Van zandbak tot bisschopszetel één grote liefde

Zolang hij zich kan herinneren wilde hij priester of pater worden. Al in de zandbak bouwde hij kerken in plaats van huizen, maar het duurde wel even. Een gesprek met de nieuwe bisschop van 's-Hertogenbosch: Antoon Hurkmans (54)

Heeft het ambt u al slapeloze nachten bezorgd?

Toen ik wist van mijn benoeming heb ik een nacht wakker gelegen. Ik stond niet te juichen bij het idee bisschop te worden en het lange tijd te moeten blijven. Op verjaardagen ontmoet ik leeftijdgenoten die over drie jaar met de vut gaan, dan realiseer ik me dat ik nog twintig jaar keihard werken voor de boeg heb. De eerste weken na de wijding had ik het gevoel dat ik tien jaar ouder geworden was, maar dat is inmiddels weer een beetje bijgetrokken. Nu ik me eenmaal aan het ambt heb overgegeven krijg ik er ook plezier in. God zij dank heb ik een makkelijke natuur. Dat helpt. Een vroeger buurmeisje schreef me: 'Jouw vader had een mooi karakter en jij hebt er veel van. Dat zal je goed van pas komen'.

Mijn vader was een kalme rustige man. Een dromer. Hij kwam uit een wat beschouwende familie. Had drie zussen in het klooster. Mijn moeder heeft een sterk vermogen tot genieten, maar is ook zwaar beproefd in het leven. Ze komt uit een groot gezin en heeft haar moeder op jonge leeftijd verloren. Dat heeft zijn sporen in haar nagelaten.

Het was een warm gezin. Zo'n typische boerenfamilie uit Oost-Brabant. Negen kinderen: zes jongens, drie meisjes. Mijn ouders moesten hard werken om het hoofd boven water te houden. We hadden het niet breed, maar echte armoede hebben we nooit gekend. Na de lagere school ben ik gaan werken. Dat was gebruikelijk in die tijd. Niet alleen waren er geen middelbare scholen in de omgeving maar bovendien was ieder dubbeltje welkom.

En daarmee vervloog de droom van het priesterschap?

Mijn vader zei dat ik later misschien nog broeder (kloosterling zonder priesteropleiding red.) kon worden en met die gedachte in het achterhoofd ben ik gaan werken. Eerst een paar jaar als hulpje in een bakkerij, daarna bij een groenteboer.

Ik volgde avondcursussen en haalde mijn groente- en kruideniersdiploma, maar het religieuze bleef me boeien. Al was ik ook wel eens verliefd, mijn grootste liefde ging toch uit naar de kerk. Ik ben daar nooit zo ver vanaf geweest dat ik een ander helemaal kon toelaten. Ik ging iedere morgen naar de mis, wist dat ik diep van binnen méér met het geloof wilde, maar praatte daar nauwelijks over.

Ik beleefde dat verlangen naar het religieuze het sterkst in de tijd dat ik groenteboer was. Ik merkte in het contact met klanten hoe het geestelijk leven van mensen me boeide. Op een gegeven moment heb ik een advertentie uitgeknipt van de 'broeders van liefde' en bewaard met de gedachte: je weet maar nooit, maar het liep anders. Op een dag hoorde ik van scholen waar jongens met een 'late roeping' zich konden voorbereiden op een priesterstudie. Ik was inmiddels 22 jaar en dacht: dit is mijn kans en meldde me aan.

Na drie jaar Latijnse school had ik de keuze tussen een verblijf in een klooster of een functie in het bisdom. Dat laatste was minder beschermd en ik koos voor de veilige weg. Ik was en ben nu eenmaal een beetje braaf. Ik heb twee jaar in het klooster van de norbertijnen in Grimbergen bij Brussel doorgebracht. Maar het verschil tussen ouderen en jongeren lag me niet en ik realiseerde me dat ik een andere richting op wilde en ik vroeg bij het bisdom Den Bosch een studiebeurs aan.

U kreeg die beurs en ging theologie studeren in Tilburg. Het was begin jaren zeventig: tijd van studentenactivisme en maatschappijkritische theologie. Hoe stond u daar tegenover?

Voor ik naar Tilburg ging hoorde ik allerlei wilde verhalen over linkse bewegingen die losgegroeid waren van de kerk. Ik nam me voor om me vast te houden aan een geloof waar ook mijn moeder zich in kon herkennen en in ieder geval dagelijks naar de kerk te gaan. Ik wilde de traditie niet loslaten, het geloof bewaren zoals dat in een gewone parochie leeft. Dat is een belangrijke keuze geweest. Ik heb nog wel gedurende een jaar een avond per week de studentenkerk bezocht, maar dat was meer filosofie dan liturgie en daar had ik geen behoefte aan.

In mijn studie maakte ik kennis met de maatschappijkritische theologie - sociologisch en marxistisch georiënteerd - en met de pastoraaltheologie - meer psychologisch - maar dat was niet wat ik zocht.

Mijn interesse ging uit naar de inhoudelijke kant van het geloof en daarom koos ik voor dogmatiek als afstudeerrichting.

U werd kapelaan, vervolgens pastoor, vicaris van het bisdom Den Bosch, en rector van het Sint Jansseminarie. En nu bent u benoemd tot bisschop. Die benoeming ging gepaard met allerlei typeringen van uw persoon in de media. Een aantal positieve: vriendelijk, gemoedelijk, Brabander met de Brabanders, maar ook minder positieve: lichtgewicht.

Ik zeg niet van mezelf dat ik een zwaargewicht ben maar ook geen lichtgewicht. Wijze mensen hebben gemeend mij te moeten vragen bisschop te worden en ik had het idee dat ik op die vraag moest ingaan. Ik geloof dat ik daarvoor genoeg in huis heb en word daarin bevestigd door mensen met ervaring. Bovendien waren de eerste reacties ook nogal gekleurd door een vooroordeel: de benoeming moest wel slecht vallen.

Omdat u jarenlang de rechterhand was van bisschop Ter Schure?

Daar had het misschien mee te maken, maar de stemming is omgeslagen en mensen zeggen nu blij te zijn met mijn benoeming. Het feit dat ik uit het bisdom kom is daarbij van groot belang.

Een andere typering: te angstig-gezagsgetrouw.

Angstig? Nee, eerder behoedzaam. En gezagsgetrouw? Ik luister naar het gezag, zal me er niet gauw tegen afzetten. Dat klopt.

Nog een uitspraak: 'We hebben een bisschop nodig met lef'.

Ik ga mijn verantwoordelijkheden niet uit de weg. Ik sta waar ik voor wil staan. Toch wel moedig, denk ik.

Twijfelaar

Nee, opnieuw: behoedzaam. Dat ben ik met name de laatste tien jaar geworden. Ik heb ervaren dat wanneer je beslissingen moet nemen die voor een grote geloofsgemeenschap van belang zijn, je niet overhaast te werk moet gaan, omdat je dan aspecten over het hoofd ziet. Zo ben ik op dit moment bezig met het samenstellen van een nieuwe staf. Heel rustig, stap voor stap, en als ik het even niet weet, wacht ik. Ik ben daar voorzichtig, misschien zelfs langzaam in. Niet omdat ik twijfel - al kan dat zo overkomen - maar omdat ik het wijs vind.

Velen wachten met spanning die samenstelling van uw staf af omdat ze veronderstellen dat uw medewerkers een grote invloed op uw beleid zullen hebben. Wordt het een conservatieve, een progressieve of een gemengde ploeg?

Mijn doelstelling is om - trouw aan de kerk waar ik in geloof - een zo groot mogelijke gezamenlijkheid te bereiken. In dat licht zal ik mijn staf kiezen.

Mag ik daaruit concluderen dat het een gemengde staf wordt?

Dat zou ik maar niet doen. Het moet toch ook een staf zijn die elkaar verstaat. Die gezamenlijkheid moet wel bereikt worden vanuit een gedeelde identiteit.

Kunt u zich voorstellen dat u in uw huidige functie een beslissing neemt die volgens uw eigen geweten de enige juiste is, maar die niet overeenkomt met de officiële leer?

Nee.

Omdat u - zoals u zojuist zei - 'braaf' bent?

Er zit een zekere mate van braafheid in, maar het is meer. Mijn leven en denken zijn vergroeid met de kerk.

Wordt u nooit verscheurd tussen de dogma's, de leer enerzijds, het leven anderzijds?

Ik heb daar gelukkig nog weinig grote problemen mee gehad. Ik kan me goed vinden in wat de kerk leert en niet alleen, omdat dat mij uiterlijke zekerheid of een bepaalde positie biedt, maar ook omdat ik geloof dat de leer van de kerk dient tot heil van de mensen.

Kunt u zich vinden in het beroemde pleidooi van bisschop Bekkers in de jaren zestig voor meer ruimte voor het eigen geweten?

Het eigen geweten heeft het laatste woord.

Niet volgens de kerkelijke leer, toch?.

Wel waneer het een goed gevormd geweten betreft.

Een goed gevormd geweten kan een beslissing nemen die niet strookt met de leer van de kerk?

Dat kan.

En dat mag?

Je kunt je wel afvragen of het geweten dan inderdaad goed gevormd is.

U bent tien jaar verbonden geweest aan het Sint Janscentrum. Dat seminarie heeft een aantal priesters afgeleverd die behoorlijk boude uitspraken hebben gedaan. Ik noem er twee: 'Priesters die een homohuwelijk inzegenen moeten opgehangen worden' en 'Baby's van ongetrouwde stellen mogen niet gedoopt worden'. Misschien zijn deze priesters recht in de leer, maar beschikken zij ook over een goed gevormd geweten?

Daar wil ik liever niet op antwoorden, omdat het concrete personen betreft.

Gelooft u dat de katholieke kerk de absolute waarheid bezit?

Dat geloof ik maar ik denk dat ze die waarheid maar gedeeltelijk kan uitdrukken en dat ze die ook steeds opnieuw moet verwoorden en dat ze daarin moet groeien.

Heeft u als dienaar van de kerk deel aan die absolute waarheid.

Als mens ben ik, net als iedere andere gelovige, zoekend maar als bisschop heb ik een sacrament ontvangen en ben ik geroepen om de waarheid te verkondigen.

Wat is in het licht van die uitspraak de betekenis van begrippen als oecumene en dialoog? Die veronderstellen toch gelijkwaardigheid van de gesprekspartners en de afwezigheid van een absolute waarheidsspretentie bij een van hen?

We hebben niet de waarheid in pacht, maar staan in de waarheid. Het is geen bezit maar een opdracht. En bij het verwerkelijken van die waarheid hebben we de hulp van anderen nodig, maar anderen ook iets te bieden.

Staat u meer in de waarheid dan uw reformatorische broeders?

Ik heb wel het gevoel dat de katholieke kerk een minder subjectieve bepaling van de waarheid heeft. Het kerk-zijn onder leiding van de paus en de bisschoppen werkt objectiverend.

Is het doel dan dat uiteindelijk iedereen zich aansluit bij de katholieke kerk?

De waarheid is de opdracht. Het doel is om te komen tot een christengemeenschap die in eenheid met elkaar verbonden is.

Hoe verhoudt die gemeenschap zich tot de joden?

De joden hebben ook in zich wat wij hebben, maar het moet zich nog uitkristalliseren. Maar het is niet zo dat wij daarop neer moeten kijken. Zeker niet. Zij zijn en blijven het eerste uitverkoren volk. In die zin staan wij niet los van hen.

Wat vindt u het moeilijkste gebod?

Het moeilijkste vind ik het betrachten van de soberheid. Het is niet zozeer een gebod als wel een deugd. Ik denk dat soberheid een voorwaarde is om geloofwaardig over te komen.

Maar ergens in u zit een Bourgondiër die u de kop in moet drukken?

Enigszins wel. Ik hou van huiselijkheid, van gezelligheid, van koken en eten. Aan de andere kant: ik vind het niet makkelijk om nu zo luxe te wonen, maar ik kan het niet maken om te zeggen: ik neem mijn intrek in een flatje.

Waarom niet? Het past misschien niet in de lijn van het instituut, maar wel in de lijn van Jezus.

Ik weet het niet. Ik denk dat je het instituut en Jezus niet helemaal uit elkaar moet halen. Bovendien is het een gegeven dat het instituut een geschiedenis en een cultuur heeft.

Wat denkt u van de oproep die de paus onlangs deed aan de gelovigen om zich te onthouden van roken en drinken, en zodoende op de drempel van het millennium zielen uit het vagevuur te redden?

Ik vond die voorbeelden wel grappig. Ik heb sowieso een gruwelijke hekel aan roken.

Maar serieus, gelooft u dat het zo werkt?

Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat ik me daar niet zo in verdiept heb.

U heeft eerder gezegd: de top moet naar de basis luisteren. Wat ik hoor aan de basis is vooral veel gemor over de starre en kille houding van de kerk.

Er zullen mensen zijn die vinden dat de leiding van de kerk te weinig inspeelt op het levensgevoel van de basis. Ik denk overigens dat de opdracht voor de basis hetzelfde is als voor de top: leren luisteren.

Gaat u dat doen?

Ik heb het voornemen om goed te luisteren. Ik geloof ook dat ik dat kan, al besef ik terdege dat dat niet makkelijk is, maar ik ben wel een open mens.

Wat mogen bijvoorbeeld de Mariënburgvereniging, de Acht-meibeweging, de Vereniging van pastoraal werkenden van u verwachten?

Ik wil een bisschop zijn voor de kerk zoals de kerk een bisschop graag ziet. Ik zal er zijn voor de kerkgetrouwen, maar ook voor mensen die wat verder van de kerk af staan.

Zegt u hiermee dat u er voor hen zult zijn?

Ik denk dat ik hiermee zeg dat ik er voor de kerk zal zijn, maar niemand wil uitsluiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden