Van Zweden meer dan indrukwekkend terug in het Concertgebouw

Dirigent Jaap van Zweden heeft de laatste tijd iets met de Vijfde, zo lijkt het wel. En met debuten, nu we toch bezig zijn. In zijn eerste concert als chef-dirigent in Dallas dirigeerde Van Zweden dit jaar de Vijfde van Mahler.

Tijdens zijn debuutconcert in Chicago, als invaller voor Riccardo Chailly, klonk de Vijfde van Bruckner; en vorige maand dirigeerde hij de Vijfde van Sjostakovitsj tijdens zijn chef-debuut bij de Filharmonie in Antwerpen, het orkest waarmee hij de komende tijd de symfonieën van de Russische componist op cd gaat uitbrengen.

Gisteren voerde Van Zweden diezelfde Vijfde van Sjostakovitsj uit in zijn tweede ‘echte programma’ ooit met het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO), waar hij jaren geleden concertmeester was. Het was de tweede uitvoering dit weekend met Van Zweden, het KCO (door het muziekblad Gramophone uitgeroepen tot het beste orkest ter wereld) en een solist uit eigen gelederen.

Vrijdag speelde Alexei Ogrint-chouk al het Hoboconcert in C-groot van Mozart, gisteren was het de beurt aan KCO-concertmeester Vesko Eschkenazy, in een lyrische uitvoering van het hier zo weinig gehoorde Vioolconcert van Samuel Barber. Eschkenazy liet zijn instrument voluit zingen, als in een aria voor viool en orkest. Weemoedig en gloedvol in het eerste, statieënachtige deel met de intieme piano; mooi klaaglijk en gedempt in het tweede deel met de zacht roffelende paukenbegeleiding. Om in de duivelsdans aan het slot volledig loos te gaan, licht en scherp articulerend springend over de opzwepende klappen in het koper en slagwerk.

Smeedde Van Zweden orkest en solist in Barber al samen tot een betoverend lied, zo klonk de Vijfde van Sjostakovitsj zondag echt waanzinnig en meer dan indrukwekkend. Zó intens, dat het je de volle drie kwartier de keel dichtkneep. Van Zweden voerde Sjostakovitsj niet op voortdurende slagkracht uit, maar maakte er interessant genoeg een soort Russische Mahler van. Je hoorde Mahlers Vijfde doorschemeren in het hysterisch duimschroevende eerste deel; ‘Des Antonius von Padua Fischpredigt’ walste licht mee door het Allegretto; ‘Der Einsame im Herbst’ klonk als echo in het eenzame Largo met zijn harpgetokkel, zijn fluwelen strijkers en zijn klagende hobo.

Zo ontsloot Van Zweden ineens een hele wereld, in de lijn van De Mahler-traditie waarin het KCO zo’n grote rol in heeft gespeeld. En waar het orkest zich dus hoorbaar in thuis voelde. Het leverde een hevige Vijfde op ‘aus einem Guss’, transparant, met veel reliëf en kleurenpracht en vol zeggingskracht. Het optimistische slot in D-groot hangt er in andere uitvoeringen vaak een beetje als gek aanhangsel bij. Maar onder Van Zweden werd het een overdonderende bevrijding, als een verzengende zon die de wolken verjoeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden