Review

Van wat onder het volk leeft

Aanvankelijk waren de woordenboekmakers verrast: ’Is er maar zo weinig platte taal?’ Achteraf viel het wel mee. Genoeg voor een stevig boek in elk geval.

Als oervraag vroegen de woordenboekmakers zich steeds af: zou je dit tegen de koningin kunnen zeggen? Zo nee, dan kon het woord wellicht worden toegelaten. Met hun ’Woordenboek van platte taal’ valt ruimschoots te leren wat onder het volk leeft.

En dat zijn niet alleen scheldwoorden en schuttingtaal. Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar kenden elkaar al van hun werk voor het Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal.

Onder eigen vlag bedachten ze dat de tijd rijp was voor een woordenboek van platte taal. Geen dialectenboek, want een dialect is geen platte taal maar een dialect. Ook geen bargoens woordenboek, want dat was er al. Bovendien heeft het bargoens, ’die geheimtaal van dieven en landlopers’ als nadeel dat er amper nieuwe woorden meer bijkomen, en er steeds meer in onbruik raken.

Aangezien de woordenboekmakers geen aanwijzingen vonden dat ze nog gebruikt worden, verschenen deze bargoense woorden dus niet in hun woordenboek: afrojemen, balbes, femerik, heetlopen, hogerik, luimerik, schiebes gaan, schnorrer, stinkniese.

Aalbrecht en Wagenaar hielden hun oren permanent op steeltjes: ze luisterden in kroeg, park, trein, op de markt, naar radio en televisie, lazen internet, tijdschriften en romans op zoek naar nieuwe of vergeten platte taal.

„Platte taal”, definiëren zij, „bestaat uit woorden en uitdrukkingen die u vrijwel dagelijks hoort of leest, maar die u niet zomaar kunt gebruiken, omdat ze niet door iedereen, in elk gezelschap of in elke situatie worden geaccepteerd. Daartoe behoort bijvoorbeeld wat u wel in uw vriendenkring, maar niet op uw werk kunt zeggen, of wel tegen uw partner, maar niet tegen een wildvreemde in de winkel of op straat, maar ook wat u ontvalt als een fietser tegen u aan rijdt of een auto u afsnijdt. En tot platte taal behoren ook de woorden en uitdrukkingen die u gebruikt als u niet wilt dat anderen meteen doorhebben wat u zegt.”

Ze gingen wezenlijk anders te werk dan bij hun Van Dale-arbeid. Daar moet ’fiets’ ook geduid worden. In het woordenboek van platte taal hoeft ’vervoermiddel met twee wielen, een stuur om te sturen en een zadel in het midden’ er niet bij, maar wel de bijbetekenis op een oude fiets moet je het leren: ’de eerste seksuele ervaringen kan men het best opdoen bij een ouder, ervaren iemand’.

Etymologisch hoeft in het platte taalwoordenboek ook niet geduid waarom ’parapluie’ letterlijk ’tegen de regen’ is, als je zegt dat de buurman ’onder de paraplu zit’ want in de koepelgevangenis vertoeft.

Aalbrecht en Wagenaar visten zo’n 5200 platte woorden en uitdrukkingen boven water. „Is er maar zo weinig platte taal? Achteraf viel het wel mee.”

Het lievelingsplattewoord van Heidi is tietjanberenlul. „(de, -len; -letje) (versterking van berenlul), scheldwoord voor een man.”

Pyter Wagenaar koestert houtenjassenpark. „(het, -en) (van een houten jas en park) begraafplaats.

Dat een ’amsterdammertje’ het laatste restje jenever uit de fles is (en bij goed gebruik dus niet betaald hoeft te worden) en een taps toelopend bierglas een vaasje is, weet iedereen wel. Maar ’Amsterdammer’ staat ook in het woordenboek als blijde verzuchting van Nescio als Bavink en Japi elkaar ontheemd in Zeeland ontmoeten. „’Is u Amsterdammer?’ vroeg Bavink. ’Ja, Goddank’, zei Japi. ’Ik ook’, zei Bavink.

De woordenboekenmakers excerpeerden duchtig uit het werk van Kees van Kooten en Wim de Bie, Carmiggelt en Heere Heeresma.

Zo kan ’klare’ tot volwaardig lemma uitgroeien: „(de, g.mv) (van klaar ’helder’) jenever zonder bitter, jonge, oude klare jonge, oude jenever, jajem. „Maar Kees, daar begrijp ik niets van, want je hebt in dat ene jaar vijfhonderd liter klare méér omgezet dan je voorganger.’ Toen zeg ik: ’Nee meneer Van der Zee, die vijfhonderd liter heb ik niet omgezet. Die heb ik opgedronken.’ (-) Nog geen stap van de deur verwijderd, struikelde hij en viel languit voor mijn voeten. ’Die mat ligt daar gevaarlijk’, sprak hij, opkrabbelend. ’Geef mij een jong klaartje van je’. (-) ’Als de wijn is in de man,’ riep zijn vriend vanuit de kamer, ’is de wijsheid in de kan!’ Hij stikte zowat van het lachen. ’Maar komt er klare in de vrouw,’ zo wist hij nog moeizaam uit te brengen, ’dan staat d’r kuisheid in de kou!’ „

De woordenboekenmakers zochten en vonden ook platte taal in kranten. Niet zozeer in het weerbericht misschien, maar dan toch vast in een of ander achtergrondartikel. Heidi Aalbrecht: „Uit een artikel over een sekspaleis dat ergens in de polder zou verschijnen. Grappig dat de verslaggever opeens ook in een plattere stijl verviel door aan de geïnterviewde te vragen of het die ’geen donder kan schelen’. Maar het ging ons om de plompverloren gebruikte uitdrukking dat je hier vroeger ’voor een drol en drie knikkers’ dat of dat kon kopen.”

Woorden gaan weg en betekenissen veranderen. De terugkerende uitroep ’mieters’ uit Voskuils roman ’Bij nader inzien’ is nu truttig en niet plat en staat dus niet in het woordenboek. Destijds was het choquerend afgeleid van sodemieter, ’moreel verwerpelijk’. Als het nu nog gebruikt wordt, dan hooguit in de ironiserende zin. Maar ’mieteren’ en ’sodemieteren’ als krachtterm staan geboekstaafd.

Een twijfelgeval dat toch werd opgenomen? Wim T. Schippers’ personage Barend Servet riep om de haverklap uitzinnig ’Pollens!’ Niet zozeer omdat die uitroep courant, aanmatigend of versluierend zou zijn, maar omdat de woordenboekmakers zich vooral amuseerden met de uitleg ervan. „Hartverwarmend, zo’n applaus. Pollens, wat ben ik beroemd! (geschrokken) En ik kan er eigenlijk niks van.... (vrolijk) Maar ja, ik doe gewoon alsof!”

Opvallend voor een woordenboek is dat de letters met afbeeldingen zijn gemarkeerd. Beeldend kunstenaar Jacques Tange ontwierp een geïllustreerd alfabet, waarvan de lezer zelf de scabreuze strekking mag zien te achterhalen.

door Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar geïllustreerd met een alfabet van Jaques Tange, euro 29,50, uitgeverij BZZToH. www.plattetaal.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden