Van zwanen tot meeuwen en klauwieren

De beste gids voor Europese vogels heeft eindelijk een opvolger: zichzelf.

Guus van Duin

Het was al weer zeven jaar geleden dat de derde druk van de ANWB Vogelgids van Europa verscheen. Het werd dus tijd voor iets nieuws. Want als er iets snel gaat, is het de ontwikkeling van het vogelen. Vijftig jaar geleden liepen die paar Nederlandse vogelaars op zijn best rond met de ’Kist’, een bewerking van de Engelstalige veldgids van Roger Tory Peterson. Het was een hele stap toen in 1973 de Heinzel, Fitter en Parslow verscheen. In 1993 betekende Lars Jonssons determinatiegids Vogels van Europa een revolutie.

Het belangrijkste verschil met vroeger was de compleet andere manier van kijken. De aandacht voor details was enorm toegenomen. Dat kon alleen doordat er een jonge garde vogelaars was opgestaan die niet alleen de kijker meenam in het veld, maar ook een telescoop op statief.

Dat resulteerde in een manier van kijken die ook wel ’dekveertjes-neuken’ werd genoemd: ieder randje van bijvoorbeeld strandloperveertjes bleek van belang om te weten met welke soort je te maken had. Was het randje licht, wit of tweekleurig. Had het veertje een al dan niet ankervormig patroontje?

Het was de tijd waarin het vogels kijken volwassen werd en een grote schare aanhangers verwierf. Steeds meer mensen gingen naar het buitenland om nieuwe soorten ’op te halen’.

De opkomst van de digitale fotografie betekende een volgende grote stap in de wasdom van de vogelarij. Onvoorstelbaar hoe je voorheen met veel moeite in de donkere kamer een goed resultaat probeerde te bereiken – in zwartwit – terwijl het tegenwoordig niet veel moeite kost om een mooie en sterk vergrote foto van een vogel te maken. Is hij niet helemaal scherp, dan zijn er programma’s die dat voor je doen.

Binnen de nieuwe en zeer mobiele generatie vogelaars paste ook een nieuwe veldgids. In 2000 verscheen de eerste druk van de ANWB-gids en nu, tien jaar later, de ingrijpend verbeterde vierde.

Twee zaken springen in het oog: er staan meer soorten in dan in eerdere uitgaven, en de volgorde van de afbeeldingen (ruim 4000) is gewijzigd. Dat komt door nieuwe inzichten in de ornithologie. Zwanen, ganzen, eenden en hoenders openen nu het bal; zij worden nu op grond van DNA-onderzoek gezien als de oudste in Europa voorkomende vogelfamilies. Het aantal soorten is vergroot (tot ruim 900) doordat sommige ’oude’ zijn opgedeeld in een of meer soorten. Wie de nieuwe platen met meeuwen en klauwieren (zangvogels die in hun voedselkeuze wel wat op roofvogels lijken) vergelijkt met die uit eerdere drukken, ziet een nieuwe wereld opengaan.

Ook de verspreidingskaartjes van de soorten zijn aangepast, waardoor te zien is waar in Europa, Noord-Afrika, of het Nabije-Oosten de soorten te vinden zijn, en wanneer. De in vogelaarskringen bekende bewerkers – Arnoud van den Berg, André van Loon en Frank Rozendaal – hebben de veranderingen en veranderde inzichten tot in detail voor de Nederlandse situatie uitgewerkt. Voor beginners en gevorderden: kopen ...

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden