Van zijde naar zand

Van de Zijderoute, de handelsroute van China naar Turkije, zijn nog maar weinig sporen te vinden in het huidige Oezbekistan. De grootste schatten liggen in de archeologische musea over de hele wereld. Die van de Russische Hermitage zijn binnenkort in Amsterdam te zien.

BUCHARA (OEZBEKISTAN) - Het is moeilijk voor te stellen dat het hier, in het midden van Oezbekistan, ooit aangenaam toeven was. We staan in een snijdende wind, op een duin in een lege, droge vlakte met gevoelstemperatuur min twintig. Maar volgens Pavel Lurje, archeoloog en conservator van de Hermitage in Moskou, was het een populaire buitenplaats voor de Sogdische keizers. "Ze kwamen vanuit de stad Buchara naar hun zomerpaleizen hier. Het was groen, vruchtbaar land, nederzettingen bouwden ze op de verhogingen. Deze heet 'Varakhsha', dat betekent 'verdedigd'."

Het voorstellingsvermogen wordt vaker op de proef gesteld tijdens de korte reis door Oezbekistan. We zijn met een bus vanaf Buchara vertrokken, een 2500 jaar oude stad in het midden van het land, bij de Turkmeense grens. Het doel: twee opgravingssites, waar de archeologen van de Hermitage, samen met andere teams uit Oezbekistan, sinds 1950 zoeken naar sporen van de vroegere bewoners. En naar de overblijfselen van de duizenden handelskaravanen die in de bloeiperiode van de Sogdische beschaving, in de zevende en achtste eeuw, langs deze nederzettingen trokken. Ze werden een schakel in de grote, eeuwenoude handelsroute die strekte van Xian, in het westen van China, tot aan Constantinopel, het huidige Istanbul. Van alles werd er verhandeld: goud, glas, wol en linnen ging van west naar oost, ivoor, bont, keramiek, zeldzame planten en dieren gingen de andere richting uit. En natuurlijk dat product waar de Duitse geoloog en ontdekkingsreiziger Ferdinand von Richthofen in 1876 de route naar vernoemde: de zijde van zijn 'Seidenstraße'.

Van die route is weinig meer te zien. Zo weinig, dat zelfs de archeologen Varakhsha even niet meer konden vinden. Er lopen maar een paar geasfalteerde wegen door de droge woestenij. Van een afstand kun je de verhogingen waar de nederzettingen op lagen duidelijk zien, maar er staan geen bordjes en er is geen mens te zien om de weg te vragen.

Katoenplantages
De droogte is pas iets van de laatste vijftig jaar. De katoenplantages, die de Russen in het zuidelijke deel van de toenmalige Sovjet-Unie aanlegden, gebruikten zoveel water dat de rivieren (en het aan Oezbekistan grenzende Aralmeer) grotendeels opdroogden. De fruitbomen, die tussen Buchara en Samarkand stonden, maakten plaats voor dorre grond en tabaks- en katoenplantages. Jaarlijks moet zeker een miljoen Oezbeken helpen bij de oogst.

Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie staat Oezbekistan onder het regime van de vroegere Sovjetcommunist Islam Karimov. Onder het mom van de 'war on terror', met Afghanistan als zuidelijke buur, voert hij een autoritair, repressief bewind in het land, met weinig tot geen vrijheid van meningsuiting.

Een schaapsherder, onderweg met zijn kudde, ezel en hond, wijst ons uiteindelijk de weg. De opgravingsplekken zijn niet bewaakt. Ook op andere plaatsen wordt laconiek omgegaan met het cultureel erfgoed, zoals we later zullen zien. Lurje, de archeoloog uit Sint-Petersburg, klimt voor op de berg, die zo'n twintig meter boven het land uitsteekt. Er werd hier, zo vertelt hij, vanaf de vijfde eeuw voor Christus gebouwd, grotendeels met löss en aangestampte aarde.

Lurje loopt over een smal muurtje, waartussen ruimtes te zien zijn. "Hier vonden Russische onderzoekers in 1954 een tempelzaal uit het eind van de zevende eeuw, de zogeheten Rode Zaal", vertelt hij. Het blijft moeilijk voor te stellen in deze ijzige omgeving, waar de enige kleur te vinden is in de kleding van de vrouwen. De ruimte had een plafond als in een piramide, en in het midden stond een altaar. De Sogdiërs waren waarschijnlijk zoroastrisch. De muur was aan twee zijden beschilderd met een bonte stoet van dieren tegen een rode achtergrond, een schildering die de komende weken in Amsterdam is te zien.

Fabeldieren
De dieren staan symbool voor de Sogdische goden. Er zijn tijgers, fabeldieren, en ook een olifant, een dier dat niet in deze contreien leefde. De Sogdiërs hadden het dier waarschijnlijk overgenomen van de Indiase iconografie en aangepast aan de eigen fantasie. Het dier heeft slagtanden die uit de onderkaak groeien, korte klauwachtige poten, en een bit, zoals een paard. In het zadel zit een persoon, die een god voorstelde. Tot in China zijn soortgelijke afbeeldingen gevonden: de Zijderoute vervoerde ook ideeën en beelden.

We lunchen bij iemand thuis in Paikend, zo'n dertig kilometer verderop. De bus baart opzien in het dorpje, schoolkinderen komen nieuwsgierig dichterbij. Buiten kan het bezoek de handen wassen bij een koffiekan met heet water, binnen wacht een rijkgedekte tafel en een brandende houtkachel. De Oezbeekse keuken is het tastbaarste overblijfsel van de Zijderoute: er is thee en lokale cognac, en er zijn bekende gerechten uit het Midden-Oosten, zoals 'plov', of pilav ¿ een rijstschotel met suddervlees en groenten ¿ en ingemaakte zure kool, gemaakt naar Chinees recept.

Wisselkantoor
Paikend ligt ook op een heuvel. "Negende eeuw, tiende eeuw, die is eerder, laat achtste eeuw", Lurje dateert de scherven die onder onze voeten knisperen. De wind legt steeds nieuwe lagen archeologische resten bloot. Al vanaf de vijfde eeuw was Paikend een stad, de citadel is ouder. Een handelsstad, zonder koning, als een Griekse stadsstaat. Kort geleden deden de archeologen hier een bijzondere ontdekking. In een muur vonden ze 4500 muntjes bij elkaar. Het was een soort wisselkantoor.

De directeur van het nationale archeologisch instituut van Oezbekistan in Samarkand ontvangt ons in zijn kamer, president Karimov kijkt vanaf een foto aan de muur toe. Hij toont ons de muntjes die ze in Paikend hebben gevonden, en vertelt over de bijdrage die hij kon leveren aan de tentoonstelling over Zoroastrisme, vorig jaar in Londen. Djamal Mirzaachmedov, expeditieleider van de opgravingen bij Buchara en het vroegere Sogdië, toont de collectie. Achter de verzameling schaaltjes, munten en schedels gaan hele beschavingen schuil. "Deze schedels hebben een hoger voorhoofd dan gebruikelijk, ze werden afgebonden. Het zou een teken van rijkdom zijn om een hoog, smal hoofd te hebben. Hier zie je de graven. Mausoleums waren op een gegeven moment verboden, dus gingen de mensen steeds grotere grafstenen bouwen ¿ in de vorm van de mausoleums." Mizaachmedov maakt ook duidelijk waarom de Sogdiërs zo goed in de Zijderoute pasten. "Het was een handelscultuur. Als er een kind werd geboren, kreeg het een druppel honing op de tong, en lijm op de hand. Zodat zijn woorden zoet zouden zijn, en de handel voorspoedig."

'De maag van Azië'
De Poolse schrijver Kapuscinski noemde Buchara 'de havenstad, de maag van Azië', en Samarkand 'abstract, een stad van concentratie en reflectie, een muzieknoot en een schilderij.' Op een rotonde heeft het standbeeld van Lenin plaatsgemaakt voor dat van Timoer Lenk. Die vijftiende-eeuwse krijgsheer was verantwoordelijk voor de dood van zo'n zeventien miljoen mensen. President Karimov maakte hem de nationale held van Oezbekistan: Timoer bracht de beste, meest creatieve mensen naar Samarkand, en liet ze de mooiste motieven ontwerpen. 'Als je twijfelt aan onze macht, kijk naar onze gebouwen', schreef hij op een van de stadspoorten. Op het Registanplein staat zijn grootste erfenis: aan drie kanten prijken grote, rijkgedecoreerde madrassa's, de islamitische scholen. Na 1927 werden ze op last van de Russen gesloten. De Oezbeken zijn nu grotendeels liberale moslims. De meeste vrouwen lopen zonder hoofdbedekking op straat, het moskeebezoek is beperkt en wodka en bier zijn makkelijk te krijgen.

De straten rondom het plein zijn ingrijpend vernieuwd. Strakke, lege wegen en moderne, kitscherige winkels wachten op toeristen. Die blijven weg in de winter, maar in voor- en najaar komen vooral Fransen en Koreanen naar Samarkand en Buchara. Midden op het Registanplein is het een drukte van belang. Honderden bouwvakkers hebben het plein opgebroken, en storten er nu weer beton. Ze leggen vloerverwarming aan.

Tentoonstelling 'Expeditie Zijderoute: schatten uit de Hermitage' van 1 maart t/m 5 september, Hermitage, Amsterdam

Het grote spel
De Amsterdamse Hermitage wijdt de komende maanden een tentoonstelling aan de Zijderoute: schatten van Khara-Khoto in China tot de noordelijke Kaukasus. Dat die tentoonstelling gemaakt kan worden met alléén een selectie uit het Hermitagemuseum in Sint-Petersburg, ver van de Zijderoute af, heeft te maken met de negentiende-eeuwse politieke situatie in centraal Azië. De Britse aanwezigheid in India en de wens van het Russische keizerrijk om aan de zuidkant toegang te krijgen tot de oceaan. Historici noemen die geweldloze strijd 'The great game'.

Pas aan het begin van de negentiende eeuw kregen de Russen en de Britten interesse in de tot dan toe onbekende woestenij tussen Kazachstan en India. De Britten probeerden Afghanistan te bezetten, de Russen veroverden Samarkand, Tasjkent en Buchara, op de voet gevolgd door archeologen en onderzoekers. Een van hen was natuuronderzoeker Nikolaj Przewalski: hij ontdekte in Mongolië in 1878 de wilde paarden die naar hem werden vernoemd.

Rond 1900 organiseerden zowel de Duitsers, de Japanners, de Britten als de Russen archeologische expedities naar het gebied dat Turkestan werd genoemd. Ze vonden er talloze voorwerpen en muurschilderingen, die vaak in zeer slechte staat waren. Het Sovjetregime bood geen ruimte aan religie - in die regio al eeuwen de islam. De archeologie richtte zich daarom vooral op het pre-islamitische tijdperk, zoals dat van de Sogdiërs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden