Vanaf de heuvels volgt Nabatiye de beschietingen

NABATIYE - Voor de vierde achtereenvolgende dag was Zuid-Libanon gisteren het tafereel van zware bombardementen. Geschat wordt dat 400 000 mensen hun huizen en dorpen zijn ontvlucht. Ruim twintig dorpjes, grenzend aan de Veiligheidszone, zijn volledig leeggelopen.

Nabatiye, een stadje in het hart van Zuid-Libanon, leek woensdagavond een spookstad. De Israeliers hadden die middag via de radio van de SLA, de aan Israel gelieerde militie in de bezette Veiligheidszone, aangekondigd dat de bevolking tot zes uur 's avonds de tijd had om het plaatsje te verlaten. Toen het tijdstip naderde, vertrokken duizenden en duizenden mensen. Velen bleven vanaf nabijgelegen heuveltoppen naar hun stadje kijken wat er ging gebeuren.

Langs de weg zaten families naast hun auto's af te wachten. Waar ze die nacht zouden gaan slapen, wisten ze niet, het vertrek was te gehaast om matrassen en dekens mee te nemen.

Later die avond kwam een liefdadigheidsstichting van de Libanese minister-president Hariri met schuimrubberen matrassen, die ze uitdeelden aan mensen langs de weg. Andere organisaties brachten meel en brood naar centra waar vluchtelingen onderdak zochten.

“Ik zou wel willen blijven”, zegt Lajal, een vrouw van 28. “Maar we zijn de afgelopen drie dagen al 25 keer beschoten. Iedereen is weg, alle winkels zijn gesloten.”

In het Palestijnse vluchtelingenkamp Ain el-Hilwe, bij Sidon, was de stemming gisteren rustig. “Iedereen zit in de kelder en wacht af”, aldus het hoofd van de el-Fatah'veiligheidsdienst in Libanon, Aboe Hoessein Farhoed, nadat Israel de bevolking van Sidon heeft gewaarschuwd dat zij de stad moet verlaten. Zij gaan niet weg. “Vluchteling uit een vluchtelingenkamp, dat kan niet.” Later trekt Israel de waarschuwing in en zegt dat bedoeld werd dat de bevolking geen steun moest verlenen aan het verzet.

Gevechtsklaar

Alhoewel het kamp meerdere malen is beschoten, vechten zijn mensen nog niet mee. “We hebben Hezbollah gebeld en gezegd dat we drie bataljons klaar hebben staan. Dat is zo'n 7 000 man. Hezbollah had ze niet nodig nu, maar als het moet, heb ik ze binnen vijftien minuten gevechtsklaar.”

Het Libanese leger lijkt niets te doen. Dit in tegenstelling tot aanhoudende berichten van de regering dat het leger zich wel degelijk verweert en aan de zijde van het verzet staat. Hun tanks en kanonnen staan openlijk in het landschap, in tegenstelling tot de verdekt opgestelde katjoesja's van Hezbollah. En terwijl de Hezbollah-posities constant worden gebombardeerd, heeft geen enkele Israelische raket tot nu toe een legerpositie - met opzet - geraakt. Ook bewoners in het gebied zeggen dat het leger niets doet. “Je hoort nu die straaljager? En wat doen die luchtafweerkanonnen van het leger, die je daar op de heuvel ziet staan? Niets! De veiligste plaats op dit moment is een legerwachtpost, al zou die midden in Nabatiye staan”, zegt een geirriteerde man. Het is alsof Israel Libanon van te voren heeft gewaarschuwd. “Wij schakelen Hezbollah uit, en jij doet daar niets aan, anders nemen we jou ook onder handen.”

Geen partij

Het Libanese leger is, hoe graag het dit ook zou willen, absoluut geen partij voor de Israeliers. Daarbij komt dit de regering in Beiroet heel goed uit, want ze zijn Hezbollah liever kwijt dan rijk. Het is een organisatie die zij niet in de hand hebben, en die haar bevelen krijgt van Syrie en Iran en dus in feite het gezag van de regering in het zuiden ondermijnt. Zonder Hezbollah is de staat sterker, en hebben de Syriers iets minder te zeggen in het land. Maar het is een boodschap die zij niet aan haar bevolking kan verkopen, wier haat tegen de Israeliers groter is dan tegen de pro-Iraanse fundamentalisten. Dus schieten zij symbolisch mee. Niet al te hard, want ze mochten iets raken per ongeluk.

Zo'n 150 000 vluchtelingen hebben Beiroet inmiddels bereikt, hetgeen duidelijk merkbaar is op straat. Het verkeer zit vast, autobusjes met vluchtelingen rijden door de stad en vrachtauto's rijden af en aan met kussens en matrassen.

De regering heeft scholen opengesteld om onderdak te bieden, maar kan nu al met moeite het hoofd bieden aan de constant groeiende stroom mensen.

Bahisja (27) komt uit een plaatsje nabij Tyrus. “Bij ons in het dorp stond alles in brand, de hele omgeving was platgebrand.” Een leegstaand kantoorgebouw aan de moderne Hamra is inmiddels ingenomen door vluchtelingen.

Sommige huiseigenaren maken zich zorgen dat hun appartementen worden gekraakt.

De autoriteiten van Beiroet zijn net vorige week begonnen om de 20 000 vluchtelingen, van eerdere conflicten met Israel, uit huizen te zetten, die ze al jaren bezetten, zodat de eigenlijke eigenaren met de heropbouw konden beginnen. En nu krijgen ze er misschien weer 350 000 nieuwe bij. De regering zei gisteren dat zij niet langer dan twee weken voor dit aantal kan zorgen. Dan moet iedereen weer naar huis, gevechten of geen gevechten.

May, een Engelse die in Beiroet woont: “Mijn buren belden vannacht aan of ik nog matrassen en dekens te leen had. Hun familie is uit het zuiden gekomen, een dozijn man, en die moeten allemaal in dat twee-kamerappartementje slapen.

Gelukkig is er genoeg te eten en te drinken, als je tenminste je geld hebt meegenomen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden