn niet echt hoopgevend, waarmee het sociaal akkoord weer onmiddellijk ter discussie kan komen te staan.

Het primaat lijkt dus te verschuiven van de politiek naar de polder, maar is dat eigenlijk wel zo? Een akkoord met de sociale partners levert immers draagvlak op voor het kabinet, dat daarmee een grotere kans heeft om een meerderheid in de Eerste Kamer te vinden. In die optiek zouden werkgevers en werknemers instrumenten voor het kabinet zijn om een dwarsliggende volksvertegenwoordiging te overtuigen, waarbij het politieke primaat keurig in stand gehouden zou zijn.

Naar de vorm is dat inderdaad zo, maar kijkend naar de inhoud is dat niet vol te houden. Het akkoord betreft immers geen concrete invulling van kabinetsplannen, maar een verwerping van een aanzienlijk deel ervan (WW, nullijn zorg, quotum gehandicapten) en een temporisering van een aantal andere (ontslagrecht, extra bezuinigingen). De polder heeft duidelijk gemaakt dat hij de Haagse plannen niet wenst uit te voeren, en heeft het kabinet de eigen plannen opgedrongen, waarvoor Rutte en Asscher nu een parlementaire meerderheid mogen zoeken. De bordjes zijn verhangen. Er heeft een omkering van de machtsverhoudingen plaatsgevonden, mogelijk gemaakt door de geforceerde en daardoor gemankeerde kabinetsformatie waardoor een stabiele politieke meerderheid ontbreekt. Het maatschappelijk draagvlak moet daarvoor nu in de plaats komen. Vanaf nu kunnen we dus beter spreken van het kabinet-Wientjes/Heerts dan van het kabinet-Rutte/Asscher.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden