Van Zweig naar Knausgard: literatuur is 'ik-lit' geworden

Als romancière lees ik natuurlijk de concurrentie. Liefst grote namen: Tolstoi, Zweig, Brontë en dergelijke. Schrijvers die de tand des tijds hebben doorstaan. De klassieken. Ik kijk bij hen af hoe het moet.

Neem Stefan Zweig. Wat die man met taal kan, grenst aan het onmogelijke. Eenvoudig, helder en wonderschoon. Het lijkt zo makkelijk, maar doe het maar eens. En de inhoud? Zijn autobiografie 'De Wereld van Gisteren' is een van de allermooiste boeken die ik ooit heb gelezen. Een pageturner waar je ook nog eens enorm veel van leert. Over de persoon Zweig en wie hij was zwijgt de auteur grotendeels. Hij schetst een tijdsbeeld aan de hand van de vele interessante mensen die zijn levenspad kruisen. Het is alsof Zweig ons zeggen wil: 'Mijn innerlijk en privé-leven is van geen belang en gaat jou, lezer, ook niets aan.'

Onze tijd is het daarmee hartgrondig oneens. Wij zijn geneigd wat zich binnenin een persoon en in zijn intieme levenssfeer afspeelt het allerbelangrijkst te vinden. Veel belangrijker dan de gebeurtenissen op het wereldtoneel. Is dat een goede ontwikkeling? Ik vraag het me af.

Over Zweig is zojuist een biografie verschenen, getiteld 'Stefan Zweig's Brennendes Geheimnis'. Het wordt aangeprezen als een 'intiem karakterportret'. De auteur, Ulrich Weinzierl, onthult daarin onder meer dat Zweig een 'potloodventer' was. Toen ik dat las, werd ik bevangen door irritatie. Dat wil en hoor ik niet te weten! Het heeft ook niets met al zijn mooie boeken te maken! Het is een soort bezoedeling.

Van Zweig naar Karl Ove Knausgard. Zijn 6 delige autobiografie 'Mijn Strijd' is een wereldwijde bestseller. Wat doet Knausgard? Hij onthult alle details van zijn privé-leven. Niets wordt met de mantel der liefde toegedekt, niets wordt vanuit een gevoel van schaamte overgeslagen. Een totale ontbloting. Ik noem het, in navolging van chicklit, 'ik-lit'. Lezers zijn er dol op.

Ik denk dat men in de tijd van Zweig een boek als dat van Knausgard exhibitionistisch zou hebben genoemd. Laat dat nu juist de medische benaming zijn voor potloodventen. Vooral bekend uit de jaren zeventig, toen er geregeld een blote meneer het voetbalveld oprende, om zich te tonen aan de duizenden toeschouwers. Nu is het een literair fenomeen geworden.

En hoe moeten we de mensen noemen die hiervan genieten? Voyeuristen, lijkt me. In plaats van zich te schamen en weg te kijken, verlekkeren ze zich aan wat hen niets aangaat: andermans innerlijk en privé-leven.

Ten slotte nog een millionseller: Jonathan Littells 'De Welwillenden'. De hemel in geprezen als psychologische roman, die een 'intiem portret' schildert van een SS-officier betrokken bij Hitlers Endlösung. Ook in dit boek ligt sterk de nadruk op het innerlijk leven. De hoofdpersoon gaat zonder schaamte letterlijk en figuurlijk uit de kleren, hoe onsmakelijk ook. Wat is de meerwaarde van dit exhibitionisme? Over de aard van de SS-ers leert het ons in ieder geval niets.

Daarvoor kun je beter terecht bij een prachtig boek van Armando en Hans Sleutelaar, getiteld 'De SS-er'. In een reeks op diepte-interviews gebaseerde portretten, maken ze duidelijk hoe gewone jongens ertoe kwamen SS-er te worden. Er staat niets in over potloodventen en andere seksuele perversies. Dat is allemaal, eerlijk waar, niet relevant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden